Het Spruitje

Bron: Wikimedia Commons

Bron: Wikimedia Commons

Ik moest lachen toen ik laatst het stukje van Daphne Deckers las waarin ze het over de boterhamkorstjes had. Het was heel herkenbaar want voor mij waren boterhamkorstjes vroeger een absolute verschrikking.

Misschien heeft het te maken met het woord ‘korstjes’ – als ik dat woordje hoor denk ik altijd direct aan grote diepe bloederige schaafwonden op de knietjes waarop zich na enkele dagen een ‘korst’ vormt. Het woord klinkt gewoon onsmakelijk en niet eetbaar.

Die bruine randjes om mijn boterham kreeg ik dus niet weg. Alsof de bakker het brooddeeg gepaneerd had in een grote schaal met afgebladderde kniekorstjes alvorens het brood in de grote bakkersoven te laten rijzen, zo bekeek ik de korstjes om mijn boterham.
Omdat ik begreep hoe vreselijk korstjes voor kinderen kunnen zijn, sneed ik standaard de korstjes van mijn dochters boterham af. Nooit heeft het kind geweten dat een boterham korstjes had totdat ze op school zag dat andere kindjes hiermee worstelden. ‘Mam’ vroeg ze wijsneuzerig op een dag, ‘hoe kan het dat mijn brood geen korstjes heeft?’
‘Omdat jij een kindje bent’ gaf ik ten antwoord, ‘en de meeste kindjes houden niet van korstjes.’
Ze keek me aan alsof ik gek was. ‘Voortaan wil ik graag mijn boterham met korstjes’ verklaarde ze gedecideerd. Vanaf toen liet ik ze zitten, de korstjes, en dochterlief vond ze heerlijk.

Een soortgelijke situatie deed zich enkele jaren later weer voor. Dochter kwam thuis van school en vroeg aan me wat in Hemelsnaam spruitjes waren. Hier had ze andere kindjes op school over horen klagen maar ze kon tot haar afgrijzen niet mee klagen want ze wist niet waar het over ging. Dat klopte helemaal. Nog nooit had ze een spruitje gegeten vanwege het simpele feit dat ik zelf geen spruitjes lustte.
Eerst ging ik nog omslachtig uitleggen wat spruitjes waren: ‘dat zijn kleine groene balletjes en die moet je dan koken waarna het huis heeeel erg gaat stinken. Daarna moet je ze eten en dan krijg je een smerige smaak in je mond die je wanhopig met heel veel wijn probeert weg te spoelen.’ Niet overtuigd wou dochter spruitjes proberen dus ik ging aan de slag.

Ik durf het haast niet te zeggen: ik heb gesmuld. Was DIT het nou, dat ik mezelf mijn hele leven lang ontzegd heb? Wat zonde! Ik kon mezelf wel voor m’n kop slaan. Heerlijk vond ik ze, de spruitjes!

Nu ben ik dus helemaal op hol geslagen en probeer van alles uit waar spruitjes in zitten. Spruitjestaart, lasagne met spruitjes, quiche met spruitjes, ga zo maar door. Het een vind ik nog lekkerder dan het ander. Op zich is dat heel grappig, want ik heb eigenlijk een grote hekel aan koken.

Als ik ooit héél veel geld heb zal ik het dan ook bijna nooit meer doen, dat koken, heb ik me voorgenomen. Avond aan avond eet ik dan buiten de deur. Of laat ik eten bezorgen. Of, beter nog, neem ik mijn eigen privé kok in dienst. Koken vind ik echt zonde van mijn tijd. Verlangend kijk ik uit naar de dag dat we een pil in de magnetron kunnen leggen die zich na enkele seconden ontpopt tot een verrukkelijke maaltijd.

De Pizza-pil, de Roti-pil, de Teppanyaki-pil – als dat er ooit komt hoef ik niet meer naar het paradijs. Ik ben er dan al. Maar tot die tijd gooi ik mijn potten en pannen nog even niet de deur uit. En ga ik verder met de spruitjes.

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: