Vrijdag 28-10
Lief dagboek,
Ik heb gemerkt aan de reacties op mijn stukje van de vorige week dat er veel mensen zijn die zich afvroegen hoe het debacle met de mislukte appeltaarten verlopen is. Nou, dat ging erg goed – niemand viel het op wat er zich nu precies onder de enorme berg slagroom bevond en hier en daar kreeg ik zelfs een goedkeurend knikje toegeworpen. ‘Lekker krokant’ merkte een nicht op en een andere vriendin zei dat ze het knap vond: ‘Ik krijg de bodem nooit zo knapperig’. Dat ik er verder het zwijgen toedeed, dat snap je.

Zondag 30-10
23.55 uur. Dagboek, ik ben ontdaan, heel erg ontdaan. Vorige week schreef ik nog over het huwelijk van vriendin G. dat in een dipje zat en de vreemde opmerking van haar broer? Nu, dat gaat dus niet goed. Vriendin G. is erachter gekomen dat haar man… Ik kan het gewoonweg niet opschrijven, zo verschrikkelijk vind ik het allemaal. Zo onbeschrijfelijk verschrikkelijk. G. is razend, laaiend maar bovenal verbijsterd. Ze begrijpt het niet en daar kan ik inkomen. Ik begrijp het ook niet.

Maandag 31-10
Jeetje, het is alweer de laatste dag van oktober. Nog even en we hebben het nieuwe jaar alweer te pakken. Het is toch niet normaal, dat het allemaal zo snel gaat? Ik verwonder me er telkens weer over.
Vanmiddag ging ik even de stad in. Het was een prachtige herfstdag – het zonnetje scheen, de lucht was blauw en terwijl ik een lange wandeling maakte over de prachtige Noorderhaven dacht ik aan mijn vriendinnetje. Wat deelt het leven toch rare klappen uit af en toe.

Dinsdag 01-10
Mijn lieve oom H. en buurvrouw Annie, zijn vriendin, waren vanmiddag even op bezoek. Oom H. had gelezen dat gemeenten 1.2 miljard aan zorggeld overhouden. ‘En dat terwijl de gemeenten steen en been klagen dat ze te weinig krijgen’ schuimbekte mijn oom.
Ik keek glimlachend toe. Het is grappig – ik merk dat ik me steeds minder opwind over wat er allemaal gebeurt. Het heeft geen zin en ik kan er niets aan veranderen.

Ik heb nog niet verteld dat ik laatst begonnen was aan Eline Vere van Louis Couperus. Ook dat boek heb ik uit, sterker nog: ik heb het verslonden. Het trage tempo was ik inmiddels gewend van ‘De Kleine Zielen’ dus ik ging er lekker vlot doorheen.

Woensdag 02-10
Vanochtend ging ik met dochter, die in Harlingen was, even de stad in. Het was gezellig en heerlijk rustig. Op de een of andere manier heeft dat wel wat, dat rustige, zeker op grijze novemberdagen. Daarna naar huis en een bananenbrood gebakken in het kader van Voedzaam en Lekker.

17.30 uur. Ben alleen even thuis om mijn pinpas op te halen. Stond net bij de kassa met een overvolle kar toen ik ontdekte dat… grrrr.

Donderdag 03-11
Ik heb ontdekt dat er een groot gapend gat zit tussen mijn aantal bezoekers en de mensen die een reactie achterlaten. Nee, dat klopt niet helemaal. Dat heb ik niet ontdekt. Opeens drong het tot me door. Dat zie ik al jaren natuurlijk, maar opeens ZAG ik het. En toen ik het opeens ZAG (ja, met hoofdletters!), dacht ik: het lijkt me zo leuk om de bezoekers ook eens te leren kennen. Tuurlijk – veel van jullie ken ik wél: ik ken Kakeltje, Kliefje, Plato, Lou. Ik ken Lenjef, Rietepietz, Corja, EJW, Narda en nog veel meer mensen die ik nu niet opnoem anders wordt de lijst te lang (weet iemand trouwens hoe het met onze Letterzetter gaat? Het is angstig stil op zijn blog…). Hoe dan ook: ik zou het heel erg leuk vinden als u, trouwe anonieme lezer, eens een reactie achterliet. Het hoeft echt niet elke keer! EEN keer is genoeg! En als u een blog hebt is dat natuurlijk helemaal leuk. Dan kan ik ook eens een tegenbezoekje brengen!

Goed, dat gezegd hebbende nu weer over tot de orde van de dag. Het meest verschrikkelijke van de afgelopen week heb ik namelijk nog niet vermeld. Het was een gebeurtenis, ZO beschamend en pijnlijk, dat ik werkelijk even overwoog uit Harlingen te vertrekken. Het zat zo: ik kocht laatst een parkeerkaartje op de Heiligeweg en gooide 2 euro in de automaat. In plaats van de volle TWEE uur mocht ik er maar anderhalf staan zag ik op mijn ticket. Het was al de derde keer dat dit me overkwam en ik vond het wel genoeg.
Ik belde dus naar parkeerbeheer en deed mijn beklag. ‘Ik kwam om 15.30 uur aan maar mocht maar tot 17.00 uur blijven staan in plaats van 17.30 uur’ legde ik uit. Tot mijn grote ontzetting hoorde ik aan de andere kant van de lijn lachen.
Het bleek dat ik maar tot 17.00 uur hoefde te betalen. Daarna was het gratis.
Ik legde de telefoon neer, keek in de spiegel en zag een verwrongen gelaat. ‘Je bent af en toe absoluut zwakzinnig’ fluisterde mijn spiegelbeeld me toe en werkelijk dagboek: ik had daar niets, maar dan ook helemaal niets, op te zeggen.