Het Patatje

Bron: Pixabay

Bron: Pixabay

‘Zo dames, wat zal het zijn?’
Mijn vriendinnen en ik keken elkaar even aan. We zaten in een shoarmatentje in de buurt van het Rembrandtplein, het zal een uur of drie ’s nachts geweest zijn. Na een avond stappen waarbij we veel gedanst, gelachen en in iets mindere mate gedronken hadden, overviel ons de trek in een hele vette hap.
‘Shoarma’ besliste een van de vriendinnen, ‘laten we dat doen. Dat is lekker en het is ook nog eens lekker vet met al die sausjes erbij.’ Het water liep ons in de mond bij de gedachte aan de vette sauzen en lachend en giechelend liepen we richting Shoarmatent.
Daar zaten we toen de meneer die daar werkte aan ons vroeg: ‘Zo dames, wat zal het zijn?’
We keken elkaar even aan en, zonder een spier te vertrekken zei vriendin L.: ik wil wel een patatje. Vriendin K. knikte instemmend. ‘Ik eigenlijk ook wel.’
Hierop kon ik niet achterblijven. ‘Ja, doe mij ook maar een patatje. En een frikadel alsjeblieft.’
De man staarde ons niet-begrijpend aan. ‘We hebben hier geen patat.’
Zo? Hier keken we van op.

‘Oh?’ zei vriendin K. en trok een bedenkelijke rimpel in haar voorhoofd.
‘Hmmmm’ zei vriendin L. en keek de man onschuldig aan. ‘Wat hebt u dan wel?’
‘Shoarma’ antwoordde de man en keek vriendin L. liefdevol aan. ‘Shoarma. Dit is een shoarmatent. We hebben shoarma met kip, met lamsvlees. Shoarma met gehakt. Shoarma met rundvlees en ui, champignons en paprika, shoarma met..’ Hij kon zijn zin niet afmaken want vriendin K. viel hem in de rede.
‘Okay, okay, ik weet genoeg’ zei ze. ‘Ik weet het al.’

De man haalde opgelucht adem en keek vriendin K. verwachtingsvol aan, pen en notitieblokje in de aanslag.
‘Ik wil een patatje’ zei vriendin K. ‘Patatje oorlog.’
Hulpeloos keek de man om zich heen. Ik zag aan de blik in zijn ogen dat hij twijfelde tussen ons eruit zetten of toch nog gewoon kalm en rustig dit moment doorstaan. Ergens vond ik het wel een klein beetje zielig, maar kennelijk nog niet zielig genoeg want ook ik zei volmondig:
‘Ja, ik wil toch eigenlijk ook een patatje. Met een frikadel.’
De man borg zijn notitieblokje en pen op. ‘Weet u wat? Ik kom over een paar minuten wel terug. Misschien weet u dan wel wat u wilt.’
Hij liep weg, ons snikkend van het lachen achterlatend bij het tafeltje.

Na enkele minuten kwam hij inderdaad terug. Hij leek opeens een stuk zelfverzekerder. Kennelijk hadden ze in de keuken tegen hem gezegd: ‘laat je niet opfokken door die grieten man, kom op!’ en hij maakte een kordate indruk.

‘En?’ vroeg hij. Een superieur glimlachje speelde om zijn lippen. ‘En dames? Zijn we er al uit?’
‘Zeker’ knikten we gezamenlijk.
‘Ik wil wel een patatje’ aldus vriendin K.
‘Ik ook’ vulde L. aan.
‘Doe mij dan ook maar een. Met een frikadel’ voegde ik toe.

Zonder iets te zeggen beende de man weg, ons weer stikkend van het lachen bij het tafeltje achterlatend.

‘Als hij straks terugkomt en vraagt wat we willen gaan we wel gewoon normaal doen tegen die man hoor’ spraken we af. ‘Het is nu mooi geweest.’ We vonden het bewonderenswaardig dat de man zo geduldig was gebleven tot nu toe.

We hoefden niet lang te wachten op zijn terugkeer. Hij kwam terug, maar niet om te vragen wat we wilden hebben. Kennelijk was hij bang voor het antwoord. Hij kwam terug met drie grote borden shoarma.

‘Alsjeblieft dames’ glimlachte hij vergenoegd. ‘Hier is jullie patatje.’
Hij zette de borden voor onze neuzen neer. Toen hij mijn bord neerzette, waar exact hetzelfde op lag als op de borden van mijn vriendinnen, glimlachte hij wat breder.
‘En deze is’ grijnsde hij, me daarbij boosaardig aankijkend, ‘deze is met de frikadel.’

Category: Humor  Tags:
You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: