De Doordouwers

Bron: Pixabay

‘Geweldig, geweldig,’ gromde Hendrik-Jan Doordouwer. ‘Geweldig. Hier zat Harlingen nou echt op te wachten.’
Met een bruusk gebaar vouwde hij de Harlinger Courant dicht en smeet hem van zich af, over de tafel heen. In eenzelfde beweging trok hij zijn kopje koffie naar zich toe.
‘Wat is er lieve?’ vroeg mevrouw Doordouwer gealarmeerd. Ze zag aan de uitdrukking op het gezicht van haar man dat hij behoorlijk ontdaan was.
‘Ach’, gromde hij, ‘lees zelf maar. Het is werkelijk erg.’
Mevrouw Doordouwer pakte de dichtgevouwen krant op en sloeg hem open. Zo op het eerste gezicht kon ze niets bijzonders vinden.
‘Waar heb je het over lieve?’ informeerde ze voorzichtig. Afke Doordouwer wist dat, als Hendrik-Jan in deze stemming was, ze hem voorzichtig moest benaderen.
‘Dat gedoe met die haven!’ kreet hij wanhopig. ‘Zie je het niet, dat stukje op de voorpagina? Ze willen hier in Harlingen een sloopbedrijf voor boten neerzetten!’
Mevrouw Doordouwer liet dit nieuws even op zich inwerken en wist niet zo goed wat ze ervan moest denken.
‘Maar lieve, dat is juist goed nieuws toch? Als we hier een groot sloopbedrijf erbij krijgen betekent dat toch veel meer werkgelegenheid?’ opperde ze voorzichtig.

Hierop kon meneer Doordouwer zich niet inhouden. ‘Meer werkgelegenheid?’ snoof hij verontwaardigd. ‘Meer vervuiling zal je bedoelen. Alsof we al niet genoeg ellende en narigheid met die Omrin hebben! Het is een schandaal wat ze ons door de strot gedouwd hebben! Moet jij eens opletten wat voor narigheid die hele Omrin Harlingen in de toekomst zal brengen. En dan nu ook nog eens dit. Een sloopbedrijf waar ze boten uit elkaar gaan slopen. Asbest dat vrij kan komen. Nog meer vervuiling. Nee, het is een schande, in- en in triest dat dit zomaar kan. De troep die ze in Pakistan en Afrika niet meer willen hebben krijgen wij nu op ons bordje. En dan moeten we nog blij zijn ook.’

Mevrouw Doordouwer keek een beetje ongelukkig. Als haar man zo bezig was had ze eigenlijk geen idee wat ze moest doen of zeggen. Daarom friemelde ze wat nerveus met de krant in haar handen geklemd aan haar trouwring.
‘Ze zullen toch wel weten wat ze doen lieve?’ piepte ze zachtjes.

Ha! Dit was koren op de molen van meneer Doordouwer.
‘Weten wat ze doen? Weten wat ze doen? Ach mens, praat me niet van ‘weten wat ze doen.’ Je hoeft de kranten maar open te slaan om te ontdekken dat feitelijk niemand meer weet wat ‘ie aan het doen is.’

Hierop viel mevrouw Doordouwer helemaal stil.
‘En toch.. ‘ begon ze voorzichtig.

‘Wat ‘en toch’?’ brulde meneer Doordouwer.
‘En toch vind ik dat je je niet zo moet opwinden. Wie weet wat voor bruisend stadje Harlingen weer wordt dankzij deze sloperij?’ Mevrouw Doordouwer legde de krant terug en veegde een denkbeeldig pluisje van haar Perzische tafelkleedje. Hoofdschuddend nam meneer Doordouwer een slokje van zijn, inmiddels koud geworden, kopje koffie.

Op zoveel dommigheid had Hendrik-Jan Doordouwer niets meer te zeggen. Hij trok de Harlinger Courant naar zich toe, zette zijn bril stevig op zijn neus en begon aan de binnenpagina. Straks maar gauw even naar de mannen toe, die bij het standbeeld van Anton de Wachter op hem zouden wachten. Wie weet zou het toch goed komen met zijn dag.

Dit verhaaltje is ook gepubliceerd in de Harlinger Courant van 29-03-2013

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: