Het Varken

varkenLaaiend, woedend, witheet was ik vanmiddag in de supermarkt. Normaal gesproken ben ik een zeer vredelievend mens maar de vrede in mij was deze middag ver te zoeken. Wat was het geval: het was natuurlijk – want zaterdagmiddag eind december – loeidruk in de supermarkt aan de Zuiderhaven. Krankzinnig, een gekkenhuis. Het leek erop alsof een ieder voor de komende 26 jaar aan het hamsteren geslagen was. Het krioelde er van de hysterische moeders, overspannen vaders en gillende, krijsende kinderen. Met een krampachtige glimlach strompelden ze door de winkel, hun overvolle karren daarbij stevig vasthoudend. De meesten van hen hadden één ding gemeen: die blik van doffe, doffe berusting.

Ik had maar 3 producten en geen kar – niet eens een mandje had ik aan mijn arm bungelen.
Meer producten had ik niet nodig en ik wou zo snel mogelijk de tent verlaten. Mijn ogen gingen zoekend de rijen bij de kassa langs. Welke rij was het langst? Welke rij was het kortst? Terwijl ik me aarzelend begaf naar een rij die me, zo op het eerste gezicht, het kortste leek kwam er een nieuwe kassa bij. Vlak voor mijn neus, alsof deze echt voor mij bestemd was. Het meisje ging zitten en riep: ‘deze kassa is ook open hoor.’

Met de 3 producten in mijn hand haastte ik me richting meisje. Toen ging het opeens heel snel. Ineens was hij daar, de grote zware dikke man met een afgeladen (en ik overdrijf niet) kar. Afgeladen, en dan in de overtreffende trap van het woord. Waar hij, ondanks zijn vet- en vadsigheid, de souplesse vandaan haalde om zo vanuit het niets op te duiken en ineens voor me te staan weet ik nog niet. Daar stond ik dan met mijn citroen, tandpasta en pakje boter. De adrenaline spoot in 1 keer mijn oren uit, ik zag rode sterretjes, mijn bloed kookte. ‘Wat was dit voor vent?’ vroeg ik me af. ‘Je bent toch gewoon een varken als je dit doet?’ Hij was een varken, concludeerde ik, en hij ontsloeg me dus van mijn plicht om me fatsoenlijk te gedragen.

Ik pakte mijn mobieltje. De man voor mij was rustig en kalm bezig zijn boodschappen tergend langzaam op de band neer te leggen. Ik werd nog kwader en besloot tot actie over te gaan. Ik klapte mijn mobieltje open, deed alsof ik een nummer draaide en brulde toen luid en duidelijk: ‘hallo lieverd, ik kom eraan hoor. Ja, ik weet het, ik had er allang kunnen zijn maar er is een zeer asociale man in deze winkel die voordrong en tja, dan weet je het wel he.’ De man keek even op en ging verder.
Ik ging ook verder. ‘Ja,’ zei ik tegen mijn denkbeeldige gesprekspartner, ‘gewoon, een man, een dikke, vette, asociale man die niet weet hoe het hoort. Je kent ze wel, gewoon een heel volks type.’

Ik wou maar één ding: het bloed onder deze man z’n nagels vandaan halen. Hem zo kwaad krijgen dat hij me aan zou vliegen en vervolgens opgepakt zou worden. Ha! Dat zou hem leren!

‘Dat is dan 123,75 euro’ hoorde ik het meisje achter de kassa tegen het varken zeggen. Hij keek haar niet-begrijpend aan en probeerde op haar digitale display te raden wat er voor een bedrag stond.
‘123,75 euro’, herhaalde ze weer.

Het varken deed zijn mond open en zei met onvervalst Brits accent tegen de kassière:
‘Excuse me, can you please repeat that?’

Mijn mobieltje klapte ik dicht. Zonder gedag te zeggen tegen mijn denkbeeldige gesprekspartner.

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.
2 Responses
  1. Jan says:

    weet je zeker dat het Engels was??? was het niet gewoon onvervalst Fries hahaha

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: