Afke’s Bootje

Bron: Pixabay

‘Tralalalala, pompompom!’ Afke Doordouwer klapte opgetogen in haar handen terwijl ze genietend luisterde naar de radio. Het was donderdagavond, een uur of 8, en ze luisterde naar ‘Barrelhouse’ een nieuw programma op Radio Stad Harlingen. ‘Wat heerlijk’ verzuchtte ze toen het liedje afgelopen was. ‘Heerlijke Boogie Woogie, dat hoor je tegenwoordig niet zo vaak meer op de radio.’

‘Kan het ook wat zachter?’ bromde Hendrik-Jan. Hij zat in de fauteuil voor de televisie en probeerde wat van het nieuws te volgen maar dat was onmogelijk met deze herrie.
‘Nee Hendrik-Jan’ snibde Afke. ‘Nu wil IK even luisteren.’
Het was zeldzaam dat Afke een weerwoord gaf, dus Hendrik-Jan deed er verder mokkend het zwijgen toe. Toen het programma afgelopen was pakte Afke de telefoon en ging uitgebreid telefoneren met een vriendin. Ook dat nog. Hendrik-Jan zag het er van komen dat dit een verloren avond zou worden. Hij deed een greep naar de afstandsbediening en zette het geluid wat harder, wat hem een vermanende blik van Afke opleverde.
‘Ja, het was enig’ hoorde hij Afke zeggen. ‘Het was prachtig weer en we hebben genoten van al die bootjes die er lagen. We zijn zelfs even op zo een bootje geweest.’

Knarsetandend pakte Hendrik-Jan de Harlinger Courant en probeerde dan maar wat te lezen. ‘Bootjes’ had Afke weer gezegd dacht hij terwijl een zekere wanhoop zich van hem meester maakte. ‘Bootjes!’ Hij had nog zo tegen Afke gezegd toen ze daar op de Zuiderhaven liepen tijdens de Vlootdag: ‘Nee Afke, dit zijn geen bootjes. Dit zijn schepen’ maar dat kon ze kennelijk niet onthouden. Gruwelijk vond hij het om het woord ‘bootjes’ telkens weer te horen vallen.

‘Zou het niet wat voor Dennis zijn, op zo een bootje?’ hoorde hij Afke aan de telefoon. ‘Dat is leuk voor die jongelui hoor. Ze gaan op zo’n Tol Chip’ – ook dat nog, Afke kreeg het maar niet voor elkaar om fatsoenlijk ‘Tall Ship’ te zeggen – ‘een paar dagen naar Noorwegen. Als ik tussen de 15 en 25 jaar was had ik het wel geweten!’ Hendrik-Jan zag in gedachten Afke al hoog in een mast zitten krijsen en schudde even zijn hoofd om dit vreselijke beeld van zijn netvlies te verdrijven.

‘Ja, ze gaan acht dagen naar Noorwegen op die Chips, allemaal jonge mensen. Ik denk dat Dennis…’
Hendrik-Jan schraapte even duchtig zijn keel en ritselde met zijn krantje. Hij kon het niet aanhoren, hij zou zometeen Afke er toch weer even aan herinneren dat het geen ‘Chips’ waren maar ‘Ships.’ Het was een doodgoeie vrouw, Afke, maar soms…

‘Dat zal ik doen hoor’ riep Afke en legde de telefoon neer. ‘Ziezo’ glunderde ze naar Hendrik-Jan Doordouwer die nog steeds rustig zijn krantje probeerde te lezen en eigenlijk niet gestoord wilde worden. ‘Dat was Beike aan de telefoon.’
‘Hmmm’ mompelde Hendrik-Jan. Hij had geen zin in een gesprek, hij wou even rustig lezen. Hij las net dat de gemeentefusie Harlingers geld zou gaan kosten en voelde dat zijn bloeddruk de lucht in schoot. ‘We zullen eens niet hoeven te betalen’ dacht hij terwijl hij grimmig zijn lippen op elkaar perste.
‘…en ik zei tegen Beike dat het wel wat voor Dennis zou zijn, op zo’n bootje’ hoorde hij Afke vanuit de verte tegen hem praten.

Hendrik-Jan Doordouwer hield het niet meer. Hij stond met een ruk op, smeet de krant op de salontafel en liep richting voordeur, een verbouwereerde Afke achter zich latend.
‘Wat ga je doen?’ vroeg Afke, een klein beetje beteuterd.
‘Even een luchtje scheppen’ riep Hendrik-Jan Doordouwer vanuit de gang waar hij zijn jas aantrok. ‘En’ schamperde hij terwijl hij de rits van zijn jack woest dichttrok, ‘misschien ga ik ook nog heel even bij de bootjes kijken.’

Dit verhaaltje is ook gepubliceerd in de Harlinger Courant van 12-04-2013

You can follow any responses to this entry through the RSS 2.0 feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Geef een reactie

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: