Het Gehaktballetje

Bron: Pixabay

Bron: Pixabay

‘Heb je zin om een potje te scrabbelen lieverd?’ vroeg ik zojuist aan manlief. Hij keek me aan alsof ik gek geworden was en wendde direct weer zijn blik af om maar niets te missen van de voetbalwedstrijd waar hij ingespannen naar aan het kijken was. Dit vond ik een klein beetje onbeleefd dus ik herhaalde luid en duidelijk mijn vraag: ‘ik vroeg of je zin had om een potje te scrabbelen.’

Ditmaal keek hij niet op of om en schudde alleen maar zijn hoofd. Hij wou geen geluid maken, kennelijk bang dat hij dan een doelpunt zou missen.
Natuurlijk wist ik ook wel dat hij naar voetbal wou kijken! Ik zei het alleen maar om lollig te zijn maar de glimlach die ik had verwacht bleef uit. Ik kroop dus weer achter mijn computer en daar zit ik nu. ‘Waar zal ik het vandaag eens over hebben?’ bedacht ik me en ik wist het even niet. Veel was er niet gebeurd. Ik had het een en ander gedaan voor The Tall Ships Races. Ik had een wandeling gemaakt door het stadje – het was prachtig weer. Ik had even bij Wally’s gezeten. Dat was het wel voor vandaag.

‘Dan ga ik maar weer even door met mevrouw de Vries’ bedacht ik me. Na mijn stukje ‘Manisch’ was een ieder zó enthousiast over mevrouw de Vries dat ik besloot zo af en toe maar iets over mevrouw de Vries te schrijven. Als opvulling, in noodgevallen.

Daar ging ik dus weer:
Het belletje van de oven deed haar beseffen dat de pastei klaar was en zuchtend trok ze haar ovenhandschoenen aan. ‘Het ruikt lekker lieverd’ riep meneer de Vries terwijl hij een flinke boer liet en aan zijn kruis krabde. Knarsetandend zette mevrouw de Vries met een klap de pastei op tafel terwijl haar mond zich grimmig vertrok.

Terwijl ik dat zo opschreef realiseerde ik me dat mevrouw de Vries een keukenprinses was. Vraag me niet hoe ik het wist, ik wist het gewoon. Toen wist ik ook direct waar dit stukje over zou gaan: over de gebeurtenis van vanmiddag.

————————

Eerder vandaag
Nooit zal ik de blik van totale ontzetting en afgrijzen vergeten die mijn man me toewierp. Wel vaker heb ik een dergelijke blik van hem gekregen, maar nog nooit met deze intensiteit. En nog nooit in deze combinatie. Het was namelijk niet alleen ontzetting en afgrijzen, er zat ook nog iets anders bij, een soort van… bezorgdheid? Angst? Ik weet het niet.

‘Waar ben jij in Hemelsnaam mee bezig?’ vroeg manlief aan me terwijl ik daar bij het aanrecht stond. Zijn blik dwaalde af naar de gootsteen en toen weer naar mij. Ik stond verstijfd tegen het aanrecht geleund. ‘Waar ben jij in Hemelsnaam mee bezig?’ herhaalde hij zijn vraag. Weer kon ik geen antwoord geven.

Ik volgde zijn blik naar de gootsteen en moest toegeven dat het er wat vreemd uitzag. In de gootsteen dobberden enkele tientallen gehaktballen vrolijk rond en sommige van die ballen vielen zelfs al uit elkaar. Vier kilo gehakt had ik gekocht. Ik was van plan veel gehaktballen te maken en in te vriezen zodat ik de eerstkomende tijd verlost was van dat gedoe in die keuken (lees: bakken en braden). Dat kruiden was tamelijk lastig – vier kilo! – maar uiteindelijk stonden er vier koekenpannen op het vuur voor de eerste ronde van bakken. Nadat de ballen mooi bruin waren brak ik een stukje af om te proeven. Het was alsof er een pot zout leeg gestrooid werd in m’n mond. Gruwelijk zout. Zelfs echt zout was minder zout dan deze gehaktballen. Dan deze tientallen gehaktballen.

Inventief als ik ben had ik direct de oplossing: melk eroverheen. Dat neutraliseert, had ik ooit ergens gelezen. In alle pannen kwakte ik een scheut melk en aan de grond genageld bekeek ik het resultaat. Te smerig voor woorden, dat was het resultaat. Er ontstonden allemaal klontjes en bovenop al die tientallen ballen lagen smerige witte brokken stremsel.

Lichtelijk in paniek maar nog steeds inventief besloot ik de ballen af te spoelen. In de gootsteen. Weggooien kwam niet in me op. Vier kilo gehakt weggooien? Echt niet!

Ik boende de gootsteen schoon, kwakte daar die vier pannen in leeg en begon de gehaktballen af te spoelen. Ik wou niet dat manlief hier getuige van was op de een of andere manier. Ik had het idee dat hij het niet zou begrijpen en het wat onsmakelijk zou vinden. Daarnaast had ik het vermoeden dat hij, als hij dit zou zien, de gehaktballen ook niet zou opeten en dat vond ik zonde.

Daarom schrok ik ook zo toen ik hem opeens achter me hoorde met: ‘waar ben jij in Hemelsnaam mee bezig?’
We zijn ondertussen een paar uur verder. Het antwoord ben ik hem nog steeds schuldig.

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.
One Response

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: