Mijn Waxinelichtje

Bron: Pixabay

Bron: Pixabay

Gistermiddag, het was een uur of vier, liep ik in Harlingen over de Voorstraat toen er plotseling, vanuit het niets, een waxinelichthouder naar me gegooid werd. Het raakte me even lichtjes tegen de schouder en viel daarna krachteloos tegen de grond. Toen ik opkeek zag ik nog net de lachende knaap wegrennen die dit op zijn geweten had, hij was een jaar of 17. Verbijsterd was ik, verbijsterd.

‘Er is zojuist een moordaanslag op me gepleegd’ realiseerde ik me met een grote schok en ik stond werkelijk te trillen op mijn benen, dusdanig dat de vriendelijke heer die juist passeerde zich over me ontfermde. ‘Gaat het een beetje?’ vroeg hij, terwijl hij me bij de arm pakte en licht ondersteunde.
Dat was een goede vraag en ik kon er geen antwoord op geven. ‘Gaat het een beetje?’ had hij gevraagd. Wat moet je daarop zeggen als iemand zojuist trachtte je te vermoorden? Als er een aanslag op je leven gepleegd wordt is dat niet zomaar iets. Dat hakt er diep in bij mensen en dat dit een gebeurtenis was die ik niet al te licht moest nemen realiseerde ik me direct.

‘Kom, ga hier even zitten’ hoorde ik de stem van de man vanuit de verte. Hij bracht me naar het bankje bij Anton de Wachter en onvast op mijn benen volgde ik hem. ‘Je ziet erg bleek, gaat het?’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Ik weet het niet’ fluisterde ik. ‘Ik weet het werkelijk niet.’ Ik merkte dat ik mijn handen niet stil kreeg en ook de rest van mijn lichaam leek steeds vreemdere, spastischere bewegingen te maken die ik niet onder controle kreeg. ‘Probeer kalm te blijven’ sprak ik mezelf toe. ‘Direct raak je nog in een shock en dan ben je veel verder van huis.’

‘Heb je wel wat gegeten vanochtend?’ vroeg de vriendelijke man terwijl hij me onderzoekend bekeek.
‘Dat was het niet’ fluisterde ik nauwelijks hoorbaar. Hij boog zich wat voorover om me te kunnen verstaan.
‘Dat was het niet?’ herhaalde hij. ‘Wat was het dan?’
‘Er werd een…’ hier stokte ik. Ik kon het haast niet verwoorden, dat ene, dat vreselijke dat me zojuist overkomen was.
‘Ja?’ moedigde hij me aan.
‘Er werd een waxinelichthouder naar me gegooid. Zomaar. Vanuit het niets.’ Ik hoorde mijn woorden echoën in mijn oren en begon nog heviger te trillen. Mijn rug werd klam en mijn ademhaling ging gejaagd.
Dat mijn woorden deze uitwerking op de vriendelijke man zouden hebben had ik niet verwacht. Ook hij schrok zichtbaar. ‘Een waxinelichthouder?’ herhaalde hij met hoog opgetrokken wenkbrauwen. ‘Weet je dat heel zeker?’
‘Ja’ knikte ik, ‘kijk maar, het ligt er nog.’
Hij keek de richting op waar we vandaan kwamen en inderdaad, stil en onaangetast lag daar nog steeds het waxinelichthoudertje.
‘Er is een waxinelichthouder naar je gegooid’ herhaalde hij. Hij zag nu asgrauw.
Enkele seconden zaten we daar samen op het bankje, zonder iets te zeggen.
‘Kom’ zei hij toen en probeerde het trillinkje in zijn stem te onderdrukken. ‘We gaan direct aangifte doen. Ik loop met je mee naar het politiebureau.’

‘Heeft dat wel zin?’ vroeg ik hem en keek hem vragend aan. ‘Ik bedoel: ik lees wel eens de kranten en dan lees ik dat een verkrachter of een moordenaar in principe nauwelijks straf krijgt. Ik lees dat graaiende bestuurders en bankiers beloond worden voor hun gegraai. Ik lees dat het aantal draaideurcriminelen steeds meer en meer toeneemt. Ik lees dat…’
Hierop viel hij me in de rede.
‘Jajaja. Dat klopt allemaal ook wel. Maar wat je nu opnoemt is niets vergeleken met een waxinelichthouder gooien. Daar staat de ALLERHOOGSTE straf op in Nederland. Eigenlijk levenslang. Kom op’ zei hij terwijl hij opstond en me bij de elleboog pakte, ‘we gaan.’

Category: Koningshuis  Tags: ,
You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: