Archive for » mei, 2018 «

Een Teken van Moe

20180508_122926_BledZondag 06-05
Lief dagboek,
23.10 uur. Terwijl ik dit schrijf zit ik in een appartement aan Mestni Trg in Ljubljana waar man en ik vanochtend om 08.15 uur aankwamen. Het zonnetje scheen en de lucht was blauw – wat zag de stad er anders uit dan drie maanden geleden toen ik hier voor het eerst kwam en er pakken sneeuw lagen! Het is één groot feest om weer hier te zijn en natuurlijk: om dochter weer te zien. Nu ga ik slapen. Het was een lange dag.

Maandag 07-05
22.40 uur. Vandaag veel gelopen en kasteel bekeken. Het was prachtig weer. Zojuist keken man en ik op de iPad even naar Nederlandse tv en vielen midden in een aflevering van Zwarte Zwanen waarbij voor de zoveelste keer uit de doeken gedaan werd hoe dat nu zit met die pensioenpotten. ‘De Diefstal van de Eeuw’, noemt oom H. het altijd. Het schijnt dat iedereen die tegen het pensioenfonds procedeert gelijk krijgt maar dan wel een geheimhoudingsverklaring moet tekenen en zelf de kosten mag betalen. Het is walgelijk.
‘Waarom pikt iedereen dit?’ vroeg ik me hardop af.
‘Omdat we geestelijk kapot geslagen zijn’ volgens man.

Dinsdag 08-05
O God dagboek. Dit is echt vreselijk. Man en ik kwamen zojuist binnen – we waren naar Bled geweest en hadden daarna overheerlijk Mexicaans met dochter gegeten – en toen we bij ons gebouw aankwamen stond er politie voor de deur. Eenmaal binnen sloeg een enorme stank ons in het gezicht. Het bleek dat onze benedenbuurman al een paar dagen dood in huis lag en nu met die hitte…. (De buurman was trouwens een natuurlijke dood gestorven).

Woensdag 09-05
08.10 uur. We gaan straks de deur uit om te ontbijten bij Slovenska Hisa waar ze heerlijke Latte Macchiato en srcambled eggs hebben. Zelfs IN ons appartement kunnen we de buurman ruiken maar zodra je de deur opendoet en de gang opgaat klappen je longen alweer bijna dicht. Toch tragisch hè dagboek, dat dit soort dingen gebeuren. Hoe kan het dat niemand hem gemist heeft? Wat zijn er toch een eenzame mensen.

22.38 uur. Ik ben verliefd op Ljubljana.

Donderdag 10-05
Deze stad is zo…beschaafd. Dat kennen we in Nederland niet. Hier rijden er geen lawaaiige scooters door de stad heen. Rijden er geen automobilisten met 800 decibel aan muziek in het rond. Is er geen opgefokte sfeer. Geen zwerfaval op straat. Vergeleken met Ljubljana is heel Nederland doorgedraaid en doorgesnoven.

Vrijdag 11-05
Zit nu in de bus op weg naar Triëst. ‘Wat een geschiedenis heeft Italië toch hè’ zei ik tegen man. ‘De Romeinen waren tenslotte ook al druk bezig met een groot Romeins Rijk te stichten’.

Dat heb ik inderdaad al vaak gedacht dagboek. Onze Grote Leiders zijn voornamelijk Grote Egotrippers.

Zondag 13-05
07.50 uur. Net wakker. Het is Moederdag en ik kan moe niet bellen. Niet verwennen. Niet knuffelen. Alleen maar in gedachten honderdmiljoen dingen tegen haar zeggen waarvan ik hoop dat ze me hoort.

23.00 uur. Toch een fijne Moederdag gehad. Dat moest van moe maar ook van mezelf.

Maandag 14-05
Naar Škofja Loka toe, prachtig stadje. Jammer dat het wat regende.

Woensdag 15-05
10.20 uur. Gisteren zijn we teruggekomen en ik moest vandaag echt afkicken. Ik wil ontbijten bij Slovenska Hisa, ik wil over de gezellige Cankarjevo nabrežje lopen, ik wil…eigenlijk wil ik misschien daar wel wonen. Ik ga dit toch eens met man bespreken. Tuurlijk ga ik Harlingen missen maar in Ljubljana waait het toch echt stukken minder.

Donderdag 16-05
Pa heeft – en dit weet ik zeker – een teken van moe gehad. Dat gebeurde tijdens het koken. Hij zette een groot, glazen deksel op de pan om zijn hapje warm te laten worden, liep weg en opeens hoorde hij een enorme knal.
‘Het deksel was in duizend stukjes ontploft’ zei hij verbijsterd.
Het deksel ken ik dagboek. Het is een dik, zwaar deksel en dat knalt echt niet zomaar uit elkaar. Ik weet het dus heel zeker: het was een teken van moe. Eindelijk.

De Droomvrouw

© Bron: Pixabay

© Bron: Pixabay

Zaterdag 14 april
‘Naar wie zwaai je in Hemelsnaam?’ vroeg mijn vrouw zojuist toen we over de Noorderhaven reden. Verwonderd keek ik haar aan. ‘Hoe bedoel je: naar wie zwaai je? Je zag die vrouw toch naar ons zwaaien? Ik weet niet wie het is maar ik vond het wel zo beleefd om even terug te zwaaien’.
Mijn vrouw staarde me verbijsterd aan. ‘Schat, er was niemand. Kijk eens om je heen. De hele haven is leeg’.
Ik keek in mijn achteruitkijkspiegel en zag inderdaad niemand. ‘Ze zal wel ergens naar binnen gegaan zijn’ veronderstelde ik. Mijn vrouw haalde haar schouders op.

Woensdag 18 april
Vanmiddag zag ik die vrouw van laatst weer. Ze zag er prachtig uit en de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik beslist werk van haar gemaakt zou hebben als ik niet getrouwd was.
‘Zie je ze weer vliegen?’ hoorde ik mijn vrouw op spottende toon toen ze zag dat ik mijn arm hief teneinde op een onopvallende manier te zwaaien. Ik gaf geen antwoord. Geen zin in. Dit toontje bevalt me niet en me af te laten schilderen als een gek nog minder.

Maandag 21 april
Zojuist liep ze over de Kimswerderweg, die vrouw. Ik zag haar al vanuit de verte. Ze zag er weer beeldschoon uit en het leek alsof ze – ja, het klinkt gek maar het leek alsof ze licht gaf.
‘Nu heb ik er genoeg van’ zei mijn vrouw toen ik uitbundig terugzwaaide. ‘Ik wil graag dat we even met iemand gaan praten want het gaat niet goed met jou. Er staat niemand naar ons te zwaaien en ik vind dit een beetje beangstigend worden’.

Maandag 7 mei
Na precies één gesprekje met de psych had hij zijn conclusie al getrokken. ‘U bent oververmoeid. Uw geest draait constant op volle toeren en husselt dromen en realiteit door elkaar. Ga er even tussenuit, ga tuinieren, golfen – wat dan ook. Ga in elk geval ontspannen’. Hij stond op en gaf ons een hand. Mijn vrouw keek me sceptisch aan toen we wegliepen. ‘Goh. Interessant zeg, die dromen van jou’. Ze klonk erg hatelijk.
Naar die psych ga ik in elk geval niet meer terug, dat weet ik wel. In dit soort onzin heb ik geen zin.

Dinsdag 8 mei
Toen ik mijn boodschappen op de achterbank wilde zetten zag ik een doosje. ‘Wat zit erin?’ vroeg mijn vrouw nieuwsgierig die het doosje ook had gezien. Dat mens houdt alles als een havik in de gaten.
‘Afblijven!’ lachte ik haar plagerig toe. Ik weet niet waarom, maar ik wilde gewoon niet dat ze de doos openmaakte. Mijn vrouw keek verheugd. Ze dacht natuurlijk dat ik een cadeautje voor haar gekocht had.
*****
Het doosje heb ik net naar boven gesmokkeld. Erin zit de mooiste dolk die ik ooit heb gezien: hij heeft een houten schede, een houten handvat en is ingelegd met schitterende edelstenen en parelmoer versieringen. Op het lemmet van de dolk staan vreemde tekens waar ik niets van begrijp. Terwijl ik op de rand van het bed zat en de dolk bekeek voelde ik opeens dat ik niet alleen was. Mijn droomvrouw stond in de hoek van de slaapkamer; onze blikken hielden elkaar lang vast en de liefde en het verlangen waarmee ik plotseling overspoeld werd benam me voor enkele seconden de adem. Het was alsof ik zweefde. Ze zoog me een wereld in waarin ik… écht gelukkig was.
*****
‘Wat zat er nou in die doos?’ vroeg mijn vrouw net nieuwsgierig. Ik had hem mee naar beneden genomen en hij lag op mijn schoot.
‘Je hebt hem al opengemaakt!’ Ze klonk teleurgesteld en keek me verwijtend aan. Ik voelde weerzin. Er is niets ergers dan een pruilende vrouw. Mijn droomvrouw stond achter mijn vrouw en glimlachte naar me. Ze was mooier dan ooit. Ik tilde het deksel op terwijl ik mijn vrouw strak aankeek en voelde hoe het gladde heft van de dolk als vanzelf in mijn hand gleed. Opeens wist ik precies wat me te doen stond.

Category: 02 - Fictie  11 Comments

Het Selectieve Geheugen

© Bron: Pixabay

© Bron: Pixabay

Donderdag 26-04
Ik heb gisteren naar het politieke debat inzake de memo’s over het afschaffen van de dividendbelasting gekeken dagboek, en zelden – wat zeg ik: NOG NOOIT – heb ik zo’n grote groep mensen bij elkaar gezien met zo een selectief geheugen. Zelfs het geheugen van de christelijke partijen liet hen ‘in de steek’.
‘Gaan er koppen rollen denk je?’ vroeg ik aan man die ook keek.
Man haalde schamper lachend zijn schouders op. ‘Natuurlijk niet. Waar moet je beginnen? In principe zouden ALLE koppen moeten rollen’.

Wat heb ik gisteren geleerd: dat een Van der Steur en een Zijlstra op moesten stappen vanwege Actieve Misleiding maar dat je als Grote Leider bijna schaterlachend met je mobieltje mag spelen tijdens een Hoofdelijke Stemming.
‘Het is een schandaal!’ brulde oom H. die het debat gisteren ook gevolgd had. ‘Zelden heb ik zoveel gelieg, gedraai en gekonkel bij elkaar gezien en ze komen er mee weg! Het debat ging allang niet over memo’s’ foeterde hij verder. ‘Het ging over de geloofwaardigheid van Rutte. En die heeft hij niet – hij is evident leugenachtig. Gisteravond is de democratie vermoordt’.
Ik wind me niet meer op dagboek – liegen en bedriegen hoort erbij en dat hebben we te accepteren.

Zaterdag 28-04
’s Middags even stadje in. Het valt me op dat winkelpersoneel altijd ‘Geen probleem’ zegt als je ze bedankt voor het een of ander. Ik vind dat toch wat vreemd klinken. Als ik iemand bedank is een ‘Graag gedaan’ volgens mij beter op z’n plaats. ‘Geen probleem’ klinkt alsof ik me aan het verontschuldigen ben omdat ik iemand omvergelopen heb.
M. sloeg haar ogen ten hemel toen ik dit uitlegde. ‘Ik kan me best indenken dat er mensen zijn die een hekel aan je hebben’ zei ze.
‘Ik zou het vrij teleurstellend van mezelf vinden als er niemand een hekel aan me had’ antwoordde ik hoog.

Jurkje besteld via internet.

Zondag 29-04
Ik vind het wel triest hoor dagboek, als ik die beelden zie van de Oostervaardersplassen. ‘Met de mensheid gebeurt exact hetzelfde’ aldus vriend P. (de filosoof). ‘Over de overbevolking op deze planeet heeft niemand het maar neem van mij aan: er zullen zich in de toekomst afgrijselijke taferelen afspelen’.
Lekker dan. Sorry achter-achter-achterkleinkinderen. Ik had het ook liever anders gezien.

Maandag 30-04
Ik zag zojuist een foto van moe en mij op ons ons bankje in het zonnetje, vorig jaar rond deze tijd gemaakt. Moe had een kek zwart jurkje aan en een sjaaltje om de hals en zag er vrolijk en blij uit. Als ik had geweten moe, hoe we er een jaar later voorstonden, had ik je toen stevig vastgepakt en verteld hoeveel ik van je hield. Hoe blij ik was dat juist jij, van al die miljoenen vrouwen op aarde, mijn moeder was. Maar ik kan het niet meer vertellen. Ik kan je niet meer bellen of vastpakken. Ik kan alleen maar hopen dat, waar je nu ook bent, je dit alles gewoon wéét.

Dinsdag 01-05
Wat heb ik verder geleerd:
Dat goud ontstaat uit een botsing van uitgedoofde sterren. Wist ik niet, grappig. Boven mijn tuin zijn die sterren in elk geval niet gebotst. Tot nu toe.

Donderdag 03-05
Jurkje is binnen. ‘Kijk’, zei ik tegen man terwijl ik een pirouette maakte in m’n nieuwe outfit. ‘Hoe vind je hem?’
‘Leuk hoor’ zei man die opkeek van z’n krant. ‘Duur?’
‘Eeehh.. dat herinner ik me niet meer’ antwoordde ik.
Man keek me verwonderd aan.
‘Dat kan makkelijk hoor’ legde ik uit. ‘Onze Grote Leider heeft daar ook last van, van zo’n selectief geheugen’.
Man sloeg krant schouderophalend open en las verder.
Handig, dit. Ga het vaker doen. Met dank aan de Lachende Leider.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers liken dit: