Archive for the Category » 02 – Fictie «

De Droom

Bron: PixabayLief dagboek,
De afgelopen tijd heb ik je schandelijk verwaarloosd, ik weet het. Dat komt door het volgende: ik ben de laatste tijd dag en nacht bezig met het onderzoeken van WordPress en ik vind het ZO leuk: ik denk nergens anders aan. Alsof er een ander deel van mijn hersenen geactiveerd is, zo voelt dat. Ik sta ‘s ochtends speciaal extra vroeg op om achter m’n pc te duiken en nieuwe ontdekkingen te doen – het is een beetje triest ja. Mijn huishouden loopt ondertussen enorm achter maar dat haal ik wel weer eens in. Ooit.

Omdat ik het zo druk had met WP (WordPress) heb ik verder ook niks opgeschreven en heb ik eigenlijk ook bijzonder weinig te melden. Ik kan er niks aan doen! Zelfs nu ik dit schrijf zit ik te popelen om weer aan de slag te gaan. Ik probeer al uren een gekleurde statische navigatiebar te maken en het moét lukken.

Omdat ik weinig verheffends te melden heb doe ik maar even vlug een kort verhaaltje. O nee, ik kan nog wel iets vertellen dat me nu te binnen schieten en waar ik om moest (glim)lachen: oom H. vertelde dat hij heel, heel veel spijt had van iets dat hij NIET gedaan had.
‘Wat is dat dan?’ vroeg buurvrouw Annie.
‘Van het feit dat ik vroeger nooit meegedaan heb met graaien’ mompelde oom H.
Hij kwam tot deze opmerking na het zien van een documentaire waarin ons voor de zoveelste keer duidelijk gemaakt werd: het draait uiteindelijk alleen maar om geld. En Seks. Meer niet. Ik heb de documentaire ook gezien en ik vond het stuitend. (Hij staat tot donderdag online dus als jullie ‘m zouden willen zien: hier is de link).

Goed, nu dan even een kort verhaaltje en dan maar hopen dat er binnenkort toch wat meer inspiratie komt. Moet lukken. Eerst even WordPress compleet onder de knie krijgen en dat komt dat vast wel weer goed.

De Droom
Het gezicht van de man die het obscure winkeltje binnenstormde stond op onweer. ‘Ik weet precies wat u zoekt’ sprak de verkoper die vanuit het niets opdook. Hij glimlachte vilein. ‘Werkelijk, ik weet precies wat u zoekt. We krijgen hier namelijk wel vaker boze echtgenoten over de vloer’.

Hij liet het boek waar de verkoper mee aan kwam zetten inpakken – ‘natuurlijk heb ik pakpapier meneer’ en overhandigde het bij thuiskomst direct.

‘Hoezo een cadeautje?’ zei ze verbaasd. ‘We hadden net een knallende ruzie – je liep woedend weg en nu…’
‘Nu heb ik spijt’ verklaarde hij. ‘Ik zat fout. Hier, maak open’.

Ze maakte het pakje open, hem toch nog even een vlugge blik toewerpend. Hij scheen oprecht spijt te hebben. Grappig! Ze vond achteraf eigenlijk juist dat ze zelf wat zeikerig geweest was maar och, dat hij nu spijt had was helemaal niet verkeerd.

‘Een boek?’ zei ze verbaasd terwijl ze de omslag bekeek. De kaft was van het prachtigste blauw dat ze ooit gezien had en met grote gouden letters was erop gedrukt: De Droom. Meer niet.

‘De Droom – apart!’ lachte ze. Ze gaf hem een kus. ‘s Avonds ging ze eerder naar bed – hij bleef nog tv kijken. In bed begon ze direct te lezen. Wat ze las was zo… zo magisch, zo prachtig – zoiets had ze nog nooit gelezen. Echt nog nooit. Al lezende droomde ze over de wereld die in het boek beschreven stond en ze wenste dat ze in die wereld kon leven. Ze betrapte zich erop dat ze telkens hetzelfde dacht: ik zou in zo’n wereld willen leven.

Toen hij naar bed ging lag ze daar met haar meest gelukkige glimlach. Dood. Hij knikte tevreden. Eindelijk rust.

————

In het obscure winkeltje glimlachte de verkoper vilein. ‘Ik weet precies wat u zoekt meneer’ zei hij. Hij was vanuit het niets opgedoken – de man die binnen was komen stormen keek hem dan ook even verbaasd aan. ‘Ik weet precies wat u zoekt’ herhaalde hij terwijl hij een boek vanonder de toonbank haalde. ‘Geloof me: we krijgen hier wel vaker boze echtgenoten over de vloer’.

De Verjaardag van Kleine Mara

Bron: Pixabay‘Je moet je niet zo druk maken’, zei m’n vrouw. ‘Het gaat over. heus. Jaloezie hoort erbij. Dacht je werkelijk dat alleen volwassenen jaloers waren? Welnee! Kinderen kunnen er ook wat van hoor!’
Ze lachte, mijn vrouw. ‘Het gaat echt vanzelf over. Let maar op. Over een tijdje zijn ze dol op elkaar. Zo gaat dat altijd’.

Ik keek haar bedenkelijk aan. ‘Ik hoop het’, antwoordde ik uiteindelijk. ‘Ik vind het namelijk niet leuk als ik zie hoe Mara met haar kleine zusje omgaat’.
‘Ik ook niet’ gaf mijn vrouw me gelijk. ‘Maar toch: het gaat over. Met veel liefde en geduld gaat het over. Dit is een fase, hier moet ze doorheen’.

Op de een of andere manier had ik er een hard hoofd in. Sinds de geboorte van onze tweede dochter Mona gedroeg Mara zich vreemd. Anders. Ze kon met een rare blik haar zusje observeren en ik betrapte haar ooit eens in de wieg van Mona, met haar volle gewicht bovenop haar liggend.

‘Ik wilde alleen maar spelen papa’ glimlachte ze lief maar iets zei me dat ze dat niet wilde. Iets zei me, dat ze geprobeerd had haar zusje te verstikken. Wat als ik niet op tijd die kamer ingelopen was? Wat als… Sindsdien durfde ik Mara niet alleen bij Mona te laten.

‘Nogmaals: het gaat over’, hield mijn vrouw vol. ‘En zullen we er nu over ophouden? Je dochter wordt morgen vier jaar en we hebben nog genoeg te doen. Wat denk je van slingers ophangen bijvoorbeeld?’

Ik lachte. Ze had gelijk, m’n vrouw.
‘Het zal wel iets zijn waar jullie vrouwen allemaal last van hebben’, grinnikte ik. ‘Als ik zie hoe jij en je zussen nog steeds met elkaar omgaan…’
‘Precies’, beaamde m’n vrouw. ‘Niks nieuws onder de zon. En nu de slingers. Als Mara morgenochtend de kamer binnenloopt moet de kamer helemaal versierd zijn’.

We waren zo ingespannen bezig, mijn vrouw en ik, dat we de deur niet hoorden opengaan. Pas toen we gegiechel hoorden keken we op.
‘Mara, lieverd!’ hoorde ik m’n vrouw. Ze stapte van de keukenstoel af en drapeerde de slinger over de eettafel. ‘Wat is er? Lukt het niet met slapen?’

Mara schudde haar hoofd. Ze schuifelde wat met haar blote voetjes heen en weer en hield haar handjes op haar rug. Ze zag er schattig uit in haar pyjamaatje met haar lange losse haar en opeens voelde ik wroeging over mijn negatieve gedachten.
‘Je bent een beetje zenuwachtig vanwege morgen denk ik, glimlachte m’n vrouw. ‘Je voelt wat koortsig en je wangetjes zijn roze’.
Mara keek met grote ogen en open mond naar de slingers.

‘Nog één nachtje slapen en wie is er dan jarig?’ vroeg ik, de slinger waar mijn vrouw mee bezig was verder ophangend.
‘Ikke’, glimlachte Mara tevreden.
‘En hoeveel jaartjes wordt onze Mara?’ zeiden we tegelijk.

‘Zoveel jaartjes!’ Mara hield triomfantelijk haar kleine handje omhoog en toonde ons vier vingertjes.

Vanuit de verte hoorde ik opeens mijn vrouw ijselijk gillen – het was een oerkreet. Nog nooit in m’n hele leven had ik zo’n geluid gehoord. Ik voelde geen behoefte om te gillen maar daar was alles mee gezegd. Want ik voelde hoe de kamer om me heen draaide, ik voelde hoe zich in mijn hoofd een bal vormde die leek te ontploffen ergens in het binnenste van mijn hersens en terwijl ik me vastgreep aan een stoel om niet te vallen, terwijl ik naar Mara’s opengesperde handje keek, terwijl ik naar adem hapte en opeens allemaal rode en zwarte vlekken voor m’n ogen zag dansen (waar kwamen die vandaan?), terwijl ik het gevoel had dat mijn oogbollen elk moment konden exploderen en terwijl mijn vrouw maar niet scheen te kunnen stoppen met schreeuwen keek ik naar de vingertjes die Mara zo triomfantelijk omhoog hield. Vier losse, kleine vingertjes. Ik herkende direct de vingers van haar zusje.

Category: 02 - Fictie  15 Comments

De Man met de Helm

Bron: PixabayIk hoor stemmen, zei de man aan de ontbijttafel.
Stemmen? zei de vrouw. Ze keek ongerust.
Ja, stemmen, herhaalde de man. Ik wilde het eerst niet zeggen maar ik hoor ze al een hele tijd.
Ze zuchtte, de vrouw. Wat voor stemmen hoor je dan?
Allerlei stemmen, zei hij. Honderden stemmen die dingen zeggen. Die lachen, fluisteren. Ik hoor ze maar ik versta niet wat ze zeggen. Begrijp je wat ik bedoel?

Nou en of, wilde de vrouw sarcastisch antwoorden maar ze deed het niet. In plaats daarvan brak ze haar knäckebröd doormidden en knabbelde erop, zonder er iets op te smeren.

Hoe lang hoor je die stemmen al? vroeg ze.
Net wat ik zeg, zei de man. Al een hele tijd. Hij boog zijn hoofd en keek naar beneden. Het was duidelijk dat hij het moeilijk vond erover te praten. Al een paar weken hoor ik stemmen en ze zwijgen niet, wat ik ook doe.
De vrouw zweeg. Ze keek naar buiten. Het was een mooie voorjaarsdag maar op de een of andere manier leek het alsof er een donkere wolk boven hen hing.

En nu? vroeg ze uiteindelijk. We zullen naar een dokter moeten, je kunt niet rond blijven lopen met die stemmen.
Daar wilde ik het over hebben met je, zei hij. Ik heb namelijk iets ontdekt.
Ze keek hem aan. Wat heb je ontdekt?
Ik heb ontdekt… Hier aarzelde hij.
Toe maar, moedigde ze hem aan.
Ik heb ontdekt dat ik geen stemmen hoor als ik m’n helm op heb.
Ze fronste haar wenkbrauwen. Dan hoor je geen stemmen?
Nee. De man keek verheugd. Dan is het allemaal heel normaal. Stil. En omdat ik die stilte zo fijn vind wilde ik aan je vragen…
Nou?
Wilde ik aan je vragen of je het erg vindt als ik zo af en toe die helm op heb.

Hier moest ze even over nadenken, de vrouw. Dat is goed, zei ze uiteindelijk. Ze had het nog niet gezegd of hij sprong op, rende naar de garage en kwam terug met zijn zwarte integraalhelm op zijn hoofd. Het was geen gezicht. Hij had zijn pyjama nog aan en terwijl de vrouw hem monsterde besefte ze dat met elkaar praten wel lastig was op deze manier.
Ben je ook van plan die klep voor je ogen omlaag te houden? zei ze. Het was een donkere klep en ze zag zijn ogen niet.
Alleen dan is het helemaal stil, hoorde ze hem zeggen. Zijn stem klonk ver weg onder die helm.
De vrouw knikte, stond op en ruimde de ontbijttafel af. Daarna ging ze afwassen. De man pakte de krant, zocht een plekje op in de zon en begon te lezen.

Na een dag of wat kreeg de vrouw een onbehaaglijk gevoel. Zelfs in bed hield hij de helm op.
Ik kan prima zittend slapen, verzekerde hij de vrouw. Niets aan de hand, echt. Bovendien: ik ben dolblij met die stilte, dat wil ik graag zo houden.

Na twee weken onafgebroken met de helm rondgelopen te hebben vond de vrouw het welletjes.
Dat ding moet af, eiste ze. Dit wordt een smerige bedoening zo. Je wast je haar niet, je kunt je gezicht niet schoonmaken – laten we nu in Godsnaam weer eens normaal doen.
De man schudde met zijn hoofd. Nee. Zelfs als ik de klep ook maar een heel klein beetje omhoog schuif dan hoor ik de stemmen weer, zei hij.

Na twee maanden had ze er genoeg van, de vrouw. Die helm gaat NU af, zei ze. NU onmiddellijk. Anders bel ik de huisarts en zorg ik ervoor dat je opgenomen wordt. Hier gaan we iets aan doen, hoor je me? We gaan hier NU werk van maken want dit kan niet meer.
De man knikte bedachtzaam. Mag ik eerst de klep omhoog schuiven? Om te oefenen? Om te kijken hoe hard de stemmen zijn?
Dat is goed, zei de vrouw toegeeflijk.

Langzaam schoof de man de klep omhoog. Een smerige lucht kwam haar tegemoet en ongelovig staarde ze naar de klep. Hij had hem nog maar een centimeter of twee open geschoven en nu al deze stank – wat moest dat dan straks wel niet worden?
Ik hoor niets, zei de man tevreden. Ik hoor in elk geval geen stemmen.
Doe die klep omhoog, zei de vrouw. Ze kreeg een naar gevoel.

De man schoof de klep omhoog. Tergend langzaam, centimeter voor centimeter.
De vrouw keek naar het gezicht van de man. Ze kon niets zeggen. Onbeweeglijk bleef ze kijken, zich opeens bewust van haar hart dat in een gekmakend ritme in haar slapen dreunde. Dit kan niet dacht ze. Dit kan niet maar terwijl ze het dacht wist ze dat het toch werkelijk zo was. Ze keek naar het gezicht dat vanachter de klep tevoorschijn kwam. Op de plek waar ooit zijn wangen hadden gezeten hingen nu grauwe lappen vlees en de lippen waren weggevreten.

Ik hoor niets, zei de man tevreden terwijl hij aanstalten maakte de helm af te zetten. Volgens mij hebben die twee maanden me goed gedaan.
De vrouw merkte dat ze nauwelijks kon ademhalen. Het zweet gutste over haar lichaam en ze had het gevoel dat haar hersens in brand stonden.
De vrouw wilde gillen. Ze wilde gillen: doe alsjeblieft die helm niet af – doe in Godsnaam die klep dicht en maak me wakker maar ze was haar stem kwijt en terwijl ze wist dat ze wilde gillen, terwijl ze in een mist van waanzin registreerde hoe haar man de helm afzette waardoor zijn bijna totaal weggevreten hoofd tevoorschijn kwam, terwijl ze besefte dat ze nog heel even dacht: de hel komt niet in het hiernamaals – de hel is NU werd ze zich opeens pijnlijk bewust van een schaterende lach ergens in haar brein, van een nieuwe, bulderende lach die erbij kwam en terwijl de vrouw verwilderd met haar hoofd begon te schudden om het gelach dat ze hoorde kwijt te raken, terwijl ze als een gek haar vingers in haar oren propte, terwijl het in het hoofd van de vrouw opeens een kakofonie van geschreeuw, gegil, gefluister en gelach was hoorde ze haar man geruststellend zeggen: als jij ooit stemmetjes mocht horen, wees niet bang. Met deze helm ben je er zo vanaf.

Category: 02 - Fictie  17 Comments

De Man die Honger Had

Bron: PixabayHet was een mooie vooravond ergens in de lente toen Deborah naar Mark keek die haar, zonder haar te zien, met een vreemde glimlach voorbij liep.

Hij lijkt gekalmeerd, dacht ze. Hij is in elk geval niet meer zo kwaad als net. Ze sloot haar ogen en dacht aan de verschrikkelijke ruzie van een half uur geleden. Aan het moment dat Mark thuiskwam van zijn werk en zij, Deborah, hem vertelde dat ze wéér niet gekookt had.

‘Ik dacht: misschien kunnen we gezellig uit eten’ had ze lieftallig gemurmeld terwijl ze zich tegen hem aandrukte.

Mark had niets gezegd. Niet direct in elk geval. Hij had zich losgemaakt uit haar omhelzing, was naar de keuken gelopen en had alle potten en pannen die hij maar kon vinden op het aanrecht gesmeten.

‘Heb je verdomme énig idee wat hier de bedoeling van is??’ krijste hij vervolgens. Ze had hem nog nooit zo kwaad gezien.

‘Liefje’ stamelde ze. Ze voelde zich opeens bespottelijk in haar ultrakorte zwarte jurkje op hoge naaldhakken en iets zei haar dat het beter was niet tegen deze kwaadheid in te gaan.

Probeer schuldbewust te kijken, hield ze zich voor. Des te sneller is hij gekalmeerd. Misschien kun je ook nog bevallig een traantje plengen.

Mark bleek ongevoelig voor de schuldbewuste blik en ook het traantje dat charmant naar beneden rolde deed hem niets. Hij bleef maar foeteren. Ja, het was waar: Mark had al eerder gezegd dat hij het leuk zou vinden als ze wat vaker zou koken – ‘je zit tenslotte de hele dag thuis’ – maar dat was nou juist het probleem. Hij wíst dat ze niet van koken hield. Dat ze niet van het huishouden hield. Hij wist dat ze een luxe vrouwtje was en dat hij nu begon te klagen vond ze eigenlijk een beetje oneerlijk.

Terwijl hij nog steeds boven de potten en pannen stond te razen gebeurde er iets. Het was vreemd. Het leek alsof er iets in zijn hoofd knapte: midden in een zin zweeg hij, kreeg opeens een glazige blik en begon wonderlijk te glimlachen. Deborah was opgelucht. De ruzie was voorbij. Misschien konden ze later toch nog gezellig uit eten.

Dat was een half uur geleden. Toen deed zich een nieuwe situatie voor die ze moest zien op te lossen.

Zal ik iets zeggen? vroeg ze zich af toen hij weer langs haar liep. Hij had nog steeds dezelfde vreemde blik. Zal ik vragen of het wel met hem gaat? Of hij wel weet wat hij doet? Ik moet het voorzichtig aanpakken – ik wil hem niet weer kwaad maken. Het leek zojuist alsof alle stoppen definitief bij hem doorsloegen, beangstigend gewoon.

Heel in de verte hoorde ze de hond van de buren (die een kilometer verderop woonden) blaffen en verder was het doodstil. Ze waren buiten op het grote terras en ze rilde. Het werd frisjes.

‘Waar ben je in Godsnaam mee bezig?’ vroeg ze uiteindelijk terwijl ze zijn blik probeerde te vangen.
‘Dat zie je’ antwoordde hij zonder op te kijken.
‘Ik zie wat je aan het doen bent ja’ zei ze. ‘Maar ik bedoel: wáár ben je mee bezig??’
‘Ik heb honger.’ Nu keek hij op. Hij glimlachte zowaar.
‘Ja, maar als je honger hebt…’ Ze zweeg. ‘Er ligt toch nog wel iets in de ijskast?’
Hij keek op. ‘Ik heb de hele dag hard gewerkt – ik wil gewoon een warme maaltijd Deborah.’
‘Er is nog een halve pizza over van eergisteren – die kan ik toch opwarmen?’
‘Ik wil een warme maaltijd. Ik wil iets vers, niet een oude opgewarmde pizza.’

‘Maar waarom… waarom…’ Ze kon niet verder praten. Langzaam drong het tot haar door dat hij geen grapje maakte; aan de waanzinnige blik in zijn ogen te zien was het hem beslist menens. Ergens in haar hoofd rinkelden tientallen alarmbellen op de allerhoogste toeren en ze had het gevoel dat haar hersens uit elkaar zouden spatten.
‘Waarom…’ Ze fluisterde. Het klonk als een vreemd, reutelend geluid. Op de een of andere manier had haar stem het begeven.
‘Omdat ik zin heb in een lekker stuk vlees Deborah’ zuchtte Mark vermoeid. Hij legde nog wat hout onder de grote ketel waarin Deborah geboeid stond. ‘Ik heb zin in een goed stuk vlees en – ik hoop niet dat je het raar vindt klinken lieverd: dat vlees van jou is me altijd uitstekend bevallen.’

—————————–

Dit verhaal is ook gepubliceerd op Hoe Vrouwen Denken

Category: 02 - Fictie  9 Comments

De Belofte

Bron: Pixabay‘Mijn liefste echtgenoot’, schreef Agnes op een koude regenachtige avond in haar dagboek. ‘Ja, ik weet dat ik je niet meer ‘mijn echtgenoot’ mag noemen, we zijn immers uit elkaar maar toch: het voelt zo vertrouwd om dat te zeggen en te denken! Het is ook niet vreemd natuurlijk: je bent zo lang mijn echtgenoot geweest en het feit dat je dat niet meer bent is op de een of andere manier nog steeds een beetje wennen’. more »

Category: 02 - Fictie  Tags:  9 Comments

De Eenzame Vrouw

Bron: PixabayMet al zijn kracht duwde hij haar tegen de muur. ‘Takkewijf!’ hoorde ze hem schreeuwen. Haar rug raakte het beton met een doffe plof en een diepe zucht ontsnapte aan haar lippen, onwillekeurig voortgestuwd door de reflex van haar geschokte ruggengraat.

Hij had haar zo hard geduwd – het was bijna alsof hij haar als een lappenpop door de lucht gegooid had – dat het voelde alsof haar hart naar buiten geslagen werd. Als ik geen ribben had was dat waarschijnlijk nog gebeurd ook dacht ze en terwijl ze als een bevend hoopje mens op de grond in elkaar zakte merkte ze dat ze bijna moest glimlachen om die gedachte.

‘Verdomme!’ riep hij toen hij enkele tellen later bij haar neerknielde. ‘Shit! Het spijt me! Het spijt me! Ik had dit niet mogen doen. Ik… O God’. Hij pakte haar vast en wiegde haar. ‘Dat was niet de bedoeling’. more »

Category: 02 - Fictie  Tags:  27 Comments

De Hysterische Leugen

Bron: Pixabay‘Wat ik zo erg vind’ zei de oude dame, ‘is dat ik haar geloofde. Alles slikte ik als zoete koek. Ik snap nu nog niet hoe ik dat heb kunnen doen’.

De jonge vrouw tegen wie ze sprak glimlachte begripvol. ‘Ik waarschuwde je nog zo…’ maar voordat ze haar zin af kon maken ging de oude dame door: ‘Wat ik zo erg vind is dat ik haar tranen voor verdriet aanzag. Wat heeft ze hem zwart gemaakt! Wat heeft ze vreselijke dingen over hem gezegd! Ik geloofde haar. Ik was ervan overtuigd…’
‘Dat ze de waarheid sprak. Ik weet het’ vulde de jonge vrouw aan.
‘Ja’ mompelde de oude dame. ‘Dat ze de waarheid sprak. Ze was soms zo emotioneel zie je, ze huilde zo hartverscheurend…’ more »

Category: 02 - Fictie  15 Comments

Morgen, morgen misschien

Bron: PixabayElke ochtend bij het wakker worden zei ze hetzelfde: ‘Vandaag! Vandaag is een nieuwe dag – vandaag gaat het gebeuren, ik voél het!’
Bij die gedachte alleen sprong ze direct het bed uit, holde naar de badkamer en besteedde zoveel tijd aan haar uiterlijk dat het regelmatig voorkwam dat ze zonder uitbijt de deur uitging. more »

Category: 02 - Fictie  14 Comments

De Selfie van Margaret

Bron: PixabayToen Margaret Kibbeling die avond in bed lag kon ze niet slapen van opwinding. ‘Al 96 likes’ dacht ze verheugd. ‘Al zoveel en dat terwijl mijn berichtje nog maar een half uur online is!’ Ze trilde van blijdschap en opwinding. ‘Kom’ zei ze terwijl ze haar ogen stijf dichtkneep en op haar andere zij ging liggen. ‘Ik moet nu gaan slapen. Ik moet echt slapen anders ben ik morgen een wrak en dan zie ik er niet goed uit voor m’n selfie’. Ze trok haar dekbed wat hoger en probeerde schaapjes te tellen maar in plaats daarvan telde ze de likes. ‘Ongelooflijk, wat is dit toch heerlijk’ dacht ze en ze dacht er achteraan: ‘Wat is het toch waanzinnig om zo geliefd en populair te zijn. Om te weten dat er zoveel mensen zijn die om je geven en van je houden’. more »

Category: 02 - Fictie  24 Comments

Het Podium

Bron: PixabayMathilde’s dagboek
15.48 uur
Sas en ik hebben afgesproken. Moet er straks heen maar wil niet. ‘Zin om morgen te komen eten?’ appte ze gisteren. ‘Jeroen is op pad, de kinderen zijn niet thuis – kom gezellig! Ik ga lekker koken en dan kunnen we eindelijk weer eens bijpraten’.
Eerlijk, ik had er echt geen zin in. Het is dat Mark ook weg is en de kinderen bij onze ouders logeren – het is daarom dat ik dacht: ach, waarom niet, ik heb toch niets beters te doen, maar eigenlijk zou ik het liever niet doen. Ik vraag me ook af waarom ze me uitgenodigd heeft. Wil ze wéér met dat slanke lijf pronken? Wil ze wéér laten zien hoe gelukkig ze is? Wil ze wéér dat podium opeisen? Ik kots van haar, van dat zogenaamde ‘lievelingetje’ van de familie. Iedereen houdt toch altijd zoveel van haar? Nou, ze mogen ‘r hebben. Als het aan mij lag zag ik haar nooit meer maar ja – ze is m’n zus en daar schijn je moeilijk vanaf te komen. more »

Category: 02 - Fictie  16 Comments
Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers op de volgende wijze: