Het Allerbeste

Bron: Pixabay

Bron: Pixabay

‘Het ALLERbeste’ zei de radiologe tegen me na afloop van mijn MRI. Niet gewoon ‘dag, tot ziens’ of desnoods ‘het beste’ – nee: ze zei ‘het ALLERbeste.’
Hierbij zwengelde ze mijn arm een paar keer heftig heen en weer en keek me met grote ogen doordringend aan.

‘Dank u wel’ mompelde ik schor en kroop de kamer uit terwijl haar woorden me in mijn hoofd na bleven echoën.
‘Het ALLERbeste. Waarom zei ze dat? Had ze misschien al iets gezien tijdens het scannen en was dit een slip of the tongue? Je zegt toch niet zomaar tegen een patiënt ‘het allerbeste’?’ Ik wou het eigenlijk aan haar vragen, waarom ze dat zei, maar ik besloot het niet te doen. Dat leek me wel zo verstandig. Bovendien: ze zou toch geen antwoord gegeven hebben, dat wist ik ook wel.

Het maken van de MRI was ditmaal geen pretje. Doordat ik er als een geestelijk wrak heenging – immers: hypochonder – had ik een hartslag van – in rust – minimaal 350 per minuut. Ik overdrijf niet 😉
Mijn ademhaling stokte ergens ter hoogte van mijn schouders, lager ademen lukte niet. Alsof ik een jachthond was die fanatiek het spoor van wild volgde, zo was ik aan het… ja, wat was het? Ademen kun je het eigenlijk niet noemen. Het was een soort van gejaagd snuiven en ik kreeg het niet onder controle.

Zo werd ik de buis ingeduwd waar. ‘Ligt u lekker?’ vroeg de mevrouw die de scan zou maken.
‘Ja hoor’ snikte ik terwijl ik m’n bloed letterlijk hóórde stromen in mijn eigen oren. Het leek wel een op hol geslagen rivier, zo klonk het.
‘Hier hebt u het alarmbelletje, als er iets is drukt u er maar op en dan ben ik direct bij u.’ Ze duwde me het rode belletje in de hand en dat gaf me een klein beetje houvast. Ik was benieuwd hoe vaak ik er gebruik van zou maken want dat ik dat zou doen wist ik zeker.
‘Welke zender heeft u het liefst?’ vroeg ze terwijl ik een koptelefoon op kreeg.
‘Doet u maar Sky Radio’ fluisterde ik terwijl mijn hersens op volle toeren draaiden. ‘In deze conditie dit apparaat in? Is dat wel een goed idee?’ vroeg ik mezelf af. ‘Volgens mij heb je eerder zwaar kalmerende middelen nodig op dit moment. En misschien een psychiater’ zo sprak ik bemoedigend tegen mezelf.

‘Kom op, hou toch eens op jezelf zo aan te stellen’ zei een ander stemmetje in mijn hoofd. ‘Waar ben je nou eigenlijk mee bezig?’ Het was een vermoeiende discussie die zich in mijn hoofd voltrok, gedurende de hele scan. Ik heb hem volgehouden, de scan, en niet een keer op het belletje gedrukt, maar vraag niet hoe. Ik ben in twintig minuten tijd tien jaar ouder geworden. Terwijl ik daar op mijn buik lag probeerde ik me voor te stellen dat ik op het strand lag. Het afgrijselijke lawaai van de scanner probeerde ik af te doen als het lawaai van een stratenmaker die met een drilboor bezig was.

Ooit heb ik op yoga gezeten en aan het eind van de les gingen we altijd mediteren. Daar liggend, met ondertussen een hartslag van tegen de 500 per minuut, probeerde ik de meditatieoefeningen te doen die me bijgebleven waren:
‘Ontspan je’ hoorde ik in gedachten mijn yogalerares zeggen. ‘Stel je voor dat je op een open cirkel in een bos staat met om je heen allemaal prachtige grote bomen.’
Het werkte niet. Vanachter elke boom sprongen metershoge kabouters met hakbijlen tevoorschijn en gillend rende ik weg uit dat bos.

Net toen ik het gevoel had liggend flauw te vallen hoorde ik haar opgewekt zeggen: ‘we zijn klaar hoor’ en mocht ik me aankleden. En terwijl ik wankel op mijn benen stond zei ze bij het afscheid tegen me: ‘het allerbeste.’

Morgen haal ik een kilo Oxazepam in huis.

Category: Hypochondrie  Tags:
You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.
One Response
  1. Hatelijk hé, maar mij lukt het ook niet om onder stress te ontspannen,……en zeker niet om te slapen,.

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: