Het Saucijzenbroodje

Het Saucijzenbroodje‘U bent niet de enige die het doet hoor. Er zijn wel meer mensen die dit doen. Daarom doen wij het ook ziet u? Anders schiet het niet op.’ Ze glimlachte me fijntjes toe terwijl ze dit zei en keek me stralend aan met kleine pretlichtjes in de ogen. Even stond ik met een mond vol tanden.
‘Had u het net dan ook gedaan?’ vroeg ik onthutst en lichtelijk beschaamd.
‘Misschien wel, misschien niet’ lachte ze mysterieus.

Ongezien terugleggen kon niet meer. Had trouwens ook geen enkele zin. Ze zou het gezien hebben en wat had ik eraan? Ik schoot er niets mee op, dat was me nu wel duidelijk.

Het was zaterdagmiddag en ik stond in de Hema met vriendin M. bij het restaurantgedeelte. Kort daarvoor waren we elkaar op de Voorstraat tegengekomen. Al die tijd had ik in m’n eentje wat rondgebanjerd en genoten van de gezellige drukte om me heen. De mensen waren vrolijk, de loempiaatjes roken lekker en het enige dat ontbrak was een Oudhollands draaiorgel met een dansend aapje ervoor.

Vriendin M. was ik dus zojuist tegengekomen op de Voorstraat en al keuvelend hadden we samen de Hema bereikt.
‘Kom’ zei ze, ‘laten we hier even een ijskoffie halen.’
‘Dat wordt al m’n vijfde deze week’ protesteerde ik voor de vorm.
‘En dan doen we er gezellig een appelbol bij’ ging ze verder, daarbij doen voorkomend alsof ze niets van mijn protest bemerkt had.

Eenmaal binnen zag ik de saucijzenbroodjes liggen. Daar had ik eigenlijk meer zin in dan in zo’n appelding alleen… ik heb het nooit zo op de voorste die er ligt. Je weet niet hoe lang hij er al ligt en of anderen er misschien met hun handen aan gezeten hebben. De voorste ziet er vaak ook wat verkreukeld uit. Alsof ‘ie weken onderin de wasmand gelegen heeft met een berg kleding er bovenop. Vier saucijzenbroodjes lagen op een rij, me blijmoedig aanstarend. Het saucijzenbroodje dat vooraan lag zou ‘m dus niet worden, dat wist ik direct. Nee, die achterste moest ik hebben. Die moest ik ongezien te pakken zien te krijgen.

De mevrouw achter de balie was druk bezig mijn ijskoffie te maken en voorzichtig pakte ik, zachtjes en onopvallend, het achterste saucijzenbroodje. Juist toen ik mijn hand terugtrok met daarin het achterste broodje vastgeklemd draaide ze zich om en zag wat ik aan het doen was. De bestraffende opmerking – ‘dat is niet de bedoeling mevrouw’ – bleef uit evenals: ‘mevrouw, als iedereen dat doet dan schiet het niet op he?’ Ook de daarbij gepaard gaande blik viel me niet ten deel.

In plaats daarvan glimlachte ze fijntjes en zei: ‘u bent niet de enige die dit doet hoor. Er zijn wel meer mensen die dit doen. Daarom doen wij het ook ziet u? Anders schiet het niet op.’
Haar collega haalde op dat moment enkele versgebakken saucijzenbroodjes uit de oven en stalde ze uit onder de warmhoudlamp. Hij legde ze helemaal vooraan.

Laatst was ik er weer. De saucijzenbroodjes lagen er ook, nu drie op een rij. Aarzelend liet ik m’n blik er overheen dwalen en ontmoette onderweg de pretlichtjes van de aardige mevrouw. Ik grinnikte schaapachtig. ‘Jaahaa’ zei ze vrolijk, ‘welke moet je nu nemen he?’

Ik nam de middelste maar.

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: