‘Ik zou willen dat ik een paar miljoen won’, verzuchtte Afke toen ze op een regenachtige ochtend naar buiten keek. ‘Dan zou ik een groot huis kopen en op reis gaan en dan hoefde ik niet meer te werken en dan kon ik leuke kleren kopen en…’

Hendrik-Jan Doordouwer keek hoofdschuddend op van zijn sportpagina. ‘Last van je hormonen lieverd?’ informeerde hij. Hij hield er niet van als Afke in deze stemming verkeerde.

‘Nee, ik heb nergens last van’, snauwde Afke. ‘Het is gewoon… Ach, laat ook maar.’

Ze liep naar de keuken en schonk zichzelf een kopje koffie in. Op de keukentafel lag de rest van de krant. Afke bladerde er even vluchtig doorheen. ‘Zorgboerderij dubieuze goudmijn’ las ze en ze lachte schamper. Dat was het nieuwste tegenwoordig. Iedereen met een beetje ruimte begon een zorginstelling en kon naar hartenlust heel wat pgb’s bij elkaar harken.

‘ik vind het echt erg hoor’, zei ze tegen Hendrik-Jan terwijl ze het artikel voorlas. ‘De belastingbetaler wordt tot op het bot uitgeknepen en aan de andere kant wordt er met miljoenen gestrooid.’ Je vraagt je wel eens af waar de politiek mee bezig is.’

‘Ach ja’, zei Hendrik-Jan. ‘Politici… Ze doen maar wat. Vroeger gingen mensen de politiek in omdat ze integere bedoelingen hadden en werkelijk iets voor hun land wilden betekenen. Tegenwoordig is de politiek een opstapje voor het bedrijfsleven waar ze elkaar alleen maar balletjes toespelen. Je kunt ze amper serieus nemen. Ik kan me nog herinneren dat mijn vader groot aanhanger was van D66. ‘Van Mierlo, dat is een man naar mijn hart’, riep hij altijd. Je ziet wat er van D66 overgebleven is. Het is alleen nog maar mannetje Pechtholt dat zichzelf het liefst hoort praten, vóór het koningshuis is, tégen een referendum en tégen het gekozen burgemeesterschap. Hans zou zich omdraaien in zijn graf als hij dit wist.’ Hendrik-Jan haalde zijn schouders op en ging verder met zijn sportpagina.

Afke roerde gedachteloos in haar koffie. ‘Vandaag koop ik een lot, zei ze uiteindelijk. ‘Een staatslot. Je weet maar nooit tenslotte.’

‘Moet je doen’, mompelde Hendrik-Jan zonder op te kijken. ‘Dan weet je zeker dat je in de maling genomen wordt.’

Opeens had Afke een enorme behoefte aan wat frisse lucht. ‘Ik ga even de Voorstraat op’, zei ze. ‘En misschien ga ik ook even naar Stella. Dat negatieve gedoe van jou altijd, bah.’

Ze trok de voordeur met een klap achter zich dicht. Hendrik-Jan keek haar verwonderd na. Even probeerde hij erachter te komen wat hij verkeerd gezegd had. ‘Zo zijn vrouwen’, besloot hij. Gelaten deze uitleg accepterend haalde hij zijn schouders op. Daarna ging hij verder met zijn krantje.