In de Bosjes

De BosjesVroeger, als je op vakantie ging, was de vraag wel eens: ‘wat doen we met de kat?’ Of: ‘Wat doen we met de honden? Een van de lolligste hoorde ik ooit eens bij een vriendin: ‘wat doen we met moeder?’

Dat is veranderd tegenwoordig. Althans: sinds ik in Harlingen woon. Want sinds ik hier woon – en dat is nu 7 jaar – zijn dat soort vragen niet meer aan de orde. Dat gedoe met die kat, honden en moeder is uitstekend geregeld. Een buurman past op de kat, een vriendin verderop in de straat past op de honden en in mijn geval passen pa en moe op elkaar. In plaats van bovenstaande vragen is er een andere vraag gekomen, namelijk: ‘wat doen we met het huis?’

Sinds Harlingen namelijk geteisterd wordt door een golf van inbraken die zijn weerga niet kent is het onmogelijk om zomaar de deur achter je dicht te trekken en even een paar blokjes om te gaan. De kans dat je bij thuiskomst je deur/raam geforceerd vindt en je eigendommen geconfisqueerd zijn, is bijzonder groot.

In de 7 jaar tijd die ik in Harlingen woon heb ik meer klachten van buren en kennissen over inbraak gehoord dan in de 20 jaar die ik hiervoor in Amsterdam doorbracht. Het geteisem heeft Harlingen ontdekt en graait naar hartenlust. Het zijn net bestuurders. Of bankiers.

‘Wat doet de politie hiertegen?’ vraag ik me soms wanhopig af. Je zou toch zeggen, na de zoveelste inbraak, dat de lange arm der wet een beetje grip zou moeten krijgen op de zaak. Niets is minder waar.

‘Ze liggen ook wel in de bosjes hoor’ verdedigde een buurvrouw oom agent toen ik mijn bezorgdheid uitte. Bij betreffende buurvrouw is zelf binnen 2 jaar tijd 2x ingebroken dus ze is een ervaringsdeskundige aan het worden wat dat betreft.
‘Huh? Wie liggen in de bosjes?’ vroeg ik angstig. Ik vermoedde direct hele hordes inbrekers liggend in de bosjes.
‘De politie. De politie ligt in de bosjes.’
‘Politie ligt in de bosjes?’ Het moest toch niet gekker worden.
‘Op de loer’ zuchtte ze vermoeid, haar ogen ten hemel slaand. ‘Ze liggen in de bosjes op de loer.’

Ah. Nu werd me veel duidelijk. Liggend in de bosjes. Op de loer. Yeah, right. Geen wonder dat de inbraakgolf oncontroleerbaar geworden is.

Politie, hierbij een vriendelijke oproep. Kom uit die bosjes vandaan. Daar liggen doe je maar in je vrije tijd. Geef ons dat veilige gevoel terug. We willen de sleutel weer onder de mat bij de voordeur kunnen leggen. We willen de deur van de bijkeuken weer open kunnen laten. We willen onze laptop weer thuis kunnen laten in plaats van hem mee te zeulen als we naar de supermarkt hollen om een pak melk te halen.

Toch merk ik dat dat hele gedoe met die doorlopende inbraken niet goed is voor mijn psyche en gemoedsrust. Elk geluidje in huis vind ik tegenwoordig verdacht en ’s nachts zet ik om het uur de wekker.

Gisteren fietste ik naar huis en zag verdachte bewegingen in de struiken. ‘Liggen ze alweer in die bosjes?’ vroeg ik me verbijsterd af. Dat in die bosjes liggen had niet kunnen voorkomen dat er de dag daarvoor weer ingebroken was bij mensen verderop in de straat.

Het bleken twee vechtende spreeuwen te zijn. Om moedeloos van te worden. De politie die op dat moment patrouillerend langsreed zwaaide vrolijk naar me.

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: