De Droom

Hendrik-Jan Doordouwer verschijnt om de week in de Harlinger Courant. Hij moppert heel wat af maar gelukkig is daar Afke die hem altijd wel weer uit de put weet te trekken. Hoewel…..

Afke deed een paar stappen bij de spiegel vandaan en zuchtte eens diep. ‘Ik weet het niet hoor. Ik weet het niet. Wat vind jij hiervan Hendrik-Jan?’
Hendrik-Jan Doordouwer had zich net heerlijk geïnstalleerd in de grote fauteuil bij het raam. Hij was wat rozig merkte hij. ‘Dat laatste pilsje bij ‘t Zilt had ik misschien niet moeten doen’ bedacht hij zich. ‘Die is toch wat te hard aangekomen.’
‘Zal ik ‘m houden of niet?’ Afke draaide zich om en Hendrik-Jan moest even slikken. Nu moest hij op zijn hoede zijn wist hij. Om de sfeer in huis een beetje gezellig te houden moest je soms een absolute koorddanser zijn.
‘Tja’ begon hij weifelend. ‘Het zou misschien wel kunnen.’
‘Je bedoelt dat het helemaal niets is?’ snibde Afke.
‘Nee nee, dat bedoel ik niet. Het is alleen… tja… ik weet het eigenlijk niet. Maar het kan wel. Het kan absoluut.’
Afke wist genoeg. Jammer, want zo op het oog had het jurkje zo leuk geleken. ‘Ik breng hem straks terug’ zei ze en haar stem klonk beslist spijtig.

Afke verdween naar de slaapkamer en Hendrik-Jan voelde zijn oogleden zwaar worden. Heerlijk even. Wat een lekker dagje hadden ze gehad in hun stadje. Bij ‘t Zilt hadden ze geluncht met een paar vrienden en Hendrik-Jan had in geen tijden zo gelachen. Daarna hadden hij en Afke nog wat over de Voorstraat geslenterd en kwam Afke – natuurlijk – weer met een paar schoenen en een jurk thuis.
‘Zoveel koop ik heus niet hoor’ had Afke verontwaardigd gezegd toen ze het gezicht van Hendrik-Jan zag. Hendrik-Jan wist wel beter. Drie dagen geleden had hij – voor de aardigheid – Afkes schoenenaantal eens geteld en hij was ontzet. Hij kwam tot het ontluisterende aantal van 53 paar.

‘Ik ben zo terug lieve’ riep Afke vanuit de gang. ‘Ik breng even dit jurkje terug.’
‘Neem die schoenen dan ook meteen mee’ mompelde Hendrik-Jan slaperig. Toen Afke de voordeur dichttrok sliep hij al.

Hendrik-Jan wist dat hij droomde maar toch slaagde hij er niet in zichzelf wakker te schudden. Hij probeerde het wel, maar het lukte simpelweg niet. Een argeloze voorbijganger, die Hendrik-Jan in z’n fauteuil zag zitten, had niet kunnen bevroeden dat de man op dat moment de vreselijkste dingen meemaakte.

Hendrik-Jan Doordouwer droomde dat hij over de Voorstraat liep met in zijn handen geklemd een grote boodschappentas. Achter hem liepen Rutte en Samson. Gedrieën liepen ze naar de bank op de Voorstraat en Hendrik-Jan moest de paar centjes, die hij daar had staan, verplicht opnemen.
‘Het geld moet rollen meneer Doordouwer!’ grijnsde het vrolijke duo in koor. ‘Hier met die poen!’
In de grote containers die voor de deur van de bank stonden moest Hendrik-Jan zijn boodschappentas legen. ‘Brussel, Griekenland en Cyprus’ stond op de – overvolle – containers. De ongelovige blik van Hendrik-Jan leidde tot veel hilariteit.

‘Dit is nog maar het begin!’ hikte Samson tegen een verbijsterde Hendrik-Jan Doordouwer. ‘Wacht maar tot we straks weer 6 miljard gaan bezuinigen.’ Rutte kletste zich op de dijen van het lachen.
Hendrik-Jan werd wakker geschud door Afke. ‘Wakker worden lieve!’ riep ze bezorgd. ‘Je hebt een nachtmerrie!’

Met een schok opende Hendrik-Jan zijn ogen en realiseerde zich dat hij baadde in het zweet. Verwilderd liet hij zijn ogen over Afkes gezicht glijden, blikte naar buiten en keek weer naar Afke.
‘Je had een nachtmerrie’ herhaalde Afke. ‘Je was aan het schreeuwen toen ik binnenkwam.’

Terwijl Hendrik-Jan zijn klamme voorhoofd afveegde keek hij Afke somber aan. Opeens werd het hem allemaal bijzonder zwaar te moede.
‘We worden beroofd Afke’ fluisterde Hendrik-Jan Doordouwer en in zijn stem klonk een zekere wanhoop. ‘Ik had geen nachtmerrie. Ik droomde over de bittere, gruwelijke werkelijkheid.’

‘De gruwelijke werkelijkheid’ herhaalde hij somber. In de verte hoorde hij het carillon en vanuit de tuin bij de buren klonken vrolijke kinderstemmetjes.
‘Kom kom lieve’ monterde Afke hem wat op. ‘Zo erg kan het niet geweest zijn.’
Hendrik-Jan gaf geen antwoord. Hij snoof verontwaardigd, stond op en pakte de Harlinger Courant van tafel. Misschien dat daar iets in stond waardoor hij zich weer wat beter voelde.

 


You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.
One Response
  1. EJW says:

    Grappig verhaal met een stuk realiteit

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers like this: