Bron: Wikimedia Commons

Zo, vandaag weer even wat serieus, we kunnen niet altijd lachen. Okay, eigenlijk kan dat wel maar soms iets serieus er tussendoor staat altijd interessant. Het zit namelijk zo: sinds bekend geworden is dat Big Brother ECHT bestaat denk ik constant aan het boek van George Orwell: 1984.

De man schreef het boek in 1948 en ik heb me de laatste dagen echt serieus afgevraagd: ‘HOE wist hij wat er allemaal zou gaan gebeuren?’ Je hebt van die mensen die jaren van tevoren over dingen, plaatsen en gebeurtenissen schrijven waarvan een ieder later denkt: ‘hoe konden ze dat toen weten?’ Zo heb je bijvoorbeeld de kaart van Piri Reis. De kaart is heel bijzonder omdat hij behoorlijk nauwkeurig getekend schijnt te zijn maar ook omdat Antarctica al op de kaart voorkomt terwijl dat continent pas 300 jaar later ontdekt zou worden.

George Orwell valt eigenlijk een beetje onder dezelfde categorie. Toen hij 1984 schreef had hij niet – of misschien juist wel – kunnen vermoeden dat anno 2013 Big Brother groot, groter en grootst zou zijn en wat we nu weten is misschien nog maar het topje van de ijsberg.

PRISM
George Orwell had een voorzienende blik. Hij kon begrippen als internet, Facebook en Google niet benoemen, simpelweg omdat die nog niet bestonden, maar hij begreep één cruciaal ding: hoe mensen in elkaar zitten. Nu zitten we dan met PRISM, de naam van een systeem waarmee de inlichtingendienst NSA toegang heeft tot ALLE gebruikersinformatie van diensten zoals Google, Microsoft, Skype, Apple en Facebook. Elke klik wordt nauwkeurig in kaart gebracht en de NSA weet misschien nog wel beter wie ik ben dan ikzelf.

We kunnen natuurlijk discussies gaan voeren in de zin van: ‘als je niets te verbergen hebt maakt het niet uit wat PRISM met al je gegevens doet.’ Die stelling klopt ook wel ja, alleen: ik wil toch graag het gevoel hebben dat mijn privacy gewaarborgd is. Met alles wat er nu gebeurt creëer je een situatie van totale willekeur. Straks mag ik Amerika niet in omdat ik bijvoorbeeld op een verkeerde website – in hun ogen althans – gekeken heb. Of wordt me hier in Nederland het leven zuur gemaakt omdat ik op mijn manier tegen het huidige beleid van de overheid protesteer.

Wie heeft bepaald dat PRISM mag? Is dit wettelijk allemaal gerechtvaardigd? Mijn grootste bezwaar van dit al is het stiekeme. We wisten dit niet. In een democratie hoor je dit te overleggen.

1984 gaat over Winston Smith, een man die een dagboek koopt (heden ten dage te vertalen in: een man die een blog bijhoudt) en hierin zijn gedachten op begint te schrijven. Gedachten zijn volgens hem het enige wat de Partij niet van hem af kan pakken.

‘Ze kunnen niet in je binnenste komen’ luidt een van de zinnen ergens in het boek.
Met de wetenschap van nu kun je maar één ding concluderen: dat is niet waar. Ze kunnen WEL in je binnenste komen. Dat gebeurt nu al.
Big Brother is watching us. More and more.
En ik word daar niet vrolijk van.

P.s.:
Ik ga vanaf heden proberen me niet meer kritisch uit te laten ten aanzien van de overheid. Wat voor overheid dan ook, waar ook ter wereld. Uiteindelijk blijft er toch maar één Grote Overheid over.

P.s. II:
Nu ik erover nadenk: eigenlijk durf ik dit stukje niet eens op m’n blog te plaatsen… Is het niet AL te kritisch???

‘De kogel waar hij al die tijd naar had verlangd drong zijn hersens binnen. Maar het was goed zo, alles was goed. De strijd was gestreden. Hij had de overwinning op zichzelf behaald. Hij had Grote Broer lief.’