De Oppermarionet

Toen Afke ‘s ochtends aan Hendrik-Jan vroeg: ‘Wat ben je aan het doen lieve?’, had ze direct door dat ze die vraag beter niet had kunnen stellen. Ze kwam binnen van het winkelen op de Voorstraat, deed haar jas uit, zette haar handtas neer op de eettafel en zag Hendrik-Jan verwoed schrijven.