De Overval

Dit verhaaltje is ook gepubliceerd in de Harlinger Courant van 26-04-2013

Hendrik-Jan Doordouwer zat zich te verbijten in zijn fauteuil terwijl zijn ogen over de krantenkoppen van de Harlinger Courant dwaalden. Het lukte hem niet zijn aandacht er bij te houden. ‘Veiligheidsmaatregelen voor de afvaloven goedgekeurd’ las hij en schudde mistroostig zijn hoofd. Daarna was zijn interesse direct weer verdwenen.

Telkens weer dwaalden de gedachten van Hendrik-Jan Doordouwer af naar de gruwelijke middag die nog maar zo kort achter hem lag. Gruwelijk, er was geen ander woord voor, was de middag verlopen. Ook Afke Doordouwer zat met een beetje ongelukkig gezicht op de bank. Ze wierp een steelse blik op het gezicht van Hendrik-Jan en voelde dat de stemming er nog niet echt inzat. ‘Heb je geen zin om even naar De Lichtboei te gaan?’ vroeg ze voorzichtig. ‘De mannen zijn daar nou aan het biljarten.’
‘Nee’ schudde Hendrik-Jan zijn hoofd. ‘Vanavond even niet.’

‘En volgende week misschien ook niet’ dacht hij er achter aan. Zuchtend schudde hij zijn hoofd en ging verder met zijn krantje. ‘Laten we hopen dat we geen voorpaginanieuws worden’ dacht hij terwijl de rillingen hem over het lijf liepen bij de gedachte. ‘Iedereen is het straks weer vergeten hoor’ hoorde hij Afke zeggen alsof ze wist waar hij aan dacht. ‘Dit soort dingen blijven echt niet zo lang hangen.’
Met een pijnlijk vertrokken grimas keek Hendrik-Jan Doordouwer even naar Afke. ‘Laten we het hopen Afke’ mompelde hij, ‘laten we het hopen.’

De dag was zo leuk begonnen. Het was prachtig weer en eindelijk leek die lange, donkere winter definitief voorbij. ‘Ik ga even een blokje om hoor!’ riep Hendrik-Jan aan het eind van de middag.
Hij slenterde op zijn gemak langs de Noorderhaven, liep een stukje over de Voorstraat en stopte even bij het standbeeld van Anton Wachter om een praatje te maken met een paar van zijn vrienden. Daarna keerde hij weer huiswaarts, richting Zoutsloot.
Vrolijk fluitend viste Hendrik-Jan de huissleutels uit zijn jaszak en opende de voordeur. ‘Ik ben er Afke!’ riep Hendrik-Jan Doordouwer. Het bleef stil in huis. ‘Ik ben er!’ herhaalde Hendrik-Jan, ditmaal iets luider. Nog steeds was daar geen reactie. Hendrik-Jan fronste even zijn wenkbrauwen. Hij was gewend dat Afke direct kwam toesnellen als hij thuiskwam. Hij opende de deur naar de voorkamer en wat hij daar aantrof tartte elke beschrijving. Hendrik-Jan voelde hoe zijn adem in zijn keel stokte en hij hapte naar lucht.

Op de bank lag Afke. In haar ondergoed, geboeid en gekneveld. Haar mond was dicht geplakt met grote stukken duct-tape en Afke staarde hem met grote ogen aan.
Hendrik-Jan reageerde kordaat. ‘Geen paniek Afke’ brulde hij. ‘Geen paniek!’ Hij holde naar de telefoon en draaide het alarmnummer. ‘Er is bij mij een overval gepleegd’ brulde hij naar de telefoniste. Afke lag ondertussen op de bank als een waanzinnige met haar ogen te rollen. ‘Rustig Afke, rustig, de politie komt eraan. Ik kan je nou niet losmaken want ze moeten aan sporenonderzoek doen, snap je?’ Woest rolde Afke weer met haar ogen en schudde haar hoofd. ‘Ze kunnen hier elk moment zijn pop’ stelde Hendrik-Jan Doordouwer zijn Afke gerust.

Dit alles gebeurde een paar uur geleden. Met loeiende sirene kwam de politie aanrijden en de hele straat liep uit om te kijken wat er aan de hand was bij De Doordouwers. Tot hun grote verbazing zag de buurt dat enkele minuten na hun aankomst de politie alweer vertrok, brullend van het lachen. In huis bleven Hendrik-Jan Doordouwer en Afke achter.

‘Je zag toch aan me dat ik met mijn hoofd schudde?’ verdedigde Afke zich tegen een verbijsterde Hendrik-Jan die vanachter de gordijnen de politiebus nakeek. ‘Ik probeerde je ervan te weerhouden te bellen maar je luisterde niet. Zoals gewoonlijk’ liet ze er wat mismoedig op volgen.

‘Ik wou je gewoon verrassen’ had Afke op fluistertoon verteld. ‘Ik heb net 50 Tinten Grijs gelezen en ik dacht dat het wel leuk zou zijn…..’

Hendrik-Jan Doordouwer had hoofdschuddend gezwegen. ‘Voorlopig maar even geen biljart’ had hij gedacht. Hij had zich laten vallen in zijn fauteuil en met de moed der wanhoop pakte hij de krant op. ‘Als dit maar geen voorpaginanieuws wordt’ dacht hij weer even en slaakte toen een diepe zucht.

Dit verhaaltje is ook gepubliceerd in de Harlinger Courant van 26-04-2013

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: