Hannes en Jannes

stadswachtLang geleden leefden er twee mannen, beiden afkomstig uit hetzelfde stadje. Ze kenden elkaar niet, hadden nog nooit van elkaar gehoord. Het toeval wou, dat beide mannen tegelijkertijd besloten te verhuizen.

Voordat hij de grote stap maakte wou Hannes toch eerst eens weten wat hem daar te wachten stond, in dat andere stadje. Hij ging er dus heen, klopte op de stadpoort en zei tegen de stadswacht: ‘Goedendag. Ik denk erover na om hier te komen wonen maar voordat ik dat doe wil ik eerst even van u weten: wat voor mensen wonen in dit stadje?’

‘Tja,’ antwoordde de stadswacht, nadenkend op zijn hoofd krabbend. ‘Tja. Eens kijken. Wat voor mensen wonen er in het stadje waar u vandaan komt?’
‘Oh, hele aardige, leuke, vriendelijke mensen, ik kan niet anders zeggen’ was het antwoord.
‘Dan treft u het’ zei de stadswacht, een luis tussen de nagels van zijn duimen dooddrukkend, ‘want die wonen hier ook.’

Enkele dagen later werd er weer op de stadspoort geklopt. Dezelfde stadswacht deed open. Ditmaal stond Jannes voor zijn neus.
‘Goedendag’, hoorde de stadswacht. ‘Ik denk erover na hierheen te verhuizen maar voordat ik dat doe wil ik eerst van u weten: wat voor mensen wonen in dit stadje?’
‘Tja,’ zei de stadswacht wederom, ook ditmaal flink krabbend op zijn hoofd, daarbij tevens duchtig zijn neus ophalend. ‘Tja. Dat hangt er een beetje vanaf. Wat wonen er voor mensen in het stadje waar u vandaan komt?’
Jannes stikte er bijna in. ‘Vreselijke mensen’ schuimbekte hij. ‘Afschuwelijke, akelige, gemene nare mensen.’
‘Ik begrijp het’, knikte de stadswacht meevoelend. ‘Dat is niet leuk. Maar toch moet u hier maar niet komen wonen. Want ziet u: diezelfde mensen zult u ook hier treffen.’

Ik heb nog vaak aan Hannes en Jannes gedacht sinds ik dit verhaal ooit hoorde. Het klopte helemaal. Toen ik 7 jaar geleden de Grote Sprong waagde om me, na heel wat omzwervingen over deze aardbol, in Harlingen te vestigen trokken heel wat bezorgde vrienden en kennissen hun wenkbrauwen op.

‘Harlingen? Wat ga je daar in Hemelsnaam doen?’ vroegen velen me verbaasd.
‘Gewoon wonen en leven, net als elk ander mens’ antwoordde ik steevast.
‘Ja, maar de mensen in Friesland zijn heel anders hoor’ hoorde ik wel eens in die tijd. ‘Ze zijn niet hetzelfde als bij ons in Amsterdam.’
Ik heb me er geen seconde zorgen om gemaakt.

Ik kom ze vaak tegen hier in het stadje. Leuke mensen. Mensen die ik niet eens ken knikken me op straat soms vriendelijk toe en ondertussen doe ik het ook.

Laatst probeerde ik het ook even uit in Amsterdam. Vriendelijk knikkend naar een ieder liep ik door het Vondelpark en over de grachten. ‘Wat ben jij nou aan het doen?’ vroeg de vriendin met wie ik daar wandelde.
‘Gewoon, vriendelijk zijn’ antwoordde ik opgewekt.

‘Doe normaal mens’ siste ze even later toen ik, niet gehinderd door enige vorm van schaamte, blijmoedig doorging. Van alle kanten werd ik vreemd bekeken. Moeders met baby’s in de kinderwagen maakten omtrekkende bewegingen als ik te dicht naderde en toen een politiebusje verdacht langzaam achter ons ging rijden besloot ik ermee te stoppen.

Ik was blij toen ik de volgende dag weer op de Voorstraat wandelde. Grijnzend van oor tot oor naar een ieder die me voorbij liep. Zonder politiebusje achter me aan.

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: