Manisch

Bron: Pixabay

Volgens mij ben ik soms manisch. Heus. Ik weet niet wat het is maar er zijn van die momenten dat ik zoveel energie heb dat ik niet naar bed wil gaan. Dat vind ik dan echt zonde van m’n tijd.

Ik sprankel van pure… van pure wat eigenlijk? en ik wil dan van alles tegelijk doen: keukenkastjes uitruimen (en geloof me: dat wordt écht hoog tijd, ik heb vandaag de nootmuskaat geteld en kwam tot 7 potjes), tuinbankje schilderen, bloembollen planten, kledingkast uitmesten, boekenkast ordenen, ijskast schoonmaken (ik kwam vanochtend nog iets tegen dat zò ontzettend beschimmeld was dat ik nog steeds niet weet wat het ooit geweest is), de garage opruimen, het houtwerk buiten afnemen en ik kan nog veel meer verzinnen wat ik dan allemaal zou willen doen als ik zo sprankel maar het probleem is: ik doe helemaal niets. Dat is wel een beetje jammer.

Misschien heeft het er ook mee te maken dat ik dit soort momenten vooral ’s nachts beleef. Hoe je het ook wendt of keert: het blijft onhandig om midden in de nacht het houtwerk buiten af te nemen of bloembollen te planten. Op het uitvoeren van overige opgesomde activiteiten zit de rest van mijn gezin ook niet te wachten. Man en kind willen dan gewoon slapen en vinden het wat onrustig als ik dan de hele tijd beneden bezig ben met de ijskast. Of buiten in de tuin.

Vannacht is het weer zo’n nacht waarbij ik overloop van energie. Eigenlijk zou ik onder dwang op een loopband geplaatst moeten worden en 10 kilometer moeten hardlopen, misschien dat ik wat van die energie kwijtraak. Ik heb het wel eens met mijn huisarts over dit soort momenten gehad.
‘Zou ik manisch zijn?’ vroeg ik angstig. Hij keek me verwonderd aan. ‘Hoe kom je daar nou bij?’ reageerde hij verbaasd.
‘Omdat ik in de winter altijd onder m’n blauwe lamp zit en dus misschien ook wel aanleg heb voor depressie’ legde ik uit. ‘Misschien ben ik wel manisch-depressief.’
Hij glimlachte hoofdschuddend. ‘Maak je geen zorgen. Er is veel met jou aan de hand, maar DAT niet.’ Nee, grapje. Dat laatste zei hij niet maar ik weet zeker dat hij dat dacht.

Vannacht dus. Vol goede moed was ik mijn bed ingedoken. Boekje erbij – ‘De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween’ – en maar wachten op het moment dat de oogleden zwaar zouden worden. Aan het boek lag het niet. De tweede helft kon me lang niet zo bekoren als de eerste en dat is jammer want het begon zo leuk. Zo ergens in het midden van het boek wordt alles echter wat slaapverwekkend dus als ik moet slapen duik ik graag in die tweede helft. Vannacht werkte dat niet. Ik blééf denken aan de kozijnen die ik een sopje wou geven en de bloembollen die ik wou planten en de lente die eraan komt.

Naast me lag mijn man, prinsheerlijk te snurken. ‘Slaap je al?’ riep ik luid. Hoe hij het voor elkaar krijgt snap ik niet. Hij gaat in bed liggen, doet zijn ogen dicht en slaapt. Ik heb er de nodige schaapjes voor nodig of in gedachten de stem van mijn yogalerares.

‘Slaap je al?’ riep ik dus luidkeels naar manlief. Verdwaasd opende hij z’n ogen. ‘Hmmm?’
‘Sorry lieverd, ik dacht dat je nog wakker was.’
Zuchtend draaide manlief zich om. Voor mijn ‘zullen we nog even wat babbelen want ik kan niet slapen’ was hij niet gevoelig.

Nu zit ik achter m’n pc dit stukje te schrijven. Voor m’n neus staat een groot limonadeglas wijn. De bloembollen zag ik net nog op het dressoir liggen en serieus, mijn handen jeukten. Zou het raar staan als ik nou het houtwerk buiten een sopje gaf? Het is half vier in de ochtend – ik kan altijd zeggen dat ik van lekker vroeg opstaan hou mochten de buren me betrappen.
Of ik kan ook – en dat lijkt me eigenlijk veel leuker – nu eindelijk eens het boek gaan schrijven waar ik al heel lang mee wil beginnen. De openingszin heb ik al:

‘Toen mevrouw de Vries ’s ochtends de krant uit de brievenbus haalde had ze niet kunnen bevroeden dat ze er ‘s avonds niet meer zou zijn. Gelukkig maar, want anders had ze haar man een stuk liefdevoller bejegend bij zijn thuiskomt. Nu beperkte ze zich tot een: ‘Zo. Ben je daar?’ en wendde haar gezicht af toen hij haar een kus wou geven.’

Geef toe: je zou best door willen lezen! Ik ook. Daarom ga ik nu verder met schrijven. Hoe ik om 7 uur op moet staan weet ik nog niet. Dat zie ik dan wel weer. Met een beetje geluk heb ik m’n boek dan ook af.

 

Category: Humor, Hypochondrie  Tags:
You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.
One Response
  1. Ik heb ook zo van die periodes 🙂 en wat dat slapen en mannen betreft, ik snap dat ook totaal niet!!

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: