Even dit mam

Lieve mam,

Wat heb je af en toe diep gezucht vroeger, toen ik een lastige en recalcitrante puber was! Als ik eerlijk ben was ik inderdaad strontvervelend en ja, ik heb je regelmatig tot wanhoop gedreven. Als we af en toe herinneringen aan die periode ophalen, schiet ik nog wel eens in de lach en lach jij krampachtig mee, als een boer met verdomd zware kiespijn.

Toch hield je altijd, wat er ook gebeurde, het hoofd koel. Je liet je niet gek maken door een puberachtige, vervelende, opstandige dochter. Je haalde je schouders op en dacht af en toe: ‘zoek het maar lekker uit.’ Het grootste bewijs dat je dát dacht leverde je toen ik, als 17-jarige, besloot een nacht van huis te blijven. ‘Weglopen van huis’ had ik het stoer genoemd, omdat we een conflict hadden om het een of ander.

Een hele nacht bleef ik weg. Ik logeerde in het duurste hotel van Paramaribo en betaalde de kamer van het geld dat ik van jullie voor mijn verjaardag had gekregen. Schunniger kan haast niet zou je zeggen. De volgende dag besloot ik om toch even naar huis te bellen. ‘Om jullie gerust te stellen’ had ik me bedacht. ‘Papa en mama zullen wel heeeeeel erg in de zorgen om mij zitten’ en dat vond ik ook weer wat zielig. Ik voelde me, vlak voor dat telefoontje, ook oppermachtig: ik had de strijd die we voerden voor mijn gevoel gewonnen want ja: wat kan er nou nog op tegen een dochter die van huis is ‘weggelopen’? Niets is zo erg voor ouders als dat, leek mij, opstandige en rebellerende puber die ik was.

Toen ik belde om jullie gerust te stellen nam je de telefoon wonderbaarlijk vrolijk op en op de achtergrond hoorde ik luide muziek.
‘Hee kindje!’ zei je en je klonk oprecht verbaasd. ‘Gaat het goed met je?’ Alsof we elkaar jaren niet gesproken hadden, zo klonk je.
Op mijn verbouwereerde ‘ja hoor’ keuvelde je direct verder. De verontwaardiging of boosheid waarop ik hoopte bleven weg.
‘Ik maak het niet te lang schat’ ging je door. ‘We krijgen zo meteen visite en ik ben druk bezig in de keuken.’ Mijn hersens draaiden op volle toeren. Er was iets grondig mis met deze situatie, hier had ik niet op gerekend. Het gras werd snoeihard voor mijn voeten weggemaaid en je sloeg me alle troeven in één keer uit handen.
‘Nou, dag lieverd’ hoorde ik je vanuit de verte zeggen. ‘Tot ziens hè, ik ga nu weer naar de keuken!’ en je hing op.
Ik wist niet hoe snel ik naar huis moest rennen. Vanaf dat moment waren we de dikste maatjes.

In de jaren die volgden was je niet alleen maar mijn moeder. Je was een vriendin – je was iemand die me begreep zoals niemand me begrijpen zou. Onvoorwaardelijk hield je van me, steunde je me. En altijd, maar dan ook echt altijd, was je bovenal sterk. In elk opzicht. Of je nou met ziektes of wat dan ook te maken had: je was sterk.

Hoe sterk je was heb je het afgelopen jaar laten zien. Toen mijn broer en jouw zoon ziek werd hebben jij en pap hem dag en nacht verpleegd en hebben jullie, maand in maand uit, met opgeheven hoofd de strijd gevoerd tegen een bij voorbaat kansloze ziekte.

Ik kan hier nu veel over deze periode en het verlies gaan zeggen en schrijven maar dat doe ik niet. Er zijn geen woorden voor wat je het afgelopen jaar hebt doorstaan en wat je hebt meegemaakt. Er zijn geen woorden voor hoe je, elke dag opnieuw, met de situatie om gaat en hoezeer ik je daarom bewonder.

Omdat hier allemaal geen woorden voor zijn, ga ik ze ook niet zoeken. Ik ga alleen maar zeggen dat ik trots op je ben. En ik weet dat mijn broer dat ook is. Dus ook namens hem zeg ik: een fijne Moederdag mam. We houden van je.

Category: Broer, Ouders  Tags: ,
You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.
One Response

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: