Blog Archives

De Onbekende Man

Bron: PixabayVrijdag 24-03
Lief dagboek,
Terwijl ik dit schrijf denk ik aan de Onbekende Man die nu ergens naar tv zit te kijken of achter zijn computer zit en misschien bij zichzelf denkt: ‘Waar heb ik dit allemaal aan verdiend’. Deze zin klinkt wat vaag he? Ja, ik begrijp het. Ik ga het uitleggen. Ik liep vanmiddag ter hoogte van Anna Casparii achter een moeder en een dochter en terwijl ik gedachteloos achter ze aan sjokte hoorde ik de dochter opeens vragen: ‘Ja maar mam: wat vindt papa daar nou van?’
Moeder wierp dochter met grote ogen een zijdelingse blik toe en snoof, gelijk een dolle stier: ‘Wat vindt papa ervan? Wat vindt papa ervan???’ op een toon die aan duidelijkheid niets te wensen overliet: wat papa ervan vond was totaal onbelangrijk. Arme Onbekende Man.

Zaterdag 25-03
Franse ex-schoonfamilie is in het land. Met z’n allen een tocht door Friesland gemaakt en de kreten van verrukking waren niet van de lucht bij het passeren van Hindeloopen, Workum, Makkum en ga zo maar door. Ex-schoonmaman vertelde dat de luchtvervuiling in Parijs op sommige dagen zo heftig is dat auto’s op kenteken moeten rijden.
‘Op de ene dag mogen auto’s met een kenteken dat begint met een 3 rijden, dan weer een kenteken dat begint met bijvoorbeeld een 4′ vertelde ze. Verschrikkelijk. Dan zitten we hier in Harns qua frisse lucht toch stukken beter. Nee nee nee, ik ga niet wéér over die afvaloven beginnen. Dat zou flauw zijn.

Zondag 26-03
Uitgeslapen. Ex-schoonmaman (ja, die ‘N’ heb ik er expres achter gelaten) logeerde hier en we hebben tot laat nog aan de wijn gezeten en gebabbeld.

Tosti gebakken van bloemkool. Garneerde hem vervolgens met Alfalfa en humus. Had gisteren op de markt ook zalmbuik gekocht en had dus bord met allemaal gezonde dingen. Man keek met ogen van afgrijzen toe. Moet toch eens een manier zien te vinden om hem ook bloemkooltosti’s te laten eten, weet zeker dat hij op den duur de smaak wel waardeert.

Man van vriendin M. is verbijsterd. ‘Wat ik gisteravond aan voetbal op tv heb gezien grenst aan het ongelooflijke’ vertelde hij. ‘Ik heb in mijn jonge jaren wel eens geëxperimenteerd met paddo’s maar ik begon te hallucineren. Gisteravond was ik even bang dat zij – met een hoofdknik naar M. – iets in m’n eten had gedaan – ik dacht werkelijk dat ik weer aan het hallucineren was. My God zeg – deze wedstrijd was erger dan de ergste bad trip.’
‘Paddo’s’ herhaalde M. dromerig. ‘Je brengt me wel op een idee’. Ze glimlachte vilein.
‘Had je dat dan nog niet?’ vroeg ik.
Man van M. bekeek ons wantrouwig.

Maandag 27-03
Het is nu 19.30 uur ‘s avonds. De zon schijnt nog steeds, het was een prachtige dag. Nee, dat zeg ik niet goed. Deze dag begon als een prachtige dag maar ontaardde al gauw in een regelrechte hel voor de mensen die ermee te maken kregen. Ik heb het natuurlijk over het spoorwegongeluk bij de Oude Trekweg dagboek. Ik had tranen in mijn ogen toen ik het hoorde en was voor de rest van de dag van slag. Met dochter, die hier een nachtje logeert, hadden we het er aan tafel over en we vroegen ons af: als er een God is, waarom dan toch telkens weer dit leed? Waarom dan toch zoveel ellende? Wens de nabestaanden heel, heel veel sterkte en kracht.

Dinsdag 28-03
Spul naar de Kringloopwinkel gebracht. Nee, niet die bij het station natuurlijk, waar ik laatst EEN euro mocht betalen toen ik vroeg of ik even mocht telefoneren. Heb twee volle vuilniszakken met kleding weggebracht en vraag me nu alweer af of het wel verstandig was spullen weg te doen waarvan ik opeens allerlei mogelijkheden zie. Zo irritant dit.

Makreel gebakken. Telkens had ik het idee dat ik het kattenluikje hoorde klepperen – Sushi was dol op makreel. Wist nooit hoe ze wist dat ik het in huis had; op het moment dat ik de verpakking opende kwam ze er hard aanhollen. Het is nog steeds vreemd zonder haar.

Woensdag 29-03
Volgens oom H. is het plan van de VVD om het vakantiegeld van mensen in de bijstand af te pakken de zoveelste smerige bezuinigingsmaatregel.
‘Het IS geen vakantiegeld’ gromde hij. ‘Die mensen kunnen daar heus niet van op vakantie. Het is geld waarmee ze eindelijk eens een wasmachine kunnen kopen. Of een ijskast. Het vakantiegeld is onderdeel van de uitkering en als ze er vanaf willen moeten ze de uitkering verhogen, zo simpel is het.’
‘We gaan het de komende 4 jaar toch niet constant over Rutte hebben hè?’ vroeg buuf Annie (zijn vriendin) angstig. ‘Dat zie ik namelijk echt niet zitten.’
Oom H. beet nadenkend op de binnenkant van zijn wang.

Donderdag 30-03
Met vriendin G. (die in een scheiding zit) pizza gegeten. ‘Je weet wat Ivana Trump zei bij haar scheiding’ zei ik. ‘Don’t get mad. Get everything’.
Vriendin G. knikte. ‘Ik had eigenlijk geen scheiding gewild maar zijn gedrag is onacceptabel. De ene na de andere rottige opmerking krijg ik naar m’n hoofd geslingerd. Het vervelende is: hij wil…’ en ze vertelde hoe hij poogde haar het huis uit te krijgen.
‘Wat hij wil is niet belangrijk’ interrumpeerde ik G. ‘Het gaat erom wat JIJ wil. Wat JIJ wil is belangrijk’.

Terwijl vriendin G. verder vertelde dacht ik aan afgelopen vrijdag, aan de moeder, de dochter en de Onbekende Man. Opeens – ik weet niet hoe het kan dagboek – had ik helemaal niet meer zoveel medelijden met hem.

 

De Man met de Helm

Bron: PixabayIk hoor stemmen, zei de man aan de ontbijttafel.
Stemmen? zei de vrouw. Ze keek ongerust.
Ja, stemmen, herhaalde de man. Ik wilde het eerst niet zeggen maar ik hoor ze al een hele tijd.
Ze zuchtte, de vrouw. Wat voor stemmen hoor je dan?
Allerlei stemmen, zei hij. Honderden stemmen die dingen zeggen. Die lachen, fluisteren. Ik hoor ze maar ik versta niet wat ze zeggen. Begrijp je wat ik bedoel?

Nou en of, wilde de vrouw sarcastisch antwoorden maar ze deed het niet. In plaats daarvan brak ze haar knäckebröd doormidden en knabbelde erop, zonder er iets op te smeren.

Hoe lang hoor je die stemmen al? vroeg ze.
Net wat ik zeg, zei de man. Al een hele tijd. Hij boog zijn hoofd en keek naar beneden. Het was duidelijk dat hij het moeilijk vond erover te praten. Al een paar weken hoor ik stemmen en ze zwijgen niet, wat ik ook doe.
De vrouw zweeg. Ze keek naar buiten. Het was een mooie voorjaarsdag maar op de een of andere manier leek het alsof er een donkere wolk boven hen hing.

En nu? vroeg ze uiteindelijk. We zullen naar een dokter moeten, je kunt niet rond blijven lopen met die stemmen.
Daar wilde ik het over hebben met je, zei hij. Ik heb namelijk iets ontdekt.
Ze keek hem aan. Wat heb je ontdekt?
Ik heb ontdekt… Hier aarzelde hij.
Toe maar, moedigde ze hem aan.
Ik heb ontdekt dat ik geen stemmen hoor als ik m’n helm op heb.
Ze fronste haar wenkbrauwen. Dan hoor je geen stemmen?
Nee. De man keek verheugd. Dan is het allemaal heel normaal. Stil. En omdat ik die stilte zo fijn vind wilde ik aan je vragen…
Nou?
Wilde ik aan je vragen of je het erg vindt als ik zo af en toe die helm op heb.

Hier moest ze even over nadenken, de vrouw. Dat is goed, zei ze uiteindelijk. Ze had het nog niet gezegd of hij sprong op, rende naar de garage en kwam terug met zijn zwarte integraalhelm op zijn hoofd. Het was geen gezicht. Hij had zijn pyjama nog aan en terwijl de vrouw hem monsterde besefte ze dat met elkaar praten wel lastig was op deze manier.
Ben je ook van plan die klep voor je ogen omlaag te houden? zei ze. Het was een donkere klep en ze zag zijn ogen niet.
Alleen dan is het helemaal stil, hoorde ze hem zeggen. Zijn stem klonk ver weg onder die helm.
De vrouw knikte, stond op en ruimde de ontbijttafel af. Daarna ging ze afwassen. De man pakte de krant, zocht een plekje op in de zon en begon te lezen.

Na een dag of wat kreeg de vrouw een onbehaaglijk gevoel. Zelfs in bed hield hij de helm op.
Ik kan prima zittend slapen, verzekerde hij de vrouw. Niets aan de hand, echt. Bovendien: ik ben dolblij met die stilte, dat wil ik graag zo houden.

Na twee weken onafgebroken met de helm rondgelopen te hebben vond de vrouw het welletjes.
Dat ding moet af, eiste ze. Dit wordt een smerige bedoening zo. Je wast je haar niet, je kunt je gezicht niet schoonmaken – laten we nu in Godsnaam weer eens normaal doen.
De man schudde met zijn hoofd. Nee. Zelfs als ik de klep ook maar een heel klein beetje omhoog schuif dan hoor ik de stemmen weer, zei hij.

Na twee maanden had ze er genoeg van, de vrouw. Die helm gaat NU af, zei ze. NU onmiddellijk. Anders bel ik de huisarts en zorg ik ervoor dat je opgenomen wordt. Hier gaan we iets aan doen, hoor je me? We gaan hier NU werk van maken want dit kan niet meer.
De man knikte bedachtzaam. Mag ik eerst de klep omhoog schuiven? Om te oefenen? Om te kijken hoe hard de stemmen zijn?
Dat is goed, zei de vrouw toegeeflijk.

Langzaam schoof de man de klep omhoog. Een smerige lucht kwam haar tegemoet en ongelovig staarde ze naar de klep. Hij had hem nog maar een centimeter of twee open geschoven en nu al deze stank – wat moest dat dan straks wel niet worden?
Ik hoor niets, zei de man tevreden. Ik hoor in elk geval geen stemmen.
Doe die klep omhoog, zei de vrouw. Ze kreeg een naar gevoel.

De man schoof de klep omhoog. Tergend langzaam, centimeter voor centimeter.
De vrouw keek naar het gezicht van de man. Ze kon niets zeggen. Onbeweeglijk bleef ze kijken, zich opeens bewust van haar hart dat in een gekmakend ritme in haar slapen dreunde. Dit kan niet dacht ze. Dit kan niet maar terwijl ze het dacht wist ze dat het toch werkelijk zo was. Ze keek naar het gezicht dat vanachter de klep tevoorschijn kwam. Op de plek waar ooit zijn wangen hadden gezeten hingen nu grauwe lappen vlees en de lippen waren weggevreten.

Ik hoor niets, zei de man tevreden terwijl hij aanstalten maakte de helm af te zetten. Volgens mij hebben die twee maanden me goed gedaan.
De vrouw merkte dat ze nauwelijks kon ademhalen. Het zweet gutste over haar lichaam en ze had het gevoel dat haar hersens in brand stonden.
De vrouw wilde gillen. Ze wilde gillen: doe alsjeblieft die helm niet af – doe in Godsnaam die klep dicht en maak me wakker maar ze was haar stem kwijt en terwijl ze wist dat ze wilde gillen, terwijl ze in een mist van waanzin registreerde hoe haar man de helm afzette waardoor zijn bijna totaal weggevreten hoofd tevoorschijn kwam, terwijl ze besefte dat ze nog heel even dacht: de hel komt niet in het hiernamaals – de hel is NU werd ze zich opeens pijnlijk bewust van een schaterende lach ergens in haar brein, van een nieuwe, bulderende lach die erbij kwam en terwijl de vrouw verwilderd met haar hoofd begon te schudden om het gelach dat ze hoorde kwijt te raken, terwijl ze als een gek haar vingers in haar oren propte, terwijl het in het hoofd van de vrouw opeens een kakofonie van geschreeuw, gegil, gefluister en gelach was hoorde ze haar man geruststellend zeggen: als jij ooit stemmetjes mocht horen, wees niet bang. Met deze helm ben je er zo vanaf.

Category: 02 - Fictie  17 Comments

Dag lieve Sushi

Sushi en zijn zusjeLief dagboek,
Ik heb geen tijd om te schrijven. Echt niet. De wil is er wel maar de tijd ontbreekt aan alle kanten. Daarom houd ik het nu ultrakort. Ik ga eerst beginnen met te vertellen dat onze Sushi eergisteren naar de poezenhemel vertrokken is. Sushi, onze kleine terrorist. Ons katje dat, jaar in jaar uit, ons dacht te verblijden met dode muizen, ratten, kikkers of vogels is nu op de eeuwige jachtvelden aan het jagen en we zijn verdrietiger dan we hadden verwacht. Dag lieve Sushi. We zullen je gekrijs op de vroege ochtend voor de slaapkamerdeur missen. De diepe groeven en krassen die je met je klauwen aan de onderkant van de deur maakte in een poging die met fors geweld open te rukken zullen we koesteren en het zal lang duren voordat we zonder angst de kledingkast durven te openen – de keren dat jij er onverwacht uitsprong en ons, je argeloze baasjes, daarmee de stuipen op het lijf joeg zit er de komende tientallen jaren nog goed in. Ja Sush, we wisten dat je ooit zou moeten gaan maar toch, maar toch… toen het eenmaal zo ver was was het veel te vroeg. Wat zullen we je missen – wat missen we je nu al.

Natuurlijk zou ik het nu over politiek kunnen hebben dagboek. Of over een heerlijk recept dat ik tegenkwam: een tosti van bloemkool belegd met geitenkaas. Maar ook daar heb ik geen zin in. Ik wil op tijd naar bed en ben een beetje gaar. Daarom gewoon een klein verhaaltje uit de losse pols:

Op de boot naar Harlingen
De overtocht met de Koegelwieck duurde nooit zo lang maar ditmaal had ‘ie, wat Peter betrof, dagen mogen duren. Hij zat namelijk naast het allermooiste meisje dat hij ooit had gezien en er was zo een ongelooflijke klik, zo een wonderlijke chemie: het kon niet anders dan liefde zijn. Het was letterlijk alsof de bliksem in was geslagen en hij wist dat zij het ook zo voelde.
Dit is dus liefde op het eerste gezicht, constateerde hij en hij verbaasde zich erover dat het:
a – zo goed voelde en
b – hem overkomen was. Hij had namelijk altijd geroepen dat hij daar niet in geloofde maar moest je hem nu eens zien!

Ze woonde in Maastricht vertelde ze. Peter rekende direct praktisch uit hoeveel reistijd ze wekelijks kwijt zouden zijn. Harlingen lag daar namelijk een behoorlijk eind vandaan.
Dat zien we binnenkort wel, besloot hij. Ik kan verhuizen, zij kan verhuizen – dat zijn uiteindelijk maar details.
De boot arriveerde veel te vlug in Harlingen. ‘Snel zijn we er hè?’ zei ze. Ze klonk wat verdrietig.
‘Waarom ga je niet met me mee naar huis?’ vroeg hij, verbaasd over zichzelf. Zo brutaal was hij anders nooit maar met haar was het vertrouwd. Niets was vreemd of raar.
Ze leek het een heel normale vraag te vinden maar ze kon niet. ‘Ik heb morgenochtend een heel belangrijke afspraak’ vertelde ze.
Peter knikte begrijpend en klapte zijn mobieltje open. ‘Geef even je nummer, dan bel ik je later’.
Hij noteerde haar naam en nummer – ‘Anna, m’n nummer is 06…’ – en omhelsde haar vervolgens innig.
Toen moest ze rennen. Hij bood nog aan om poffertjes te eten maar nee, dat ging ook niet. ‘Ik moet echt de trein halen!’

Hij ging mee naar de trein en omhelsde hij haar. Ze hielden elkaar vast tot aan de deur.
Hij zwaaide haar uit en toen hij naar huis liep was het alsof hij op een grote roze wolk naar huis voortgedreven werd.
‘Dit is liefde!’ jubelde het in zijn hart. ‘Dit is de liefde waar ze het in boeken en films altijd over hebben.’

Toen Peter haar een paar uur later belde bleek het nummer niet te bestaan.

——————–

Arme Peter. Volgende keer moet ik misschien een happy end bedenken. Dit is al met al ook wat zielig. Kon me er op de een of andere manier niet toe zetten, een happy end. Zelfs een pakkende slotzin voor dit stukje kan ik niet bedenken. Het zal misschien te maken hebben met Sushi. Ja, dat zal het zijn.

Een Schitterend Vooruitzicht

Bron: PixabayLief dagboek,
Vorige week sloot ik af met het verhaal van dochter die bij de spoedeisende hulp zat. Na uren en uren daar gewacht te hebben (‘een derdewereldland is er niets bij’ aldus vriendin M.) werd het uiteindelijk duidelijk dat het niets dramatisch was. Gewoon flink gekneusd en God zij dank niet het Tibiaplateau-verhaal waar ik zo bang voor was. Ik ben dus voor niets in een paar uur tijd weer honderd jaar ouder geworden. Lekker dan. Hoe dan ook, het is weer hoog tijd voor m’n dagboek:

Vrijdag 10-03
Volgens oom H. is de kans groot dat Rutte wint. ‘Hij is zoveel aan het beloven op dit moment, ik weet zeker dat hij ermee wegkomt’ mompelde hij.
‘Van mij mag ‘ie, die jongen heeft een vrolijk koppie’ glimlachte buuf Annie (zijn vriendin) vertederd. Oom H. keek haar aan met een donkere blik. ‘Als hij nou eindelijk eens ophoudt met het graaien in die pensioenpot vind ik alles best’ besloot hij uiteindelijk.

Zaterdag 11-03
‘Vandaag eten we quesadillas‘ zei ik opgewekt tegen man. ‘Ik ga zelf wraps maken van spelt- en boekweitmeel en een vulling van spinazie met gehakt.’
Man luisterde aandachtig toen ik dit vertelde. Daarna ging hij even weg. Toen hij weer thuiskwam bleek hij een grote boerenkoolstamppot voor zichzelf gekocht te hebben.

Rellen in Rotterdam. Ik heb eigenlijk niet zoveel zin om hier teveel woorden aan vuil te maken. Misschien ga ik er toch één ding over zeggen: het is treurig.

Zondag 12-03
Ik blijf me verbazen over de vreemde conversaties die ik soms opvang dagboek. Neem nu het gesprek van vandaag. Ik zat weer ‘bij de boot’ en terwijl ik wachtte op vriendin L. volgde ik het gesprek van twee vrouwen achter me: ‘Ze haat iedereen die slank is. Op de begrafenis van mijn broer wilde ze niet eens naast me zitten – toen ik bij haar ging zitten stond ze op en liep weg. Ze vertelde de volgende dag dat het te maken had met iemand anders aan tafel maar we wisten beiden dat dat niet waar was. Ik was te slank. En om niet-slank naast me zitten vond ze onverdraaglijk.’
‘Ze is een gemeen varken’ knikte de andere vrouw. ‘Een gemeen vermomd varken.’
Het klonk niet aardig maar toch moest ik inwendig grinniken.

Val tegenwoordig in slaap met luisterboeken. Heerlijk. Op dit moment ben ik bezig met Alice in Wonderland. Hoop dat ik vanavond langer in staat ben wakker te blijven. Wil nu wel eens weten hoe die valpartij van Alice afloopt.

Maandag 13-03
Stamroos geplant – nu gaan we toch echt weer richting lente, heerlijk. Smoothie van gestoomde broccoli gemaakt – ‘ik hoef niet, dank je feestelijk’ (aldus man) – en gebeld met vriendin G. die nog steeds niet helemaal begrijpt dat haar huwelijk echt voorbij is. ‘Bij elk gesprek hoop ik ergens nog steeds dat hij zegt aan ONS te willen werken’ zei ze. ‘Het KAN toch niet dat hij zomaar 20 jaar weggooit?’
Arme G.

‘s Avonds naar het debat gekeken. Kwamen geen nieuwe dingen uit.

Woensdag 15-03
De Turkije-rel gaat maar door – ik vind het wel wat wonderlijk. Is dit echt omdat Erdogan witheet is dat hij niet bij de EU mag?
‘Misschien denkt hij: als ik niet goedschiks bij de EU mag dan maar kwaadschiks de EU overheersen’ zei vriendin M. vanmiddag bezorgd. ‘Dit zou wel eens een langdurige kwestie kunnen worden.’
‘Welnee’ waaide man van M. haar zorgen weg. ‘Negeren. Dat is alles. Hier totaal niet op ingaan.’
Tja. Ben, net als M., ook wel beetje bezorgd.

23.05 uur. Was van plan de hele avond naar tv te kijken in verband met verkiezingsuitslag maar nu uitslag vrij duidelijk is zit ik achter pc met havermoutmasker op. Schijnt erg goed te zijn.

Donderdag 16-03
Rutte heeft, ondanks zijn zetelverlies, inderdaad gewonnen dagboek! Het was misschien met wat hulp vanuit Ankara maar dat mag de pret niet drukken. Nou hoop ik toch echt dat hij waarmaakt wat hij ons tijdens zijn campagne allemaal voorspiegelde. Ik heb hem bovendien de laatste tijd zo vaak horen zeggen dat ‘het land er beter voor staat’ en dat ‘na zware bezuinigingsjaren de tijd is aangebroken om onze koopkracht te verbeteren’ – ik ben er nog in gaan geloven ook.

Ik zou dus zeggen: hoppa, aan de slag! Met deze groeiende economie moeten we vooral niet stil blijven zitten. Dat zou zonde zijn. Eerlijk is eerlijk dagboek: ik zie het rooskleurig in. Laat de welvaart nu maar komen. Ik kan niet wachten om aan de slag te gaan met mijn ‘verbeterde koopkracht’.

De Man die Honger Had

Bron: PixabayHet was een mooie vooravond ergens in de lente toen Deborah naar Mark keek die haar, zonder haar te zien, met een vreemde glimlach voorbij liep.

Hij lijkt gekalmeerd, dacht ze. Hij is in elk geval niet meer zo kwaad als net. Ze sloot haar ogen en dacht aan de verschrikkelijke ruzie van een half uur geleden. Aan het moment dat Mark thuiskwam van zijn werk en zij, Deborah, hem vertelde dat ze wéér niet gekookt had.

‘Ik dacht: misschien kunnen we gezellig uit eten’ had ze lieftallig gemurmeld terwijl ze zich tegen hem aandrukte.

Mark had niets gezegd. Niet direct in elk geval. Hij had zich losgemaakt uit haar omhelzing, was naar de keuken gelopen en had alle potten en pannen die hij maar kon vinden op het aanrecht gesmeten.

‘Heb je verdomme énig idee wat hier de bedoeling van is??’ krijste hij vervolgens. Ze had hem nog nooit zo kwaad gezien.

‘Liefje’ stamelde ze. Ze voelde zich opeens bespottelijk in haar ultrakorte zwarte jurkje op hoge naaldhakken en iets zei haar dat het beter was niet tegen deze kwaadheid in te gaan.

Probeer schuldbewust te kijken, hield ze zich voor. Des te sneller is hij gekalmeerd. Misschien kun je ook nog bevallig een traantje plengen.

Mark bleek ongevoelig voor de schuldbewuste blik en ook het traantje dat charmant naar beneden rolde deed hem niets. Hij bleef maar foeteren. Ja, het was waar: Mark had al eerder gezegd dat hij het leuk zou vinden als ze wat vaker zou koken – ‘je zit tenslotte de hele dag thuis’ – maar dat was nou juist het probleem. Hij wíst dat ze niet van koken hield. Dat ze niet van het huishouden hield. Hij wist dat ze een luxe vrouwtje was en dat hij nu begon te klagen vond ze eigenlijk een beetje oneerlijk.

Terwijl hij nog steeds boven de potten en pannen stond te razen gebeurde er iets. Het was vreemd. Het leek alsof er iets in zijn hoofd knapte: midden in een zin zweeg hij, kreeg opeens een glazige blik en begon wonderlijk te glimlachen. Deborah was opgelucht. De ruzie was voorbij. Misschien konden ze later toch nog gezellig uit eten.

Dat was een half uur geleden. Toen deed zich een nieuwe situatie voor die ze moest zien op te lossen.

Zal ik iets zeggen? vroeg ze zich af toen hij weer langs haar liep. Hij had nog steeds dezelfde vreemde blik. Zal ik vragen of het wel met hem gaat? Of hij wel weet wat hij doet? Ik moet het voorzichtig aanpakken – ik wil hem niet weer kwaad maken. Het leek zojuist alsof alle stoppen definitief bij hem doorsloegen, beangstigend gewoon.

Heel in de verte hoorde ze de hond van de buren (die een kilometer verderop woonden) blaffen en verder was het doodstil. Ze waren buiten op het grote terras en ze rilde. Het werd frisjes.

‘Waar ben je in Godsnaam mee bezig?’ vroeg ze uiteindelijk terwijl ze zijn blik probeerde te vangen.
‘Dat zie je’ antwoordde hij zonder op te kijken.
‘Ik zie wat je aan het doen bent ja’ zei ze. ‘Maar ik bedoel: wáár ben je mee bezig??’
‘Ik heb honger.’ Nu keek hij op. Hij glimlachte zowaar.
‘Ja, maar als je honger hebt…’ Ze zweeg. ‘Er ligt toch nog wel iets in de ijskast?’
Hij keek op. ‘Ik heb de hele dag hard gewerkt – ik wil gewoon een warme maaltijd Deborah.’
‘Er is nog een halve pizza over van eergisteren – die kan ik toch opwarmen?’
‘Ik wil een warme maaltijd. Ik wil iets vers, niet een oude opgewarmde pizza.’

‘Maar waarom… waarom…’ Ze kon niet verder praten. Langzaam drong het tot haar door dat hij geen grapje maakte; aan de waanzinnige blik in zijn ogen te zien was het hem beslist menens. Ergens in haar hoofd rinkelden tientallen alarmbellen op de allerhoogste toeren en ze had het gevoel dat haar hersens uit elkaar zouden spatten.
‘Waarom…’ Ze fluisterde. Het klonk als een vreemd, reutelend geluid. Op de een of andere manier had haar stem het begeven.
‘Omdat ik zin heb in een lekker stuk vlees Deborah’ zuchtte Mark vermoeid. Hij legde nog wat hout onder de grote ketel waarin Deborah geboeid stond. ‘Ik heb zin in een goed stuk vlees en – ik hoop niet dat je het raar vindt klinken lieverd: dat vlees van jou is me altijd uitstekend bevallen.’

—————————–

Dit verhaal is ook gepubliceerd op Hoe Vrouwen Denken

Category: 02 - Fictie  9 Comments

Over Kleine Kindjes & Zorgen

Bron: PixabayLief dagboek,
Terwijl ik dit schrijf zit dochter in Groningen bij de spoedeisende hulp omdat ze een behoorlijke smak gemaakt heeft en er nu foto’s van haar been genomen worden. ‘Het zou kunnen dat het een breuk is van het Tibiaplateau‘ had de arts gezegd en even Googelen naar wat dit betekende maakte me niet blij. Ik wil bij m’n kind zijn! Waaaahh!! (dit is het geluid van een huilende moeder). Ik zei nog ZO tegen haar toen ze op kamers ging: ‘Zou je niet liever thuis blijven wonen?’ maar de blik die ze me daarop toewierp was onbeschrijfelijk. Enfin, vol spanning wachten we de uitslag van de foto’s af. In die tussentijd kan ik iets aan m’n dagboek doen, dat moet ten slotte ook gebeuren.

Vrijdag 03-03
In het kader van kinderlogica hoorde ik laatst van vriendin T. zoiets leuks dagboek, ik moet het beslist opschrijven. Vriendin T. was de badkamer aan het schoonmaken en haar dochtertje van een jaar of vier was bij haar in de buurt.
‘Ik zag dat ze probeerde een van de flessen open te draaien’ vertelde T. ‘Daar zit een veiligheidsslot op lieverd’ zei ik. ‘Dat is om ervoor te zorgen dat kindjes de fles niet open kunnen maken.’
Dochtertje had nadenkend gekeken. Toen zei ze opeens: ‘Maar hoe weet de fles nou dat ik een kindje ben?’

Zaterdag 04-03
Ouders zijn net gekomen met paar kilo sopropo. Ze liggen nu op het aanrecht en ik ga ze straks direct klaarmaken. Het water loopt me bij de gedachte alleen al in de mond. (Wat is dat eigenlijk een onsmakelijke uitdrukking).

23.38 uur. De sopropo was heerlijk.

Zondag 05-03
Met ouders bij de boot gezeten – het was prachtig weer. Daarna glaasje wijn gedronken bij oom C. die vorig jaar in Harlingen is komen wonen.
‘s Avonds met ouders gescrabbeld. Tijdens het spel kreeg ik berichtje van vriend P. (de filosoof): ‘Weet je dat er elk jaar gemiddeld tussen de 160.000 en 200.000 kinderen geboren worden?’
We hadden net een discussie over het woordje ‘Geefs’ – volgens de mannen was het goed maar moe en ik waren tegen.
‘Nou en?’ appte ik terug.
‘Dat betekent dat er elk jaar een stad als bijvoorbeeld Apeldoorn bij komt’ appte P. terug.
Moest er later tijdens het spel een paar keer aan denken.

Maandag 06-03
Op kraamvisite bij ex en z’n vrouw, ze hebben een prachtig dochtertje gekregen. Dochter heeft er nu dus een halfzusje bij. Het blijft ontroerend, die kleine vingertjes en die kleine teentjes.

Woensdag 08-03
Oom H. en buuf Annie (zijn vriendin) kwamen eten. ‘Onze Grote Leider probeerde zich er gisteravond weer gemakkelijk vanaf te maken hè?’ zei oom H.
We hadden het over de uitzending van Pauw & Jinek waarbij Rutte geconfronteerd werd met Terecht Zeer Boze Groningers. ‘En maar roepen dat het oppompen van gas niet radicaal verminderd kan worden omdat we anders wel eens met z’n allen in de kou zouden kunnen komen te zitten.’
Oom H. schudde mistroostig zijn hoofd. ‘Hij kan toch nadenken? Stop in elk geval met het uitverkopen van ons gas aan het buitenland, dat scheelt al een hele hoop. En laten ze dan in Godsnaam eens beginnen met het compenseren van de getroffen Groningers. Het is zeldzaam schofterig wat ze die mensen Willens & Wetens aangedaan hebben.’
‘En nog steeds aandoen’ vulde buuf Annie aan.

Donderdag 09-03
‘Ik denk dat ik maar op DENK ga stemmen’ zei man van vriendin M. toen ik even bij hen was.
‘Doe dat’ gaapte vriendin M.
‘Vroeger stemde ik SP weet je dat?’ Man van M. keek naar mij. ‘SP stemde je als je een Boze Bezorgde Burger was. Tot mijn spijt moet ik constateren dat ik dat niet meer ben.’
Vriendin M. proestte het uit. ‘Jij? Jij niet meer een Boze Bezorgde Burger??’
‘Ik ben nu een Cynische Bezorgde Burger’ verduidelijkte man van M. ‘Dat word je vanzelf als je jarenlang aankijkt tegen iemand die al z’n geloofwaardigheid verloren heeft.’

Ga dochter bellen die nu nog steeds op de spoedeisende hulp zit. Al bijna vier uur lang. Dat schiet dus lekker op. Kom steeds meer tot de ontdekking dat het waar is wat ze zeggen: ‘Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen.’
‘En nóg grotere kinderen nóg grotere zorgen’ zegt moe altijd.
Dat wordt nog wat dus. Brrrrrr.

De Vinger van Oom H.

Bron: PixabayVrijdag 24-02
Lief dagboek,
00.25 uur. Weet je wat ik nou zo vreselijk vind? Dat ik steeds slechter tegen wijn kan. Dronk ik vroeger moeiteloos een literfles achter elkaar leeg zonder daar ook maar iets van te merken, nu heb ik al last van drie glaasjes. Wat is dat toch? En zou het ook een reden zijn om hiermee naar de huisarts te gaan? Ik vind het een beetje zorgwekkend. Ik kom erop omdat we vanavond bij vriendin M. (andere M.) en haar man waren en ik de drie glazen wijn die ik daar gedronken heb echt een beetje voel. Ik zal dit goed in de gaten houden, dit is niet de bedoeling.

Nog even en dan hebben we de Verkiezingen! Spannend.

Zaterdag 25-02
Het is niet te geloven maar ik had zelfs een soort van katterig gevoel vanochtend. Het wordt steeds belachelijker.

Vriendin M. en haar man hadden ruzie. ‘Hij voelde zich beledigd toen ik tegen hem zei: wordt het geen tijd dat je eens een nieuw scheermesje gebruikt? Je ziet eruit alsof je door een groep hondsdolle boskatten bent aangevallen’.
Ondanks het feit dat ik moest glimlachen begreep ik de lichte irritatie van echtgenoot van M. wel. ‘Wat antwoordde hij?’ informeerde ik.
‘Hij begon onsamenhangend te schreeuwen’ grinnikte M. ‘En hij werd nog kwader toen ik zei: ‘Grappig: als je zo begint te schreeuwen denkt ik altijd: och gut, wat zielig – hij zit communicatief weer helemaal vast, de stakker’.

21.15 uur. Ik zag dat de VPRO een enorm leuke campagne gelanceerd heeft dagboek. In het kader van: hoe helpen we de – bijna totale – verloedering een handje hebben ze bedacht dat het leuk zou zijn om ons te verblijden met posters van Pippi Langkous die haar middelvinger opsteekt. Als hiermee het ledenaantal niet tot een ultieme recordhoogte stijgt weet ik het niet meer. Tjonge jonge.

Maandag 27-02
En dan nu weer in een kader maar dan in dat van ‘Normen & Waarden': vanochtend las ik een verheugend nieuwtje: Ballast Nedam heeft jarenlang steekpenningen gegeven aan Saudische koningen. Hulde Ballast Nedam! En wij maar denken dat het vooral aan Bernhard voorbehouden was zich bezig te houden met steekpenningen. Hij zal wel gedacht hebben toen het uitlekte en het Lockheed-schandaal geboren werd: het is niet eerlijk, ze doen het allemaal.

Zojuist gekeken naar Pauw & Jinek. Vond Jinek wel klein beetje fel. Jammer. Zo hoeft het nou ook weer niet.

Dinsdag 28-02
Naar Leeuwarden met vriendin G. De scheiding is er nog steeds niet door en G. blijft maar in de afwachtende modus zitten. Achter ons in het restaurant waar G. en ik een kopje koffie gingen drinken zaten twee mannen. ‘Ik weet werkelijk nog niet of ik ga stemmen’ zei een van de mannen. ‘Het probleem is: stemmen is net als een huwelijk. Wie je ook kiest, het wordt uiteindelijk toch rotzooi’.
G., die het ook hoorde, glimlachte droevig en keek naar beneden.

Donderdag 02-03
‘Wist je’ zei oom H. vandaag, ‘dat Amerika bijna 10 keer zoveel uitgeeft aan bewapening als Rusland? En maar roepen dat we zo ontzettend bang moeten zijn voor Poetin. Er is iets dat enorm stinkt maar ik krijg de vinger er maar niet op’. Oom H. kneep zijn lippen op elkaar. Net toen hij zijn mond opendeed om weer wat te zeggen zei buurvrouw Annie (zijn vriendin): ‘Ik vond Jinek wel wat fel maandag en dinsdag. Eigenlijk vond ik het tegen het onbeschaafde aan. Zo hoeft het nou ook weer niet’.
‘Grappig’ zei ik. ‘Ik dacht precies hetzelfde’.
Oom H. haalde zijn schouders op. ‘Typisch een gevalletje van: ‘Nu ga ik me eens even heel goed profileren’. Dat heb je met sommige vrouwen. Hormonaal zal ze misschien ook wat in de war geweest zijn’.
Er viel een grimmige stilte. Oom H. grijnsde schaapachtig. ‘Die Jacques Tichelaar is toch afgetreden hè’ probeerde hij het gesprek een andere wending te geven. Het lukte ook nog, al was het alleen maar omdat buurvrouw Annie het ‘best wel sneu vond voor de man’ en oom H. zich dáár vervolgens weer mateloos over opwond.

Toen ze weg waren en ik m’n dagboek afmaakte dacht ik, m’n tekst overlezend: zou het werkelijk zo zijn dat macht corrumpeert? Ik merkte dat ik begon te glimlachen dagboek, en ik kwam tot de conclusie: het is niet interessant of macht nu wel of niet corrumpeert. Het maakt immers niks uit – de burger betaalt toch wel! Straks hebben we in elk geval de verkiezingen. Ik kan niet wachten.

De Belofte

Bron: Pixabay‘Mijn liefste echtgenoot’, schreef Agnes op een koude regenachtige avond in haar dagboek. ‘Ja, ik weet dat ik je niet meer ‘mijn echtgenoot’ mag noemen, we zijn immers uit elkaar maar toch: het voelt zo vertrouwd om dat te zeggen en te denken! Het is ook niet vreemd natuurlijk: je bent zo lang mijn echtgenoot geweest en het feit dat je dat niet meer bent is op de een of andere manier nog steeds een beetje wennen’. more »

Category: 02 - Fictie  Tags:  9 Comments

Het Wankele Geloof

VBron: Pixabayrijdag 17-02
Lief dagboek,
Mijn lieve vriendin M. heeft een geweldige gewoonte: als ze haar man kwaad gemaakt heeft gaat ze het liedje ‘Avond’ van Boudewijn de Groot zingen. Waarom dat liedje ‘Avond’ heet en niet ‘Ik geloof’ is me een volkomen raadsel maar goed, dat terzijde. Goed, vanmiddag was het kennelijk weer zover: toen ik binnenstapte bij vriendin M. was ze juist ‘Ik geloof in jou en mij’ aan het krijsen.
‘Heb je weer wat goed te maken?’ grijnsde ik, een blik werpend op het norse gezicht van man van M. die ongevoelig scheen te zijn voor de zangkwaliteiten van zijn echtgenote.
‘Meestal werkt het’ fluisterde ze. Toen ik wegging glimlachte man van M. nog steeds niet. more »

Tachtig Rode Rozen

Bron: PixabayVrijdag 10-02
Lief dagboek,
Het is nu vrijdag 12.44 uur.

Zaterdag 11-02
Ik zie dat ik gisteren niet verder ben gekomen dan ‘Het is nu vrijdag 12.44 uur’. Belachelijk. Hoe dan ook: het is nu 01.20 uur en ik ga naar bed. We komen net thuis van de verjaardag van vriendin S. en waren eensgezind verontwaardigd over:
1 – Het schandalige feit dat Marieke (een v.d. gasten) laatst UREN op de spoedeisende hulp heeft zitten wachten met haar zoontje dat een gebroken arm had.
2 – De nota die Leo (ook een v.d. gasten) heeft ontvangen van zijn verzekeringsmaatschappij: voor een gastroscopie (maagonderzoek dat hooguit 10 minuten duurde) had de arts een rekening van bijna 1000 euro ingediend. Bij 5 patiënten op één dag heeft zo’n arts dus 5000 verdiend. Geen wonder dat de zorg onbetaalbaar is.
3 – Het feit dat we in Harlingen eigenlijk net zo murw geslagen zijn als in Groningen. Hier hebben we immers de afvaloven en de zoutwinning. Ook hier zijn er mensen die met een overkoopbaar huis zitten. more »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers op de volgende wijze: