Archive for » 2018 «

Een Teken van Moe

20180508_122926_BledZondag 06-05
Lief dagboek,
23.10 uur. Terwijl ik dit schrijf zit ik in een appartement aan Mestni Trg in Ljubljana waar man en ik vanochtend om 08.15 uur aankwamen. Het zonnetje scheen en de lucht was blauw – wat zag de stad er anders uit dan drie maanden geleden toen ik hier voor het eerst kwam en er pakken sneeuw lagen! Het is één groot feest om weer hier te zijn en natuurlijk: om dochter weer te zien. Nu ga ik slapen. Het was een lange dag.

Maandag 07-05
22.40 uur. Vandaag veel gelopen en kasteel bekeken. Het was prachtig weer. Zojuist keken man en ik op de iPad even naar Nederlandse tv en vielen midden in een aflevering van Zwarte Zwanen waarbij voor de zoveelste keer uit de doeken gedaan werd hoe dat nu zit met die pensioenpotten. ‘De Diefstal van de Eeuw’, noemt oom H. het altijd. Het schijnt dat iedereen die tegen het pensioenfonds procedeert gelijk krijgt maar dan wel een geheimhoudingsverklaring moet tekenen en zelf de kosten mag betalen. Het is walgelijk.
‘Waarom pikt iedereen dit?’ vroeg ik me hardop af.
‘Omdat we geestelijk kapot geslagen zijn’ volgens man.

Dinsdag 08-05
O God dagboek. Dit is echt vreselijk. Man en ik kwamen zojuist binnen – we waren naar Bled geweest en hadden daarna overheerlijk Mexicaans met dochter gegeten – en toen we bij ons gebouw aankwamen stond er politie voor de deur. Eenmaal binnen sloeg een enorme stank ons in het gezicht. Het bleek dat onze benedenbuurman al een paar dagen dood in huis lag en nu met die hitte…. (De buurman was trouwens een natuurlijke dood gestorven).

Woensdag 09-05
08.10 uur. We gaan straks de deur uit om te ontbijten bij Slovenska Hisa waar ze heerlijke Latte Macchiato en srcambled eggs hebben. Zelfs IN ons appartement kunnen we de buurman ruiken maar zodra je de deur opendoet en de gang opgaat klappen je longen alweer bijna dicht. Toch tragisch hè dagboek, dat dit soort dingen gebeuren. Hoe kan het dat niemand hem gemist heeft? Wat zijn er toch een eenzame mensen.

22.38 uur. Ik ben verliefd op Ljubljana.

Donderdag 10-05
Deze stad is zo…beschaafd. Dat kennen we in Nederland niet. Hier rijden er geen lawaaiige scooters door de stad heen. Rijden er geen automobilisten met 800 decibel aan muziek in het rond. Is er geen opgefokte sfeer. Geen zwerfaval op straat. Vergeleken met Ljubljana is heel Nederland doorgedraaid en doorgesnoven.

Vrijdag 11-05
Zit nu in de bus op weg naar Triëst. ‘Wat een geschiedenis heeft Italië toch hè’ zei ik tegen man. ‘De Romeinen waren tenslotte ook al druk bezig met een groot Romeins Rijk te stichten’.

Dat heb ik inderdaad al vaak gedacht dagboek. Onze Grote Leiders zijn voornamelijk Grote Egotrippers.

Zondag 13-05
07.50 uur. Net wakker. Het is Moederdag en ik kan moe niet bellen. Niet verwennen. Niet knuffelen. Alleen maar in gedachten honderdmiljoen dingen tegen haar zeggen waarvan ik hoop dat ze me hoort.

23.00 uur. Toch een fijne Moederdag gehad. Dat moest van moe maar ook van mezelf.

Maandag 14-05
Naar Škofja Loka toe, prachtig stadje. Jammer dat het wat regende.

Woensdag 15-05
10.20 uur. Gisteren zijn we teruggekomen en ik moest vandaag echt afkicken. Ik wil ontbijten bij Slovenska Hisa, ik wil over de gezellige Cankarjevo nabrežje lopen, ik wil…eigenlijk wil ik misschien daar wel wonen. Ik ga dit toch eens met man bespreken. Tuurlijk ga ik Harlingen missen maar in Ljubljana waait het toch echt stukken minder.

Donderdag 16-05
Pa heeft – en dit weet ik zeker – een teken van moe gehad. Dat gebeurde tijdens het koken. Hij zette een groot, glazen deksel op de pan om zijn hapje warm te laten worden, liep weg en opeens hoorde hij een enorme knal.
‘Het deksel was in duizend stukjes ontploft’ zei hij verbijsterd.
Het deksel ken ik dagboek. Het is een dik, zwaar deksel en dat knalt echt niet zomaar uit elkaar. Ik weet het dus heel zeker: het was een teken van moe. Eindelijk.

De Droomvrouw

© Bron: Pixabay

© Bron: Pixabay

Zaterdag 14 april
‘Naar wie zwaai je in Hemelsnaam?’ vroeg mijn vrouw zojuist toen we over de Noorderhaven reden. Verwonderd keek ik haar aan. ‘Hoe bedoel je: naar wie zwaai je? Je zag die vrouw toch naar ons zwaaien? Ik weet niet wie het is maar ik vond het wel zo beleefd om even terug te zwaaien’.
Mijn vrouw staarde me verbijsterd aan. ‘Schat, er was niemand. Kijk eens om je heen. De hele haven is leeg’.
Ik keek in mijn achteruitkijkspiegel en zag inderdaad niemand. ‘Ze zal wel ergens naar binnen gegaan zijn’ veronderstelde ik. Mijn vrouw haalde haar schouders op.

Woensdag 18 april
Vanmiddag zag ik die vrouw van laatst weer. Ze zag er prachtig uit en de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik beslist werk van haar gemaakt zou hebben als ik niet getrouwd was.
‘Zie je ze weer vliegen?’ hoorde ik mijn vrouw op spottende toon toen ze zag dat ik mijn arm hief teneinde op een onopvallende manier te zwaaien. Ik gaf geen antwoord. Geen zin in. Dit toontje bevalt me niet en me af te laten schilderen als een gek nog minder.

Maandag 21 april
Zojuist liep ze over de Kimswerderweg, die vrouw. Ik zag haar al vanuit de verte. Ze zag er weer beeldschoon uit en het leek alsof ze – ja, het klinkt gek maar het leek alsof ze licht gaf.
‘Nu heb ik er genoeg van’ zei mijn vrouw toen ik uitbundig terugzwaaide. ‘Ik wil graag dat we even met iemand gaan praten want het gaat niet goed met jou. Er staat niemand naar ons te zwaaien en ik vind dit een beetje beangstigend worden’.

Maandag 7 mei
Na precies één gesprekje met de psych had hij zijn conclusie al getrokken. ‘U bent oververmoeid. Uw geest draait constant op volle toeren en husselt dromen en realiteit door elkaar. Ga er even tussenuit, ga tuinieren, golfen – wat dan ook. Ga in elk geval ontspannen’. Hij stond op en gaf ons een hand. Mijn vrouw keek me sceptisch aan toen we wegliepen. ‘Goh. Interessant zeg, die dromen van jou’. Ze klonk erg hatelijk.
Naar die psych ga ik in elk geval niet meer terug, dat weet ik wel. In dit soort onzin heb ik geen zin.

Dinsdag 8 mei
Toen ik mijn boodschappen op de achterbank wilde zetten zag ik een doosje. ‘Wat zit erin?’ vroeg mijn vrouw nieuwsgierig die het doosje ook had gezien. Dat mens houdt alles als een havik in de gaten.
‘Afblijven!’ lachte ik haar plagerig toe. Ik weet niet waarom, maar ik wilde gewoon niet dat ze de doos openmaakte. Mijn vrouw keek verheugd. Ze dacht natuurlijk dat ik een cadeautje voor haar gekocht had.
*****
Het doosje heb ik net naar boven gesmokkeld. Erin zit de mooiste dolk die ik ooit heb gezien: hij heeft een houten schede, een houten handvat en is ingelegd met schitterende edelstenen en parelmoer versieringen. Op het lemmet van de dolk staan vreemde tekens waar ik niets van begrijp. Terwijl ik op de rand van het bed zat en de dolk bekeek voelde ik opeens dat ik niet alleen was. Mijn droomvrouw stond in de hoek van de slaapkamer; onze blikken hielden elkaar lang vast en de liefde en het verlangen waarmee ik plotseling overspoeld werd benam me voor enkele seconden de adem. Het was alsof ik zweefde. Ze zoog me een wereld in waarin ik… écht gelukkig was.
*****
‘Wat zat er nou in die doos?’ vroeg mijn vrouw net nieuwsgierig. Ik had hem mee naar beneden genomen en hij lag op mijn schoot.
‘Je hebt hem al opengemaakt!’ Ze klonk teleurgesteld en keek me verwijtend aan. Ik voelde weerzin. Er is niets ergers dan een pruilende vrouw. Mijn droomvrouw stond achter mijn vrouw en glimlachte naar me. Ze was mooier dan ooit. Ik tilde het deksel op terwijl ik mijn vrouw strak aankeek en voelde hoe het gladde heft van de dolk als vanzelf in mijn hand gleed. Opeens wist ik precies wat me te doen stond.

Category: 02 - Fictie  11 Comments

Het Selectieve Geheugen

© Bron: Pixabay

© Bron: Pixabay

Donderdag 26-04
Ik heb gisteren naar het politieke debat inzake de memo’s over het afschaffen van de dividendbelasting gekeken dagboek, en zelden – wat zeg ik: NOG NOOIT – heb ik zo’n grote groep mensen bij elkaar gezien met zo een selectief geheugen. Zelfs het geheugen van de christelijke partijen liet hen ‘in de steek’.
‘Gaan er koppen rollen denk je?’ vroeg ik aan man die ook keek.
Man haalde schamper lachend zijn schouders op. ‘Natuurlijk niet. Waar moet je beginnen? In principe zouden ALLE koppen moeten rollen’.

Wat heb ik gisteren geleerd: dat een Van der Steur en een Zijlstra op moesten stappen vanwege Actieve Misleiding maar dat je als Grote Leider bijna schaterlachend met je mobieltje mag spelen tijdens een Hoofdelijke Stemming.
‘Het is een schandaal!’ brulde oom H. die het debat gisteren ook gevolgd had. ‘Zelden heb ik zoveel gelieg, gedraai en gekonkel bij elkaar gezien en ze komen er mee weg! Het debat ging allang niet over memo’s’ foeterde hij verder. ‘Het ging over de geloofwaardigheid van Rutte. En die heeft hij niet – hij is evident leugenachtig. Gisteravond is de democratie vermoordt’.
Ik wind me niet meer op dagboek – liegen en bedriegen hoort erbij en dat hebben we te accepteren.

Zaterdag 28-04
‘s Middags even stadje in. Het valt me op dat winkelpersoneel altijd ‘Geen probleem’ zegt als je ze bedankt voor het een of ander. Ik vind dat toch wat vreemd klinken. Als ik iemand bedank is een ‘Graag gedaan’ volgens mij beter op z’n plaats. ‘Geen probleem’ klinkt alsof ik me aan het verontschuldigen ben omdat ik iemand omvergelopen heb.
M. sloeg haar ogen ten hemel toen ik dit uitlegde. ‘Ik kan me best indenken dat er mensen zijn die een hekel aan je hebben’ zei ze.
‘Ik zou het vrij teleurstellend van mezelf vinden als er niemand een hekel aan me had’ antwoordde ik hoog.

Jurkje besteld via internet.

Zondag 29-04
Ik vind het wel triest hoor dagboek, als ik die beelden zie van de Oostervaardersplassen. ‘Met de mensheid gebeurt exact hetzelfde’ aldus vriend P. (de filosoof). ‘Over de overbevolking op deze planeet heeft niemand het maar neem van mij aan: er zullen zich in de toekomst afgrijselijke taferelen afspelen’.
Lekker dan. Sorry achter-achter-achterkleinkinderen. Ik had het ook liever anders gezien.

Maandag 30-04
Ik zag zojuist een foto van moe en mij op ons ons bankje in het zonnetje, vorig jaar rond deze tijd gemaakt. Moe had een kek zwart jurkje aan en een sjaaltje om de hals en zag er vrolijk en blij uit. Als ik had geweten moe, hoe we er een jaar later voorstonden, had ik je toen stevig vastgepakt en verteld hoeveel ik van je hield. Hoe blij ik was dat juist jij, van al die miljoenen vrouwen op aarde, mijn moeder was. Maar ik kan het niet meer vertellen. Ik kan je niet meer bellen of vastpakken. Ik kan alleen maar hopen dat, waar je nu ook bent, je dit alles gewoon wéét.

Dinsdag 01-05
Wat heb ik verder geleerd:
Dat goud ontstaat uit een botsing van uitgedoofde sterren. Wist ik niet, grappig. Boven mijn tuin zijn die sterren in elk geval niet gebotst. Tot nu toe.

Donderdag 03-05
Jurkje is binnen. ‘Kijk’, zei ik tegen man terwijl ik een pirouette maakte in m’n nieuwe outfit. ‘Hoe vind je hem?’
‘Leuk hoor’ zei man die opkeek van z’n krant. ‘Duur?’
‘Eeehh.. dat herinner ik me niet meer’ antwoordde ik.
Man keek me verwonderd aan.
‘Dat kan makkelijk hoor’ legde ik uit. ‘Onze Grote Leider heeft daar ook last van, van zo’n selectief geheugen’.
Man sloeg krant schouderophalend open en las verder.
Handig, dit. Ga het vaker doen. Met dank aan de Lachende Leider.

Those were the days my friend

ornamental-cherry-3350554_1280

© Bron: Pixabay

Zaterdag 21-04
Lief dagboek,
Wat een mooi weer hebben we de laatste dagen! Als het voor de aardigheid in de zomer nou ook eens zo mooi is boffen we helemaal maar dat zal wel weer teveel gevraagd zijn.

Een paar dagen geleden hebben we een roos voor moe in de tuin geplant en toen ik hem water gaf schoot opeens het liedje van Mary Hopkins door mijn hoofd: ‘Those were the days my friend’. Nu, telkens als ik naar de roos kijk, hoor ik Mary galmen: ‘Those were the days my friend, we thought they’d never end’ en telkens zit er dan een brok van ongeveer twee vierkante meter in m’n keel. Het is waar. ‘Those were the days’. Ik dacht werkelijk dat ze nooit voorbij zouden gaan.

Zondag 22-04
Pa ging weer naar huis. Het was een gezellig weekje en het idee dat hij nu weer thuis zou komen in een leeg huis maakte me wat verdrietig.
‘Kom’, zei man die een arm om me heensloeg. ‘We gaan bij de boot wat drinken’. Was gezellig bij de boot. Naast me zaten twee vrouwen – een was erg zwaar opgemaakt maar de ander zag er schattig uit. Wat lijkt me dat een akelig gevoel, zo’n pak make-up op je gezicht. ‘Je weet wiens schuld dit is hè?’ siste de zwaar opgemaakte. ‘Het is de schuld van oma!’
De schattige keek verbijsterd. ‘Oma? Ben jij wel goed bij je hoofd? Die is sinds 1989 dood!’

Maandag 23-04
Over een paar dagen hebben we alweer ons Verplicht Nationale Heerlijke & Fijne dagje te pakken! Ik heb het nu natuurlijk over koningsdag. Het blijft een wonderlijk fenomeen dat er ooit besloten is om een doodgewone familie boven het volk te verheffen en ze te onderhouden maar goed, het zal wel onder de categorie ‘Volk, Brood & Spelen’ vallen. Iets anders kan ik er niet van maken. Dit mag ik trouwens niet van buuf Annie zeggen die bij hoog en bij laag volhoudt dat een koningshuis ‘goed is voor de economie’. Als ik dan vertel dat er heel wat landen zijn zonder koningshuis die het economisch NOG beter doen dan Nederland verkrampt ze – ze krijgt nog net geen epileptische aanval. Is toch raar dagboek, dat er mensen rondlopen die ZO gehersenspoeld zijn?
***
Er zijn een paar dingen die ik de laatste tijd geleerd heb. Zo heb ik geleerd dat er een woord bestaat voor de geur die je ruikt nadat het geregend heeft: petrichor. Altijd handig om te weten. Voortaan ga ik na het regenen niet meer te zeggen dat het zo lekker ruikt maar zeg ik: ‘Heerlijk hè, die petrichor?’ Ook heb ik geleerd dat er zomer- en winterheide bestaat. Heide is heide dacht ik altijd maar niet dus.

Dinsdag 24-04
Meer dan twee uur met vriendin G. aan de telefoon gezeten die het eerste uur alleen maar huilde vanwege haar ex.

Gezond gegeten: gebakken uien, paprika, knoflook, zoete aardappel, zwarte bonen en bloemkoolrijst gegarneerd met edelgistvlokken. ‘Hapje?’ bood ik man gul aan die verwonderd naar m’n bord staarde aan maar hij schudde verwoed zijn hoofd.

Woensdag 25-04
12.10 uur. Toen ik zojuist in de winkel prachtige moederdagkaarten zag schoot ik wéér vol. Op de meest onverwachte momenten overvalt het verdriet me, heel wonderlijk. Zelfs moe zegt op dit moment niet veel.

14.57 uur. Mary Hopkins zit weer in m’n hoofd. Misschien is het liedje wel een boodschap van moe dagboek. Moe was immers dol op muziek. Als dat zo is begrijp ik wel wat moe met dit liedje duidelijk wil maken: laten we vooral genieten van het leven. Het is voorbij voordat je het in de gaten hebt.

De Onzichtbare Man

© Bron: Pixabay

© Bron: Pixabay

Zaterdag 14 april
Lief dagboek,
Ik krijg een steeds onbehaaglijker gevoel over de vrede in de wereld en mijn gesprekken met vriend P. (de filosoof) maken me er niet geruster op. Hij beweert bij hoog en laag dat er ‘doelbewust een wereldoorlog gecreëerd wordt omdat er zoveel landen, bedrijven en Grote Leiders gebaat zijn bij een goede wereldoorlog. Het zal de economie een enorme boost geven’. Vanavond zei hij dat hij ‘zeker weet dat de Leiders vaak handenwrijvend aanschuiven bij hun decadente banketjes om hierop te klinken’.
‘Zou P. wel goed bij zijn hoofd zijn?’ vroeg man zich later af, eenmaal op weg naar huis.
‘Ik vind het niet onaannemelijk klinken hoor’ antwoordde ik. Man bekeek me meewarig.

19.20 uur. Ben de logeerkamer in orde aan het maken. Morgen komt pa logeren, gezellig.

Zondag 15-04
Het blijft raar om pa alleen uit de auto te zien stappen dagboek. Denk je dat het ooit went? Het is zo…zo onecht allemaal. Nog steeds.

Maandag 16-04
De Grote Leiders die we hebben zijn toch wel een cadeautje dagboek. Neem nu de waarnemend burgemeester Van Aartsen van Amsterdam. Er is een enorm grote groep illegale, uitgeprocedeerde asielzoekers die doodleuk besloot woningen te kraken en wat doet dit cadeautje? He-le-maal niets.
Sterker nog, stiekem vindt hij dat het de schuld is van de huiseigenaar want: ‘De panden stonden leeg toen die gekraakt werden, er volgde pas laat aangifte’. God nog aan toe.

Dinsdag 17-04
Vriendin M. nodigde ons uit om te komen eten. Kregen het – hoe kan het ook anders – natuurlijk over de politiek.
‘Eén ding weet ik in elk geval’ zei man van M. ‘We worden constant in de zeik genomen’.
‘Oud nieuws’ gaapte M.
Man van M. stak zijn hand de lucht in om M. tot stilte te manen. ‘Laatst realiseerde ik me bijvoorbeeld het volgende: Nederland was vijftig jaar geleden volgens de Club op het Pluche ZO vol dat we moesten emigreren naar Canada, Nieuw Zeeland en Australië. De overheid stimuleerde de emigratie enorm. Het gekke is: er woonden toen nog niet eens 8 miljoen mensen in dit land. Begrijp je waarom ik denk dat we constant in de zeik genomen worden?’
Begrijp het volkomen dagboek. Het is inderdaad een beetje vreemd.

Woensdag 18-04
Had kleine aanvaring met man toen hij met een gratis Schnitte van Poiesz thuiskwam. ‘Die kon ik niet laten liggen’ joelde hij opgetogen.
‘We hadden afgesproken dat je wat aan dat buikje zou doen’ mopperde ik. ‘Wat heeft het voor zin om ‘s ochtends havermout te eten als je een uur later een halve slagroomtaart naar binnen werkt?’
‘Ik laat mij deze taart niet ontnemen’ grijnsde man, genieten van de eerste hap.
‘Om MIJ alleen al zou je best moeten doen om gezond te blijven’ jengelde ik maar man gaf geen kik en nam nog een hapje.
Ik bekeek het tafereel hoofdschuddend. Als het misgaat met je gezondheid dankzij je gesnoep weet ik één ding: op je kaart zet ik geen mooie, liefdevolle spreuk. Ik zet erop:
‘Ik vond het leven niks meer waard
Daarom koos ik voor de taart’.

Man verorberde vergenoegd het laatste stuk.

Donderdag 19-04
Ben nu met pa en man naar Wild Wild Country op Netflix (ze hadden het Netvlies moeten noemen) aan het kijken en realiseer me waar het mis begon te gaan met dat Utopia van toen: een groep christelijke mensen werd bang van een groep mensen die een man van vlees en bloed aanbad maar hetzelfde groepje christelijke mensen vond het heel normaal om een ONZICHTBARE man hoog in de hemel te aanbidden. Zo formulier ik het – in grove lijnen – wel goed denk ik.
Juist ja. Ik weet genoeg. Meer dan genoeg.

 

Zelfs nu nog…

© Bron: Pixabay - vintage-1872682_1280Zaterdag 07-04
Lief dagboek,
‘Zullen we vandaag Kitchari eten?’ stelde ik man zojuist voor.
‘Ki- wat?’ vroeg hij.
‘Kitchari’ herhaalde ik. ‘Dat is een Ayurvedisch gerecht – het is een detox voor lichaam, geest en emoties. Als we dat een paar dagen achter elkaar eten zitten we daarna heel goed in ons vel’.
Man kreunde. ‘O God’ hoorde ik.
Kitchari was heerlijk. Man bakte een eitje.

Zondag 08-04
Zojuist naar Harry Mens gekeken waarin uitleg werd gegeven over De Grootste Diefstal van de Eeuw. Prof. dr. Eduard Bomhoff legde uit dat er ‘voldoende geld in de pot zit om nog 80 jaar lang de pensioenen op het huidige niveau uit te betalen’.
Man gromde. ‘Er komt aan premie meer binnen dan dat er aan uitkeringen wordt uitbetaald’ zei hij. ‘De pot blijft maar groeien – er schijnt tussen de 1500 en 2000 miljard euro in te zitten. Jaarlijks komt daar 7% rendement bij, reken maar uit’.
‘Ja’ brulde oom H. die ook meekeek. ‘Het is inderdaad de Grootste Diefstal van de Eeuw, gedragen door de kabinetten Rutte. En maar stemmen op die man. Wat een gotspe’.

Maandag 09-04
13.47 uur. ‘Weet je wat ik niet snap?’ zei ik net tegen man. Hij keek op van zijn krant. ‘Ik snap niet’ vervolgde ik, ‘dat er altijd gesproken wordt over ‘Etenstijd’. Tegen zes uur raakt half Nederland in paniek want ‘we moeten opschieten – het is bijna etenstijd’. Wie bepáált dat het dan etenstijd is? Waar staat dat?’
‘Tja’ zei man en ging door met zijn krant.
‘En om deze ongeschreven wet te doorbreken’ ging ik vol vuur door, ‘eet ik vanavond pas om half tien. Ik vind het echt flauwekul’.

22.38 uur. Dat vroege eten is toch handiger. Ben nu pas klaar met de keuken. Ga morgen om 11 uur ‘s ochtends warm eten. Dan heb ik tenminste nog wat aan m’n avond.

Dinsdag 10-04
Vandaag heb ik moe al drieënzeventig dagen niet gesproken dagboek. Ik kan er met m’n verstand niet bij. Drieënzeventig dagen heb ik haar lachende stem niet gehoord. Al drieënzeventig dagen heeft ze niet ‘Hey meiske’ tegen me gezegd – dat zei ze altijd als ik belde. Het lijkt zelfs donkerder in huis zonder moe, raar hè?

Woensdag 11-04
Wat een gedoe met dat Facebook. Waarom maken we ons eigenlijk zo druk over die Sleepnetwet? Wie op Facebook zit zou automatisch vóór de wet zijn zou je zeggen.

Laatste aflevering gezien van ‘Wild Wild Country‘. Is een documentaire op Netflix die gaat over de Bhagwan en wat mij betreft hadden ze hier 600 afleveringen van mogen maken in plaatst van 6. Hoe bestaat het dat er zoveel mensen zijn die de behoefte voelen om andere mensen te aanbidden?
‘Die behoefte is er altijd al geweest’ oreerde man van vriendin M. toen ik vertelde over de documentaire. ‘Wij aanbidden in Nederland toch bijna verplicht het koningshuis? Het komt in principe op hetzelfde neer’.

Donderdag 12-04
Morgen is het vrijdag de dertiende. Moet dan altijd denken aan die man die die dag vrij nam van zijn werk omdat hij bijgelovig was en in huis door een wesp gestoken werd. Hij bleek allergisch te zijn en overleefde het niet. Moraal van het verhaal: je ontloopt je lot toch niet dus waar maken we ons druk om.

Vanmiddag heb ik even gelachen met moe. Dat was toen ik iets deed waarbij ik direct dacht: ‘Gelukkig maar dat moe dit niet ziet. Ze zou het beslist afkeuren’.
‘Dat heb je goed ingeschat dame’ hoorde ik haar opeens streng zeggen. ‘Dat zou ik zeer beslist afkeuren’.
Ik schoot in de lach. Zelfs nu kan ik dus kennelijk nog lachen met moe. Hoe krijgt ze het voor elkaar.

Alles wat je vergeet…

Lief dagboek,
Ja, ik weet het: ik heb je verwaarloosd, sorry. Ik kan er ook niks aan doen, ik heb gewoon een paar drukke dagen gehad. Zo was ik weer een paar dagen in Rotterdam bij pa waar we Pasen en pa’s verjaardag vierden. De eerste verjaardag en Pasen zonder moe. Er zullen nog veel ‘Eerste-Keer-Zonder’-momenten komen dagboek, maar we hebben toch geprobeerd er wat van te maken. Ik moet toegeven: af en toe was ik wat melancholiek. Er was een moment dat ik de tuin inkeek en dacht aan die Pasen van lang geleden, toen dochter de paaseieren zocht die broer had voor haar had verstopt. Moe was bezig de tafel in orde te maken voor de Paasbrunch en…ach, zo heb ik miljoenen, miljarden prachtige herinneringen. Was er maar een teletijdmachine zodat je af en toe even een uitstapje kon maken naar het verleden.
Hoe dan ook dagboek: nu is het tijd voor jou.

Dinsdag 27-03
Vriendin G., die net gescheiden is, is hysterisch en als ze zo doorgaat ben ik bang dat ze in een inrichting belandt. Ze KAN het maar niet verwerken dat haar man haar in de steek gelaten heeft en vandaag sloegen de stoppen goed door. Wat blijkt: ‘Het Loeder’ (zoals ze die andere vrouw noemt) is in verwachting. Weg Hoop & Dromen op een hereniging. Ik wilde nog opperen dat ze in de toekomst misschien op de baby kan passen maar bij nader inzien zweeg ik. G. was niet in de stemming om dit soort grapjes te waarderen en erg fijngevoelig zou het inderdaad niet zijn.

Woensdag 28-03
Naar Jesus Christ Superstar!!! Het was in een woord GE-WEL-DIG. Wat heeft die Ted Neeley toch nog steeds een stem. Bij Gethsemane (het liedje waarbij hij zo gilt) hield de zaal de adem in: haalt hij die hoge noten wel? Ja, hij haalde ze moeiteloos! Vriendin L. en ik hadden tranen in onze ogen want deze musical is voor ons ook jeugdsentiment – in een flits zagen we onszelf als meisjes terug, wandelend en giechelend door de straten van Paramaribo.

Maandag 02-04
Gek is dat hè dagboek: het voelt bijna als verraad om plezier te hebben of om even niet aan moe te denken maar als ik dit in mijn hoofd met haar bespreek kijkt ze me verwonderd aan. ‘Wel even gewoon blijven doen hè meisje’ zegt ze streng. ‘Ik wil graag dat je van het leven blijft genieten’ en dat probeer ik dan ook maar toch…maar toch… God, wat mis ik moe.

Donderdag 05-04
Wat ik me afvraag dagboek: waarom moesten de bomen op de Oosterparkweg weg? Is dat niet een beetje zonde?

Gevulde sopropo (Surinaamse groente) gemaakt en bakje naar vriendin M. toegebracht. Man van M. wond zich op over de staking tegen hervormingsplannen van de Franse spoorwegen. ‘Die mensen daar gaan Goddomme met pensioen op hun 52ste’ schreeuwde hij uit, bijkans de haren uit het hoofd trekkend. ‘Noemen ze dit EEN Europa? Wij hier werken tot we er dood bij neervallen en zij…’ Wat hij toen zei was TE grof om te herhalen maar ik was het volkomen met hem eens.

****

Moet stoppen, vriendin G. belde en ik beloofde haar terug te bellen. Ze is heel, heel erg ontdaan door het nieuws van haar ex-man. Arme meid. Moet opeens denken aan een spreuk die moe wel eens hanteerde: ‘Alles wat je vergeet draagt bij tot je geluk’.
Zou G. openstaan voor dit soort wijsheden? Als ik haar straks aan de telefoon heb ga ik het in elk geval proberen.

Het Bankje in de Tuin

Moe, zomer 2017

Lief dagboek
De lente hangt in de lucht en aan de ene kant is dat heerlijk maar aan de andere kant… Tja. Ik weet het niet. Een lente zonder moe… hoe moet dat? Ik kan me er niets bij voorstellen. Eigenlijk wil ik de klok stilzetten. Ik wil niet dat er tijd komt tussen moe en mij. Elke dag erbij is een dag dat moe… Enfin, lastig uit te leggen. Daarom ga ik maar gewoon door met m’n dagboek.

Zondag 18-03
Gisteren zijn man en ik weer naar Rotterdam gegaan, even naar pa, en vandaag zijn we met z’n drietjes teruggegaan naar Harlingen. De gesprekken aan tafel zijn soms bijna als vanouds:
‘Rutte heeft Unilever in het zadel geholpen door het schrappen van de dividendbelasting en in ruil daarvoor krijgt hij binnenkort topfunctie’.
‘Precies. Net zoals Wijers een topfunctie bij AkzoNobel kreeg’ maar vaak dwalen m’n gedachten af en kijk ik naar de lege plek tegenover me. ‘Moe. Waar ben je nou? En waarom…’ roept alles in mijn hoofd maar ik glimlach en neem braaf nog een hapje.

Maandag 19-03
Ik heb trouwens nog steeds last van m’n knappende kaak dagboek. Ondanks het feit dat ik al maanden geen gezichtsyoga meer doe heb ik dus nog steeds last van die kaak – ik kan niet eens een krentenbol eten. Het adagium ‘Wie mooi wil zijn moet pijn lijden’ klopt dus werkelijk en weet je dagboek: als het nog ergens toe had geleid had ik het er misschien nog wel voor over gehad maar nu heeft het EN niet geholpen EN zit ik met een ontwrichte kaak. Wat een ellende.

Dinsdag 20-03
Met pa naar het stadje toe en bij Wally’s emmertje slagroom besteld met wat warme chocolademelk. Het blijft raar om zonder moe bij Wally’s te zitten. Natuurlijk, met pa is het ook heel fijn, maar het is anders. We – zowel pa als ik – gaan niet op de plek van moe zitten. Dat gaat vanzelf. Moe zou het bespottelijk vinden maar ja, zo werkt dat kennelijk.

22.16 uur. Ik heb zojuist naar m’n moeders mobieltje gebeld, gewoon om even haar stem te horen. Ik schoot wel even vol toen ik haar hoorde. Stom hè dagboek? Ik sprak zelfs een boodschap in.

Woensdag 21-03
Straks stemmen maar weet nog niet op wie. Volgens Rutte moeten we voor de VVD kiezen. ‘Kies voor Doen!’ zegt het spotje op tv. Als we op de VVD stemmen wordt Nederland nog mooier/beter/veiliger/prettiger/toegankelijker/ fantastischer dan dat het nu al is. Jeetje. Het klinkt als een prachtige droom dagboek. Het klinkt werkelijk als het Ultieme Paradijs. Wat is dit aanlokkelijk. Wat een geruststellende en fijne gedachte dat Het Beste Kabinet Sinds WOII al deze grootste plannen heeft. Zal ik dit keer dan toch…??

Net thuis. Heb wel gestemd maar natuurlijk geen VVD. Het idee.

Donderdag 22-03
Dagboek: in de hoek van de tuin staat een bankje en moe en ik noemden dat altijd ‘Ons Bankje’. Gisterochtend zat ik daar alleen. Op Ons Bankje. Al dat soort momenten snijden door de ziel weet je dat. Terwijl ik daar zat, op dat bankje, voelde ik de tranen prikken maar opeens dacht ik aan een foto van broer die moe altijd in haar portemonnee bij zich droeg. Op de achterkant had ze geschreven:
‘In plaats van verdrietig te zijn omdat je er niet meer bent glimlach ik omdat ik je heb gekend’.
Ik slikte mijn tranen in, stak mijn hand uit en kneep in de denkbeeldige hand van moe die naast me zat. Toen glimlachte ik.

Twee Glaasjes Wijn

Zaterdag 10-03
Lief dagboek, terwijl ik dit opschrijf ben ik in Rotterdam en het hele huis ademt moe uit. Aan elk kopje, schoteltje, lepeltje of vorkje kleven duizenden herinneringen en hier zijn, in het huis van moe, brengt me regelmatig terug naar een periode die voorgoed voorbij is. We hebben tijden in dit huis gekend waarbij broer aan het neuriën was terwijl hij de houtskooltjes in de barbecue aanstak, dochter om hem heen danste, pa met echtgenoot aan het genieten was van een ijskoud pilsje en moe uit volle borst galmde, blij dat ze haar kleine gezinnetje om zich heen had. Dochter wordt dit jaar 21 en zit in het buitenland en moe en broer kijken nu vanuit grote hoogte op ons neer. Hopelijk hebben ze het goed samen.

Dinsdag 13-03
Nog steeds in Rotterdam dagboek, er kwam wat familie langs en we kregen het – hoe kan het ook anders – al vlug over politiek. We hadden het over het salaris-dat-niet-doorgaat van de ING-topman Ralph Hamers en over de stilte rondom Pechtholt.
‘We horen zo weinig van Pechtholt de laatste tijd’ zei tante G.
‘Die man doet er niet meer toe’, bromde oom E. ‘Z’n rol is uitgespeeld. Hij aast op het pluche in Brussel en dan zien we hem hier nooit meer terug, let maar op. Weten jullie trouwens wat het verschil is tussen de EU-club en het hof van Lodewijk de 14de?’
Oom E. wachtte ons antwoord niet af. ‘Er is geen verschil. Het is een grote dictatoriale roofzuchtige narcistenclub. Er is werkelijk geen corrupter zooitje als de hele EU’.
‘Inderdaad’ knikte oom P. ‘Niemand durft het zo te benoemen maar het Vierde Rijk is ondertussen allang een feit. Gelukkig hebben ze van diverse narcistenclubs uit het verleden geleerd dat het volk brood en spelen nodig heeft, dat voorkomt heel wat trammelant. Vanavond voetbal trouwens’.

Woensdag 14-03
Vriendin G. belde. Ze was erg ontdaan door een telefoontje dat ze had gevoerd met haar ex-echtgenoot. ‘Ik vertelde hem hoe ik leed. Hoe leeg mijn leven zonder hem is en hoe moeilijk ik het vind zonder hem. Hoe ik hem mis. Ik vertelde hem dat hij álles had mogen doen als hij maar bij me was gebleven’ snikte ze. ‘Toen zei hij, en hij klonk echt heel gemeen: ‘De leegste mensen zijn het volst van zichzelf’. Is dat niet verschrikkelijk?’
Arme G. Arme ex van G.

Donderdag 15-03
Het klinkt misschien gek dagboek, maar in het huis te zijn waar moe 30 jaar gewoond heeft voelt ook wel weer heel fijn.

21.10 uur. Ik blijf me verbazen over de vrolijke boodschappen van moe. Nee, dat zeg ik verkeerd: ik blijf me verbazen over moe en er zijn zoveel dingen die ik nog even had willen vragen. Zoals: ‘Waarom heb je die advertentie op tafel neergelegd?’ Dat klinkt vaag, ik zal het even verduidelijken: zojuist was ik een stapel papieren die op de eettafel ligt wat aan het ordenen en onderaan lag een overlijdensadvertentie uit 1999. Moe had het cursieve gedeelte bovenaan vet onderstreept.
Er stond:

‘Niemand hoeft om mij te treuren
Het moest toch een keer gebeuren
Mocht je eens verdrietig zijn
Drink op mij een glaasje wijn!’

Dat had ik dus willen vragen: ‘Moe, WAAROM heb je die advertentie op tafel gelegd? En wanneer heb je dat gedaan?’ Aan de andere kant: is de boodschap die moe heeft willen afgeven niet vele malen belangrijker dan het hoe en waarom? Daarom: proost allerliefste mam. Dat glaasje wijn zal me beslist smaken. Misschien neem ik zelfs twee glaasjes wijn. Op de een of andere manier denk ik dat me dat geen moeite zal kosten.

Toen Geluk nog Gewoon was

Vrijdag 02-03
Lief dagboek,
En zo hebben we sinds gisteren dan opeens maart te pakken. Gisteren was het nog de dag voor oudejaarsavond, de dag dat ik met moe naar de Spoedeisende Hulp in Leeuwarden ging, en vandaag is het maart en hebben de kerstbomen van gisteren plaatsgemaakt voor paastakken. En paaseitjes. En paasslingers. En paasservetten, paascocktailprikkers, paaseierdopjes, paasbekers, paastafellakens en ga zo maar door. Op de een of andere manier heb ik er dit jaar niet zoveel zin in dagboek, in dat hele paasgebeuren. Meestal zijn ouders hier en…ach ja. Ik kan wel door blijven mijmeren over hoe het vroeger was maar daar heb ik moe niet mee terug.

Over tot de orde van de dag dan maar. Een paar dagen geleden zijn we een prins rijker geworden. Prima actie. ‘Ik hoop dat alle buitenechtelijke kinderen van prins Bernhard zich binnenkort ook prins of prinses mogen noemen’ zei oom H. die hier met buuf Annie (zijn vriendin) was.
‘Ik weet niet of…’ begon buuf Annie voorzichtig maar oom H. was niet te stuiten.
‘Wat denk je dat Bernhard altijd bij die president Nyerere van Tanzania te zoeken had? gromde hij. ‘Denk je dat het alleen maar ging om olifantjes afschieten? Nee toch?’
Buuf Annie kneep haar lippen samen en zag er opeens stukken minder vrolijk uit.
‘En om terug te komen op deze nieuwe prins’ vervolgde oom H. ‘Als je mans genoeg bent om hem erin te laten hangen mag je ook voor de consequenties opdraaien vind ik’.
‘Erin te laten hangen…’ Buuf Annie liet vol afgrijzen deze opmerking bezinken. Dacht aan moe. Wat zou ze gelachen hebben.

****
Donderdag 01-03
Wat is het koud! En wat waait het hard! Toen ik laatst in Triëst was stond er ook een stevige wind – het bleek dat het daar bijna altijd waaide. Jammer van zo’n mooie stad. Want die wind was echt irritant.

*****
Administratie opgeruimd. Dagboek: ik heb twee volle vuilniszakken met oude paperassen weggegooid. Hoe kan het toch dat we, voordat we het weten, teveel troep hebben? Ik heb ook weer twee zakken met kleding weggebracht en een doos met boeken.

*****
Woensdag 28-02
De scheiding van vriendin G. is er eindelijk doorheen. Trokken ’s avonds samen een fles champagne open terwijl G. vertelde dat ze nog steeds hoopte dat haar man (de vreemdganger) haar op een dag terug zou nemen. ‘Ik blijf hopen dat hij op een dag het licht ziet’ vertrouwde ze me toe terwijl ze zijn foto’s op haar mobieltje bekeek.
Ik zei het niet maar ik begreep steeds beter waarom de man van G. weg wilde. Dit soort liefde is verstikkend.

*****
Vriendin M. is heel lief en we hebben een paar keer per dag contact. Ze hield ook veel van moe en vertelde vanmiddag nog een leuke anekdote. ‘Weet je nog’ zei ze, ‘toen ik kort geleden aan je moeder vroeg wat voor puber jij was?’

Ik glimlachte zonder te antwoorden en M. ging opgewekt verder: ‘Je moeder liet de vraag tot zich doordringen, sperde vervolgens haar ogen wijd open, toen stokte haar adem, daarna sloeg ze haar blikken ten hemel en antwoordde, terwijl ze keek alsof ze pijn had: ‘Och kind – breek me de bek niet open’’.

Het moment waar vriendin M. het over had stond me nog helder voor de geest dagboek. Het was een moment waarop Geluk heel gewoon leek.

Het is gek dagboek, maar regelmatig vraag ik me af: hoe kan het toch dat Geluk nog maar zo kort geleden heel gewoon leek? Ik weet het niet en ik zal het nooit weten. Toen was Geluk nog heel gewoon, dat is een feit, en één ding weet ik ondertussen zeker: voordat Geluk weer zo gewoon lijkt zijn we heel wat jaartjes verder.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers op de volgende wijze: