Lief dagboek,
Ik heb geen tijd om te schrijven. Echt niet. De wil is er wel maar de tijd ontbreekt aan alle kanten. Daarom houd ik het nu ultrakort. Ik ga eerst beginnen met te vertellen dat onze Sushi eergisteren naar de poezenhemel vertrokken is. Sushi, onze kleine terrorist. Ons katje dat, jaar in jaar uit, ons dacht te verblijden met dode muizen, ratten, kikkers of vogels is nu op de eeuwige jachtvelden aan het jagen en we zijn verdrietiger dan we hadden verwacht. Dag lieve Sushi. We zullen je gekrijs op de vroege ochtend voor de slaapkamerdeur missen. De diepe groeven en krassen die je met je klauwen aan de onderkant van de deur maakte in een poging die met fors geweld open te rukken zullen we koesteren en het zal lang duren voordat we zonder angst de kledingkast durven te openen – de keren dat jij er onverwacht uitsprong en ons, je argeloze baasjes, daarmee de stuipen op het lijf joeg zit er de komende tientallen jaren nog goed in. Ja Sush, we wisten dat je ooit zou moeten gaan maar toch, maar toch… toen het eenmaal zo ver was was het veel te vroeg. Wat zullen we je missen – wat missen we je nu al.

Natuurlijk zou ik het nu over politiek kunnen hebben dagboek. Of over een heerlijk recept dat ik tegenkwam: een tosti van bloemkool belegd met geitenkaas. Maar ook daar heb ik geen zin in. Ik wil op tijd naar bed en ben een beetje gaar. Daarom gewoon een klein verhaaltje uit de losse pols:

Op de boot naar Harlingen
De overtocht met de Koegelwieck duurde nooit zo lang maar ditmaal had ‘ie, wat Peter betrof, dagen mogen duren. Hij zat namelijk naast het allermooiste meisje dat hij ooit had gezien en er was zo een ongelooflijke klik, zo een wonderlijke chemie: het kon niet anders dan liefde zijn. Het was letterlijk alsof de bliksem in was geslagen en hij wist dat zij het ook zo voelde.
Dit is dus liefde op het eerste gezicht, constateerde hij en hij verbaasde zich erover dat het:
a – zo goed voelde en
b – hem overkomen was. Hij had namelijk altijd geroepen dat hij daar niet in geloofde maar moest je hem nu eens zien!

Ze woonde in Maastricht vertelde ze. Peter rekende direct praktisch uit hoeveel reistijd ze wekelijks kwijt zouden zijn. Harlingen lag daar namelijk een behoorlijk eind vandaan.
Dat zien we binnenkort wel, besloot hij. Ik kan verhuizen, zij kan verhuizen – dat zijn uiteindelijk maar details.
De boot arriveerde veel te vlug in Harlingen. ‘Snel zijn we er hè?’ zei ze. Ze klonk wat verdrietig.
‘Waarom ga je niet met me mee naar huis?’ vroeg hij, verbaasd over zichzelf. Zo brutaal was hij anders nooit maar met haar was het vertrouwd. Niets was vreemd of raar.
Ze leek het een heel normale vraag te vinden maar ze kon niet. ‘Ik heb morgenochtend een heel belangrijke afspraak’ vertelde ze.
Peter knikte begrijpend en klapte zijn mobieltje open. ‘Geef even je nummer, dan bel ik je later’.
Hij noteerde haar naam en nummer – ‘Anna, m’n nummer is 06…’ – en omhelsde haar vervolgens innig.
Toen moest ze rennen. Hij bood nog aan om poffertjes te eten maar nee, dat ging ook niet. ‘Ik moet echt de trein halen!’

Hij ging mee naar de trein en omhelsde hij haar. Ze hielden elkaar vast tot aan de deur.
Hij zwaaide haar uit en toen hij naar huis liep was het alsof hij op een grote roze wolk naar huis voortgedreven werd.
‘Dit is liefde!’ jubelde het in zijn hart. ‘Dit is de liefde waar ze het in boeken en films altijd over hebben.’

Toen Peter haar een paar uur later belde bleek het nummer niet te bestaan.

——————–

Arme Peter. Volgende keer moet ik misschien een happy end bedenken. Dit is al met al ook wat zielig. Kon me er op de een of andere manier niet toe zetten, een happy end. Zelfs een pakkende slotzin voor dit stukje kan ik niet bedenken. Het zal misschien te maken hebben met Sushi. Ja, dat zal het zijn.

  Vind dit leuk!