De Man die Honger Had

Bron: PixabayHet was een mooie vooravond ergens in de lente toen Deborah naar Mark keek die haar, zonder haar te zien, met een vreemde glimlach voorbij liep.

Hij lijkt gekalmeerd, dacht ze. Hij is in elk geval niet meer zo kwaad als net. Ze sloot haar ogen en dacht aan de verschrikkelijke ruzie van een half uur geleden. Aan het moment dat Mark thuiskwam van zijn werk en zij, Deborah, hem vertelde dat ze wéér niet gekookt had.

‘Ik dacht: misschien kunnen we gezellig uit eten’ had ze lieftallig gemurmeld terwijl ze zich tegen hem aandrukte.

Mark had niets gezegd. Niet direct in elk geval. Hij had zich losgemaakt uit haar omhelzing, was naar de keuken gelopen en had alle potten en pannen die hij maar kon vinden op het aanrecht gesmeten.

‘Heb je verdomme énig idee wat hier de bedoeling van is??’ krijste hij vervolgens. Ze had hem nog nooit zo kwaad gezien.

‘Liefje’ stamelde ze. Ze voelde zich opeens bespottelijk in haar ultrakorte zwarte jurkje op hoge naaldhakken en iets zei haar dat het beter was niet tegen deze kwaadheid in te gaan.

Probeer schuldbewust te kijken, hield ze zich voor. Des te sneller is hij gekalmeerd. Misschien kun je ook nog bevallig een traantje plengen.

Mark bleek ongevoelig voor de schuldbewuste blik en ook het traantje dat charmant naar beneden rolde deed hem niets. Hij bleef maar foeteren. Ja, het was waar: Mark had al eerder gezegd dat hij het leuk zou vinden als ze wat vaker zou koken – ‘je zit tenslotte de hele dag thuis’ – maar dat was nou juist het probleem. Hij wíst dat ze niet van koken hield. Dat ze niet van het huishouden hield. Hij wist dat ze een luxe vrouwtje was en dat hij nu begon te klagen vond ze eigenlijk een beetje oneerlijk.

Terwijl hij nog steeds boven de potten en pannen stond te razen gebeurde er iets. Het was vreemd. Het leek alsof er iets in zijn hoofd knapte: midden in een zin zweeg hij, kreeg opeens een glazige blik en begon wonderlijk te glimlachen. Deborah was opgelucht. De ruzie was voorbij. Misschien konden ze later toch nog gezellig uit eten.

Dat was een half uur geleden. Toen deed zich een nieuwe situatie voor die ze moest zien op te lossen.

Zal ik iets zeggen? vroeg ze zich af toen hij weer langs haar liep. Hij had nog steeds dezelfde vreemde blik. Zal ik vragen of het wel met hem gaat? Of hij wel weet wat hij doet? Ik moet het voorzichtig aanpakken – ik wil hem niet weer kwaad maken. Het leek zojuist alsof alle stoppen definitief bij hem doorsloegen, beangstigend gewoon.

Heel in de verte hoorde ze de hond van de buren (die een kilometer verderop woonden) blaffen en verder was het doodstil. Ze waren buiten op het grote terras en ze rilde. Het werd frisjes.

‘Waar ben je in Godsnaam mee bezig?’ vroeg ze uiteindelijk terwijl ze zijn blik probeerde te vangen.
‘Dat zie je’ antwoordde hij zonder op te kijken.
‘Ik zie wat je aan het doen bent ja’ zei ze. ‘Maar ik bedoel: wáár ben je mee bezig??’
‘Ik heb honger.’ Nu keek hij op. Hij glimlachte zowaar.
‘Ja, maar als je honger hebt…’ Ze zweeg. ‘Er ligt toch nog wel iets in de ijskast?’
Hij keek op. ‘Ik heb de hele dag hard gewerkt – ik wil gewoon een warme maaltijd Deborah.’
‘Er is nog een halve pizza over van eergisteren – die kan ik toch opwarmen?’
‘Ik wil een warme maaltijd. Ik wil iets vers, niet een oude opgewarmde pizza.’

‘Maar waarom… waarom…’ Ze kon niet verder praten. Langzaam drong het tot haar door dat hij geen grapje maakte; aan de waanzinnige blik in zijn ogen te zien was het hem beslist menens. Ergens in haar hoofd rinkelden tientallen alarmbellen op de allerhoogste toeren en ze had het gevoel dat haar hersens uit elkaar zouden spatten.
‘Waarom…’ Ze fluisterde. Het klonk als een vreemd, reutelend geluid. Op de een of andere manier had haar stem het begeven.
‘Omdat ik zin heb in een lekker stuk vlees Deborah’ zuchtte Mark vermoeid. Hij legde nog wat hout onder de grote ketel waarin Deborah geboeid stond. ‘Ik heb zin in een goed stuk vlees en – ik hoop niet dat je het raar vindt klinken lieverd: dat vlees van jou is me altijd uitstekend bevallen.’

—————————–

Dit verhaal is ook gepubliceerd op Hoe Vrouwen Denken

Category: 02 - Fictie
You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.
9 Responses
  1. Bertie says:

    Een verkapte kannibaal, wat griezelig.
    En wat goed geschreven.

  2. Zou willen dat ik zo’n verhaal kon schrijven…knap!

  3. Rimpelingen says:

    Leuk, spanning goed opgebouwd!

  4. Suskeblogt says:

    Zo wordt ze de hoofdschotel

  5. Mrs. T. says:

    Dat wordt duidelijk geen groentesoep. 😉

  6. ria says:

    Een goed geschreven verhaal met een verrassend einde. Wat een geschift figuur.

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers op de volgende wijze: