De Tegoedbon

02De quiz waar ik aan deelnam werd steeds spannender. Telkens weer werd een nieuwe vraag op me afgevuurd en slaagde ik erin het juiste antwoord te geven. Tenminste: ik veronderstel dat ik het juiste antwoord gaf want ik zag de man tegenover me regelmatig tevreden knikken terwijl hij een notitie maakte van wat ik zei. Het ging goed totdat hij zijn laatste vraag op me afvuurde. Aaiiii. Die zag ik niet aankomen. In één keer was ik knock-out, daar konden al mijn voorgaande goede antwoorden niet tegenop. Snoeihard kwam de vraag aan en ik merkte dat ik even zachtjes hijgde van pure agitatie.

De man tegenover me bezag me met een tevreden glimlachje en trok zijn wenkbrauwen vragend op. Zijn mondhoeken krulden zich ietwat omhoog en ik zag aan de blik in zijn ogen dat hij dacht: ‘Nou? Daar heb je niet van terug he?’

Daar had ik inderdaad niet van terug. Vliegensvlug reageren lukte niet meer. Mijn hersens draaiden op volle toeren en ik probeerde serieus de vraag te verwerken die de man tegenover me zojuist gesteld had. Ik zat klem. Hier kwam ik niet uit. Met logisch beredeneren kwam ik niet verder, dat was duidelijk. Ik zat op het verkeerde pad. Ik moest een totaal onlogische manier van denken zien te benaderen om deze strikvraag te kunnen beantwoorden.

Op mijn bovenlip voelde ik hoe zich langzaam enkele druppeltjes zweet begonnen te vormen. Met een onopvallend gebaar probeerde ik ze weg te werken en staarde de quizmaster koel aan.
‘Tijd rekken’ bedacht ik me snel en hoorde mezelf zeggen: ‘sorry, wat zei u?’ Ik ging ervan uit dat ik de vraag verkeerd verstaan had. Dat MOEST wel. Hij kon simpelweg niet menen wat hij net vroeg.

Zaterdagmiddag
Ik stond bij de kassa van de kledingzaak waar ik de dag ervoor een vest had gekocht. Het vest bleek uiteindelijk niet te zijn wat hij zo op het eerste gezicht beloofd had. Ik propte het dus terug in de zak en frommelde de kassabon erbij in. De volgende dag toog ik naar de winkel om het vest in te leveren, met de bedoeling mijn geld terug te krijgen.

Daar begon het. De vriendelijke meneer achter de kassa had alle tijd van de wereld.
‘U wilt dit vest terugbrengen? Prima hoor, geen enkel probleem.’
Je zou denken: ‘mooi, klaar. Hier met die poen en wegwezen’ maar nee, zo gemakkelijk kwam ik er niet vanaf.

‘Waarom wilt u het vest terugbrengen?’ Hiermee begon het. Het antwoord was simpel.
‘Het is te groot’ antwoordde ik fier.
‘Hebt u al gekeken of er een kleinere maat is?’ Nee – ik wou sowieso dat hele vest niet. Het was geen kwestie van te groot of te klein maar wat ging dat die klungel aan?
‘Nee,’ wist ik weer ferm te antwoorden, ‘dat hoeft niet want ik vond ‘m eigenlijk ook niet zo leuk.’
Weer schreef de man mijn antwoord op.
‘Wilt u even in de winkel rondkijken voor iets anders in plaats van dit vest?’
God. Het werd wel lastig maar toch. Het lag op het puntje van mijn tong oom te zeggen: ‘nee knurft, als ik dat had gewild had ik dat wel gedaan en daar heb ik jouw advies niet voor nodig’ maar kom op zeg: we zijn net in een nieuw jaar beland en dan ga je niet meteen dat jaar bezoedelen door dit soort kreten uit te slaan.
Dus zei ik braaf: ‘ook niet, ik heb nu even geen tijd.’ Pffff. Wat een gehannes. Even een vestje terugbrengen. Geef me m’n geld terug en kappen hiermee.

Eerlijk is eerlijk: ik raakte een klein beetje geïrriteerd. Ik was al wat moe na een drukke werkweek en wou gewoon thuis even lekker rustig chillen. En dan dit. Kan het nog stompzinniger? Ik bedoel: het is vrij duidelijk toch? Vrouw koopt vest. Vest niet goed. Vrouw brengt vest terug. Vrouw krijgt geld terug. Klaar. That’s it. Niet al deze imbeciele vragen.

De man tegenover me zag kennelijk dat ik me zo langzamerhand wat op begon te winden en glimlachte sardonisch. Toen kwam de vraag die me neervelde en waar ik niet van terug had, de ultieme achterlijke vraag. Hij schraapte zijn keel en vroeg, daarbij goed articulerend: ‘wilt u een tegoedbon?’

Hier had ik geen antwoord op. Ik begreep het niet. Deze vraag trachtte ik te beredeneren. Wat zag ik hier over het hoofd? Waarom zou ik – vrijwillig – kiezen voor een vodje papier in plaats van gewoon contant geld? Dat vod papier dat hij ‘tegoedbon’ noemde – wat had ik daaraan in dit geval? De radars in mijn hersens draaiden op volle toeren en ik wou een scherp en slim antwoord geven. Het lukte niet. Ik slaagde er slechts in hem dof aan te staren terwijl ik voelde hoe er iets in mijn hoofd knapte.

‘Wilt u een tegoedbon?’ herhaalde hij zijn vraag. Ditmaal trokken zijn mondhoeken – en nu verbeeldde ik het me niet –op tot een totaal verwrongen grijns.

Ik schijn afgevoerd te zijn in een dwangbuis. Met een tegoedbon tussen mijn vuisten geklemd.

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: