De Droom

Bron: PixabayLief dagboek,
De afgelopen tijd heb ik je schandelijk verwaarloosd, ik weet het. Dat komt door het volgende: ik ben de laatste tijd dag en nacht bezig met het onderzoeken van WordPress en ik vind het ZO leuk: ik denk nergens anders aan. Alsof er een ander deel van mijn hersenen geactiveerd is, zo voelt dat. Ik sta ‘s ochtends speciaal extra vroeg op om achter m’n pc te duiken en nieuwe ontdekkingen te doen – het is een beetje triest ja. Mijn huishouden loopt ondertussen enorm achter maar dat haal ik wel weer eens in. Ooit.

Omdat ik het zo druk had met WP (WordPress) heb ik verder ook niks opgeschreven en heb ik eigenlijk ook bijzonder weinig te melden. Ik kan er niks aan doen! Zelfs nu ik dit schrijf zit ik te popelen om weer aan de slag te gaan. Ik probeer al uren een gekleurde statische navigatiebar te maken en het moét lukken.

Omdat ik weinig verheffends te melden heb doe ik maar even vlug een kort verhaaltje. O nee, ik kan nog wel iets vertellen dat me nu te binnen schieten en waar ik om moest (glim)lachen: oom H. vertelde dat hij heel, heel veel spijt had van iets dat hij NIET gedaan had.
‘Wat is dat dan?’ vroeg buurvrouw Annie.
‘Van het feit dat ik vroeger nooit meegedaan heb met graaien’ mompelde oom H.
Hij kwam tot deze opmerking na het zien van een documentaire waarin ons voor de zoveelste keer duidelijk gemaakt werd: het draait uiteindelijk alleen maar om geld. En Seks. Meer niet. Ik heb de documentaire ook gezien en ik vond het stuitend. (Hij staat tot donderdag online dus als jullie ‘m zouden willen zien: hier is de link).

Goed, nu dan even een kort verhaaltje en dan maar hopen dat er binnenkort toch wat meer inspiratie komt. Moet lukken. Eerst even WordPress compleet onder de knie krijgen en dat komt dat vast wel weer goed.

De Droom
Het gezicht van de man die het obscure winkeltje binnenstormde stond op onweer. ‘Ik weet precies wat u zoekt’ sprak de verkoper die vanuit het niets opdook. Hij glimlachte vilein. ‘Werkelijk, ik weet precies wat u zoekt. We krijgen hier namelijk wel vaker boze echtgenoten over de vloer’.

Hij liet het boek waar de verkoper mee aan kwam zetten inpakken – ‘natuurlijk heb ik pakpapier meneer’ en overhandigde het bij thuiskomst direct.

‘Hoezo een cadeautje?’ zei ze verbaasd. ‘We hadden net een knallende ruzie – je liep woedend weg en nu…’
‘Nu heb ik spijt’ verklaarde hij. ‘Ik zat fout. Hier, maak open’.

Ze maakte het pakje open, hem toch nog even een vlugge blik toewerpend. Hij scheen oprecht spijt te hebben. Grappig! Ze vond achteraf eigenlijk juist dat ze zelf wat zeikerig geweest was maar och, dat hij nu spijt had was helemaal niet verkeerd.

‘Een boek?’ zei ze verbaasd terwijl ze de omslag bekeek. De kaft was van het prachtigste blauw dat ze ooit gezien had en met grote gouden letters was erop gedrukt: De Droom. Meer niet.

‘De Droom – apart!’ lachte ze. Ze gaf hem een kus. ‘s Avonds ging ze eerder naar bed – hij bleef nog tv kijken. In bed begon ze direct te lezen. Wat ze las was zo… zo magisch, zo prachtig – zoiets had ze nog nooit gelezen. Echt nog nooit. Al lezende droomde ze over de wereld die in het boek beschreven stond en ze wenste dat ze in die wereld kon leven. Ze betrapte zich erop dat ze telkens hetzelfde dacht: ik zou in zo’n wereld willen leven.

Toen hij naar bed ging lag ze daar met haar meest gelukkige glimlach. Dood. Hij knikte tevreden. Eindelijk rust.

————

In het obscure winkeltje glimlachte de verkoper vilein. ‘Ik weet precies wat u zoekt meneer’ zei hij. Hij was vanuit het niets opgedoken – de man die binnen was komen stormen keek hem dan ook even verbaasd aan. ‘Ik weet precies wat u zoekt’ herhaalde hij terwijl hij een boek vanonder de toonbank haalde. ‘Geloof me: we krijgen hier wel vaker boze echtgenoten over de vloer’.

Dag lieve ChaCha

ChaCha & Diesel

ChaCha & Diesel

Lief dagboek,

Ik weet het: ik had beloofd voortaan op vrijdag iets te posten maar het punt is: ik heb niet zoveel tijd. Bovendien heb ik ook niet veel inspiratie op dit moment. Het is al met al een beetje druk en bovendien was de afgelopen week ook niet al te leuk. De afgelopen maandag hebben we namelijk ChaCha, ons hondje, moeten laten inslapen. Nu zijn we binnen een paar weken tijd onze hond en kat kwijt. Diesel, ons andere hondje, loopt nu wat verloren in het rond en eigenlijk voelen we ons allemaal een beetje verloren in deze totaal nieuwe situatie. Het kattenluikje kleppert al weken niet meer en nu hebben we ook geen hondje meer dat constant met gespitste oren ligt te luisteren of er toevallig iemand naar de keuken gaat en met wat lekkers terugkomt.

Dat is natuurlijk de ellende met dieren dagboek, dat weet ik heus wel. De kans dat je er op een dag afscheid van moet nemen is groot. Maar toch. Maar toch….

Volgende keer schrijf ik wat langer. En wat meer. En wat vrolijker. Het is wat ik eerder zei: ik heb nu gewoon even geen zin. En geen inspiratie. Gelukkig hebben alle grote schrijvers dat probleem wel eens heb ik me laten vertellen. Dus er is nog hoop.

 

De Gewichtige Gek

Bron: PixabayLief dagboek,
Ja, ik ben een dagje te laat, ik weet het. Voortaan ga ik m’n dagboek op vrijdag publiceren. Het is een experiment dus het kan zomaar weer donderdag worden maar goed, voor nu lijkt vrijdag me eventjes gezellig.

Goed, daar ben ik weer. Vriendin M. belde, ze had niet veel bijzonders. Man van M. is een week voor z’n werk weg. ‘Ik ben aan het genieten’ vertelde ze. ‘Wat is het heerlijk om soms het huis even voor jezelf te hebben. Ik vind het echt niet erg als hij regelmatig even weg moet’.
Heb M. geadviseerd haar man te stimuleren een baan op een olieboorplatform te zoeken. ‘Dan ben je vaak alleen’.
M. heeft beloofd erover na te denken.

Vrijdag 31-03
Vandaag de verjaardag van pa gevierd. Ouders logeren hier en hebben hele ochtend in de tuin gezeten, was prachtig weer. Vriendin L. (buurmeisje uit Suriname) logeerde ook hier dus het was supergezellig. Pa ging vissen – het mooie weer was het beste verjaardagscadeau dat hij zich maar kon wensen – en moe, vriendin L. en ik gingen de stad in. ‘s Avonds gevulde sopropo gegeten. En Antroewa met gehakt. (Antroewa is ook een Surinaamse groente).

Zondag 02-04
‘Ik was helemaal vergeten dat het gisteren 1 april was’ zei buuf Annie, de vriendin van oom H. ‘Zo stom. Ik had namelijk je oom in de maling willen nemen – ik had tegen hem willen zeggen: ‘Ik zie deze relatie niet meer zitten, het lijkt me beter als we uit elkaar gaan’.’
‘Wie weet had hij wel heel enthousiast gereageerd’ zei echtgenoot. Hij wierp een nadenkende blik op me die ik niet helemaal thuis kon brengen.

Maandag 03-04
Ik zie er niet uit dagboek, heb dikke ogen van – volgens mij – hooikoorts. Zo irritant. Ik zie eruit alsof ik de hele nacht gehuild heb. Met moe even stad in en borrel gehaald bij oom C. Was enorm gezellig. Had gistermiddag ook met oom C. op terras van Anna Casparii gezeten dus we hebben weer flink bijgepraat.

Woensdag 05-04
Man van vriendin G. (de vriendin die in een scheiding ligt) belde. Hij wilde ook zijn kant van het verhaal eens vertellen.
‘Waar twee kijven hebben twee schuld’ zei hij.
‘Helemaal mee eens’ zei ik.
‘En omdat de sfeer thuis zo vreselijk was is het niet zo vreemd dat ik buiten de deur wat gezelligheid ging zoeken’ ging hij verder.
‘Tuurlijk’ beaamde ik.
Man van G. zweeg hulpeloos. ‘Veroordeel je me nu?’
‘Natuurlijk niet’ zei ik (en dat meende ik dagboek). ‘Je moet maar zo denken’ voegde ik er bemoedigend aan toe: Elke heilige heeft een verleden en elke zondaar heeft een toekomst. Dat is een spreuk van Oscar Wilde’.
‘Tja’ zuchtte man van G. weifelend. ‘Daar heb ik nu niet veel aan’.
‘Misschien wel’ sprak ik waarmee ik onbedoeld misschien toch de indruk wekte dat ik hem veroordeelde maar dat doe ik niet. Echt niet.

Vrijdag 07-04
Vanmiddag gingen man en ik naar Bolsward en hebben heerlijk in het zonnetje op een terrasje gezeten. Daarna ging man naar zijn favoriete slager en ik zei: ‘Ga maar, ik duik even de Zeeman in’. Ik weet het dagboek: er zijn talloze mensen die zich niet in een Zeeman willen vertonen om een voor mij compleet onduidelijke reden maar gelukkig behoor ik niet tot die categorie. Er is niets mis met de Zeeman. Vind ik.

Ik wilde net naar binnen stappen toen ik het gesprek voor de deur van de winkel opving dat plaatsvond tussen twee vrouwen.
‘Je denkt toch niet dat ik die winkel in ga?’ zei een van de vrouwen tegen haar vriendin. Ze keek ontzet. ‘Werkelijk…’ zei ze erachteraan.
De vriendin haalde haar schouders op, kennelijk gewend aan het idiote gedrag en liep naar binnen.

Ik bekeek de vrouw die demonstratief buiten bleef staan. Op zich leek ze een normaal mens. ‘Zo ziet een omhooggevallen idioot er dus uit’ constateerde ik. Toen ik even later met een Zeemanzakje in de hand naar buiten liep stond ze er nog. Ik kon het niet laten iets te zeggen dagboek. ‘Leuke winkel’, grijnsde ik als een hondsdolle hyena. ‘Je zou er ook eens moeten kijken. Je komt er nooit met lege handen weg’.

Ze zei niks en staarde me met een holle blik aan. De gek.

De Verjaardag van Kleine Mara

Bron: Pixabay‘Je moet je niet zo druk maken’, zei m’n vrouw. ‘Het gaat over. heus. Jaloezie hoort erbij. Dacht je werkelijk dat alleen volwassenen jaloers waren? Welnee! Kinderen kunnen er ook wat van hoor!’
Ze lachte, mijn vrouw. ‘Het gaat echt vanzelf over. Let maar op. Over een tijdje zijn ze dol op elkaar. Zo gaat dat altijd’.

Ik keek haar bedenkelijk aan. ‘Ik hoop het’, antwoordde ik uiteindelijk. ‘Ik vind het namelijk niet leuk als ik zie hoe Mara met haar kleine zusje omgaat’.
‘Ik ook niet’ gaf mijn vrouw me gelijk. ‘Maar toch: het gaat over. Met veel liefde en geduld gaat het over. Dit is een fase, hier moet ze doorheen’.

Op de een of andere manier had ik er een hard hoofd in. Sinds de geboorte van onze tweede dochter Mona gedroeg Mara zich vreemd. Anders. Ze kon met een rare blik haar zusje observeren en ik betrapte haar ooit eens in de wieg van Mona, met haar volle gewicht bovenop haar liggend.

‘Ik wilde alleen maar spelen papa’ glimlachte ze lief maar iets zei me dat ze dat niet wilde. Iets zei me, dat ze geprobeerd had haar zusje te verstikken. Wat als ik niet op tijd die kamer ingelopen was? Wat als… Sindsdien durfde ik Mara niet alleen bij Mona te laten.

‘Nogmaals: het gaat over’, hield mijn vrouw vol. ‘En zullen we er nu over ophouden? Je dochter wordt morgen vier jaar en we hebben nog genoeg te doen. Wat denk je van slingers ophangen bijvoorbeeld?’

Ik lachte. Ze had gelijk, m’n vrouw.
‘Het zal wel iets zijn waar jullie vrouwen allemaal last van hebben’, grinnikte ik. ‘Als ik zie hoe jij en je zussen nog steeds met elkaar omgaan…’
‘Precies’, beaamde m’n vrouw. ‘Niks nieuws onder de zon. En nu de slingers. Als Mara morgenochtend de kamer binnenloopt moet de kamer helemaal versierd zijn’.

We waren zo ingespannen bezig, mijn vrouw en ik, dat we de deur niet hoorden opengaan. Pas toen we gegiechel hoorden keken we op.
‘Mara, lieverd!’ hoorde ik m’n vrouw. Ze stapte van de keukenstoel af en drapeerde de slinger over de eettafel. ‘Wat is er? Lukt het niet met slapen?’

Mara schudde haar hoofd. Ze schuifelde wat met haar blote voetjes heen en weer en hield haar handjes op haar rug. Ze zag er schattig uit in haar pyjamaatje met haar lange losse haar en opeens voelde ik wroeging over mijn negatieve gedachten.
‘Je bent een beetje zenuwachtig vanwege morgen denk ik, glimlachte m’n vrouw. ‘Je voelt wat koortsig en je wangetjes zijn roze’.
Mara keek met grote ogen en open mond naar de slingers.

‘Nog één nachtje slapen en wie is er dan jarig?’ vroeg ik, de slinger waar mijn vrouw mee bezig was verder ophangend.
‘Ikke’, glimlachte Mara tevreden.
‘En hoeveel jaartjes wordt onze Mara?’ zeiden we tegelijk.

‘Zoveel jaartjes!’ Mara hield triomfantelijk haar kleine handje omhoog en toonde ons vier vingertjes.

Vanuit de verte hoorde ik opeens mijn vrouw ijselijk gillen – het was een oerkreet. Nog nooit in m’n hele leven had ik zo’n geluid gehoord. Ik voelde geen behoefte om te gillen maar daar was alles mee gezegd. Want ik voelde hoe de kamer om me heen draaide, ik voelde hoe zich in mijn hoofd een bal vormde die leek te ontploffen ergens in het binnenste van mijn hersens en terwijl ik me vastgreep aan een stoel om niet te vallen, terwijl ik naar Mara’s opengesperde handje keek, terwijl ik naar adem hapte en opeens allemaal rode en zwarte vlekken voor m’n ogen zag dansen (waar kwamen die vandaan?), terwijl ik het gevoel had dat mijn oogbollen elk moment konden exploderen en terwijl mijn vrouw maar niet scheen te kunnen stoppen met schreeuwen keek ik naar de vingertjes die Mara zo triomfantelijk omhoog hield. Vier losse, kleine vingertjes. Ik herkende direct de vingers van haar zusje.

Category: 02 - Fictie  15 Comments

De Onbekende Man

Bron: PixabayVrijdag 24-03
Lief dagboek,
Terwijl ik dit schrijf denk ik aan de Onbekende Man die nu ergens naar tv zit te kijken of achter zijn computer zit en misschien bij zichzelf denkt: ‘Waar heb ik dit allemaal aan verdiend’. Deze zin klinkt wat vaag he? Ja, ik begrijp het. Ik ga het uitleggen. Ik liep vanmiddag ter hoogte van Anna Casparii achter een moeder en een dochter en terwijl ik gedachteloos achter ze aan sjokte hoorde ik de dochter opeens vragen: ‘Ja maar mam: wat vindt papa daar nou van?’
Moeder wierp dochter met grote ogen een zijdelingse blik toe en snoof, gelijk een dolle stier: ‘Wat vindt papa ervan? Wat vindt papa ervan???’ op een toon die aan duidelijkheid niets te wensen overliet: wat papa ervan vond was totaal onbelangrijk. Arme Onbekende Man.

Zaterdag 25-03
Franse ex-schoonfamilie is in het land. Met z’n allen een tocht door Friesland gemaakt en de kreten van verrukking waren niet van de lucht bij het passeren van Hindeloopen, Workum, Makkum en ga zo maar door. Ex-schoonmaman vertelde dat de luchtvervuiling in Parijs op sommige dagen zo heftig is dat auto’s op kenteken moeten rijden.
‘Op de ene dag mogen auto’s met een kenteken dat begint met een 3 rijden, dan weer een kenteken dat begint met bijvoorbeeld een 4′ vertelde ze. Verschrikkelijk. Dan zitten we hier in Harns qua frisse lucht toch stukken beter. Nee nee nee, ik ga niet wéér over die afvaloven beginnen. Dat zou flauw zijn.

Zondag 26-03
Uitgeslapen. Ex-schoonmaman (ja, die ‘N’ heb ik er expres achter gelaten) logeerde hier en we hebben tot laat nog aan de wijn gezeten en gebabbeld.

Tosti gebakken van bloemkool. Garneerde hem vervolgens met Alfalfa en humus. Had gisteren op de markt ook zalmbuik gekocht en had dus bord met allemaal gezonde dingen. Man keek met ogen van afgrijzen toe. Moet toch eens een manier zien te vinden om hem ook bloemkooltosti’s te laten eten, weet zeker dat hij op den duur de smaak wel waardeert.

Man van vriendin M. is verbijsterd. ‘Wat ik gisteravond aan voetbal op tv heb gezien grenst aan het ongelooflijke’ vertelde hij. ‘Ik heb in mijn jonge jaren wel eens geëxperimenteerd met paddo’s maar ik begon te hallucineren. Gisteravond was ik even bang dat zij – met een hoofdknik naar M. – iets in m’n eten had gedaan – ik dacht werkelijk dat ik weer aan het hallucineren was. My God zeg – deze wedstrijd was erger dan de ergste bad trip.’
‘Paddo’s’ herhaalde M. dromerig. ‘Je brengt me wel op een idee’. Ze glimlachte vilein.
‘Had je dat dan nog niet?’ vroeg ik.
Man van M. bekeek ons wantrouwig.

Maandag 27-03
Het is nu 19.30 uur ‘s avonds. De zon schijnt nog steeds, het was een prachtige dag. Nee, dat zeg ik niet goed. Deze dag begon als een prachtige dag maar ontaardde al gauw in een regelrechte hel voor de mensen die ermee te maken kregen. Ik heb het natuurlijk over het spoorwegongeluk bij de Oude Trekweg dagboek. Ik had tranen in mijn ogen toen ik het hoorde en was voor de rest van de dag van slag. Met dochter, die hier een nachtje logeert, hadden we het er aan tafel over en we vroegen ons af: als er een God is, waarom dan toch telkens weer dit leed? Waarom dan toch zoveel ellende? Wens de nabestaanden heel, heel veel sterkte en kracht.

Dinsdag 28-03
Spul naar de Kringloopwinkel gebracht. Nee, niet die bij het station natuurlijk, waar ik laatst EEN euro mocht betalen toen ik vroeg of ik even mocht telefoneren. Heb twee volle vuilniszakken met kleding weggebracht en vraag me nu alweer af of het wel verstandig was spullen weg te doen waarvan ik opeens allerlei mogelijkheden zie. Zo irritant dit.

Makreel gebakken. Telkens had ik het idee dat ik het kattenluikje hoorde klepperen – Sushi was dol op makreel. Wist nooit hoe ze wist dat ik het in huis had; op het moment dat ik de verpakking opende kwam ze er hard aanhollen. Het is nog steeds vreemd zonder haar.

Woensdag 29-03
Volgens oom H. is het plan van de VVD om het vakantiegeld van mensen in de bijstand af te pakken de zoveelste smerige bezuinigingsmaatregel.
‘Het IS geen vakantiegeld’ gromde hij. ‘Die mensen kunnen daar heus niet van op vakantie. Het is geld waarmee ze eindelijk eens een wasmachine kunnen kopen. Of een ijskast. Het vakantiegeld is onderdeel van de uitkering en als ze er vanaf willen moeten ze de uitkering verhogen, zo simpel is het.’
‘We gaan het de komende 4 jaar toch niet constant over Rutte hebben hè?’ vroeg buuf Annie (zijn vriendin) angstig. ‘Dat zie ik namelijk echt niet zitten.’
Oom H. beet nadenkend op de binnenkant van zijn wang.

Donderdag 30-03
Met vriendin G. (die in een scheiding zit) pizza gegeten. ‘Je weet wat Ivana Trump zei bij haar scheiding’ zei ik. ‘Don’t get mad. Get everything’.
Vriendin G. knikte. ‘Ik had eigenlijk geen scheiding gewild maar zijn gedrag is onacceptabel. De ene na de andere rottige opmerking krijg ik naar m’n hoofd geslingerd. Het vervelende is: hij wil…’ en ze vertelde hoe hij poogde haar het huis uit te krijgen.
‘Wat hij wil is niet belangrijk’ interrumpeerde ik G. ‘Het gaat erom wat JIJ wil. Wat JIJ wil is belangrijk’.

Terwijl vriendin G. verder vertelde dacht ik aan afgelopen vrijdag, aan de moeder, de dochter en de Onbekende Man. Opeens – ik weet niet hoe het kan dagboek – had ik helemaal niet meer zoveel medelijden met hem.

 

De Man met de Helm

Bron: PixabayIk hoor stemmen, zei de man aan de ontbijttafel.
Stemmen? zei de vrouw. Ze keek ongerust.
Ja, stemmen, herhaalde de man. Ik wilde het eerst niet zeggen maar ik hoor ze al een hele tijd.
Ze zuchtte, de vrouw. Wat voor stemmen hoor je dan?
Allerlei stemmen, zei hij. Honderden stemmen die dingen zeggen. Die lachen, fluisteren. Ik hoor ze maar ik versta niet wat ze zeggen. Begrijp je wat ik bedoel?

Nou en of, wilde de vrouw sarcastisch antwoorden maar ze deed het niet. In plaats daarvan brak ze haar knäckebröd doormidden en knabbelde erop, zonder er iets op te smeren.

Hoe lang hoor je die stemmen al? vroeg ze.
Net wat ik zeg, zei de man. Al een hele tijd. Hij boog zijn hoofd en keek naar beneden. Het was duidelijk dat hij het moeilijk vond erover te praten. Al een paar weken hoor ik stemmen en ze zwijgen niet, wat ik ook doe.
De vrouw zweeg. Ze keek naar buiten. Het was een mooie voorjaarsdag maar op de een of andere manier leek het alsof er een donkere wolk boven hen hing.

En nu? vroeg ze uiteindelijk. We zullen naar een dokter moeten, je kunt niet rond blijven lopen met die stemmen.
Daar wilde ik het over hebben met je, zei hij. Ik heb namelijk iets ontdekt.
Ze keek hem aan. Wat heb je ontdekt?
Ik heb ontdekt… Hier aarzelde hij.
Toe maar, moedigde ze hem aan.
Ik heb ontdekt dat ik geen stemmen hoor als ik m’n helm op heb.
Ze fronste haar wenkbrauwen. Dan hoor je geen stemmen?
Nee. De man keek verheugd. Dan is het allemaal heel normaal. Stil. En omdat ik die stilte zo fijn vind wilde ik aan je vragen…
Nou?
Wilde ik aan je vragen of je het erg vindt als ik zo af en toe die helm op heb.

Hier moest ze even over nadenken, de vrouw. Dat is goed, zei ze uiteindelijk. Ze had het nog niet gezegd of hij sprong op, rende naar de garage en kwam terug met zijn zwarte integraalhelm op zijn hoofd. Het was geen gezicht. Hij had zijn pyjama nog aan en terwijl de vrouw hem monsterde besefte ze dat met elkaar praten wel lastig was op deze manier.
Ben je ook van plan die klep voor je ogen omlaag te houden? zei ze. Het was een donkere klep en ze zag zijn ogen niet.
Alleen dan is het helemaal stil, hoorde ze hem zeggen. Zijn stem klonk ver weg onder die helm.
De vrouw knikte, stond op en ruimde de ontbijttafel af. Daarna ging ze afwassen. De man pakte de krant, zocht een plekje op in de zon en begon te lezen.

Na een dag of wat kreeg de vrouw een onbehaaglijk gevoel. Zelfs in bed hield hij de helm op.
Ik kan prima zittend slapen, verzekerde hij de vrouw. Niets aan de hand, echt. Bovendien: ik ben dolblij met die stilte, dat wil ik graag zo houden.

Na twee weken onafgebroken met de helm rondgelopen te hebben vond de vrouw het welletjes.
Dat ding moet af, eiste ze. Dit wordt een smerige bedoening zo. Je wast je haar niet, je kunt je gezicht niet schoonmaken – laten we nu in Godsnaam weer eens normaal doen.
De man schudde met zijn hoofd. Nee. Zelfs als ik de klep ook maar een heel klein beetje omhoog schuif dan hoor ik de stemmen weer, zei hij.

Na twee maanden had ze er genoeg van, de vrouw. Die helm gaat NU af, zei ze. NU onmiddellijk. Anders bel ik de huisarts en zorg ik ervoor dat je opgenomen wordt. Hier gaan we iets aan doen, hoor je me? We gaan hier NU werk van maken want dit kan niet meer.
De man knikte bedachtzaam. Mag ik eerst de klep omhoog schuiven? Om te oefenen? Om te kijken hoe hard de stemmen zijn?
Dat is goed, zei de vrouw toegeeflijk.

Langzaam schoof de man de klep omhoog. Een smerige lucht kwam haar tegemoet en ongelovig staarde ze naar de klep. Hij had hem nog maar een centimeter of twee open geschoven en nu al deze stank – wat moest dat dan straks wel niet worden?
Ik hoor niets, zei de man tevreden. Ik hoor in elk geval geen stemmen.
Doe die klep omhoog, zei de vrouw. Ze kreeg een naar gevoel.

De man schoof de klep omhoog. Tergend langzaam, centimeter voor centimeter.
De vrouw keek naar het gezicht van de man. Ze kon niets zeggen. Onbeweeglijk bleef ze kijken, zich opeens bewust van haar hart dat in een gekmakend ritme in haar slapen dreunde. Dit kan niet dacht ze. Dit kan niet maar terwijl ze het dacht wist ze dat het toch werkelijk zo was. Ze keek naar het gezicht dat vanachter de klep tevoorschijn kwam. Op de plek waar ooit zijn wangen hadden gezeten hingen nu grauwe lappen vlees en de lippen waren weggevreten.

Ik hoor niets, zei de man tevreden terwijl hij aanstalten maakte de helm af te zetten. Volgens mij hebben die twee maanden me goed gedaan.
De vrouw merkte dat ze nauwelijks kon ademhalen. Het zweet gutste over haar lichaam en ze had het gevoel dat haar hersens in brand stonden.
De vrouw wilde gillen. Ze wilde gillen: doe alsjeblieft die helm niet af – doe in Godsnaam die klep dicht en maak me wakker maar ze was haar stem kwijt en terwijl ze wist dat ze wilde gillen, terwijl ze in een mist van waanzin registreerde hoe haar man de helm afzette waardoor zijn bijna totaal weggevreten hoofd tevoorschijn kwam, terwijl ze besefte dat ze nog heel even dacht: de hel komt niet in het hiernamaals – de hel is NU werd ze zich opeens pijnlijk bewust van een schaterende lach ergens in haar brein, van een nieuwe, bulderende lach die erbij kwam en terwijl de vrouw verwilderd met haar hoofd begon te schudden om het gelach dat ze hoorde kwijt te raken, terwijl ze als een gek haar vingers in haar oren propte, terwijl het in het hoofd van de vrouw opeens een kakofonie van geschreeuw, gegil, gefluister en gelach was hoorde ze haar man geruststellend zeggen: als jij ooit stemmetjes mocht horen, wees niet bang. Met deze helm ben je er zo vanaf.

Category: 02 - Fictie  17 Comments

Dag lieve Sushi

Sushi en zijn zusjeLief dagboek,
Ik heb geen tijd om te schrijven. Echt niet. De wil is er wel maar de tijd ontbreekt aan alle kanten. Daarom houd ik het nu ultrakort. Ik ga eerst beginnen met te vertellen dat onze Sushi eergisteren naar de poezenhemel vertrokken is. Sushi, onze kleine terrorist. Ons katje dat, jaar in jaar uit, ons dacht te verblijden met dode muizen, ratten, kikkers of vogels is nu op de eeuwige jachtvelden aan het jagen en we zijn verdrietiger dan we hadden verwacht. Dag lieve Sushi. We zullen je gekrijs op de vroege ochtend voor de slaapkamerdeur missen. De diepe groeven en krassen die je met je klauwen aan de onderkant van de deur maakte in een poging die met fors geweld open te rukken zullen we koesteren en het zal lang duren voordat we zonder angst de kledingkast durven te openen – de keren dat jij er onverwacht uitsprong en ons, je argeloze baasjes, daarmee de stuipen op het lijf joeg zit er de komende tientallen jaren nog goed in. Ja Sush, we wisten dat je ooit zou moeten gaan maar toch, maar toch… toen het eenmaal zo ver was was het veel te vroeg. Wat zullen we je missen – wat missen we je nu al.

Natuurlijk zou ik het nu over politiek kunnen hebben dagboek. Of over een heerlijk recept dat ik tegenkwam: een tosti van bloemkool belegd met geitenkaas. Maar ook daar heb ik geen zin in. Ik wil op tijd naar bed en ben een beetje gaar. Daarom gewoon een klein verhaaltje uit de losse pols:

Op de boot naar Harlingen
De overtocht met de Koegelwieck duurde nooit zo lang maar ditmaal had ‘ie, wat Peter betrof, dagen mogen duren. Hij zat namelijk naast het allermooiste meisje dat hij ooit had gezien en er was zo een ongelooflijke klik, zo een wonderlijke chemie: het kon niet anders dan liefde zijn. Het was letterlijk alsof de bliksem in was geslagen en hij wist dat zij het ook zo voelde.
Dit is dus liefde op het eerste gezicht, constateerde hij en hij verbaasde zich erover dat het:
a – zo goed voelde en
b – hem overkomen was. Hij had namelijk altijd geroepen dat hij daar niet in geloofde maar moest je hem nu eens zien!

Ze woonde in Maastricht vertelde ze. Peter rekende direct praktisch uit hoeveel reistijd ze wekelijks kwijt zouden zijn. Harlingen lag daar namelijk een behoorlijk eind vandaan.
Dat zien we binnenkort wel, besloot hij. Ik kan verhuizen, zij kan verhuizen – dat zijn uiteindelijk maar details.
De boot arriveerde veel te vlug in Harlingen. ‘Snel zijn we er hè?’ zei ze. Ze klonk wat verdrietig.
‘Waarom ga je niet met me mee naar huis?’ vroeg hij, verbaasd over zichzelf. Zo brutaal was hij anders nooit maar met haar was het vertrouwd. Niets was vreemd of raar.
Ze leek het een heel normale vraag te vinden maar ze kon niet. ‘Ik heb morgenochtend een heel belangrijke afspraak’ vertelde ze.
Peter knikte begrijpend en klapte zijn mobieltje open. ‘Geef even je nummer, dan bel ik je later’.
Hij noteerde haar naam en nummer – ‘Anna, m’n nummer is 06…’ – en omhelsde haar vervolgens innig.
Toen moest ze rennen. Hij bood nog aan om poffertjes te eten maar nee, dat ging ook niet. ‘Ik moet echt de trein halen!’

Hij ging mee naar de trein en omhelsde hij haar. Ze hielden elkaar vast tot aan de deur.
Hij zwaaide haar uit en toen hij naar huis liep was het alsof hij op een grote roze wolk naar huis voortgedreven werd.
‘Dit is liefde!’ jubelde het in zijn hart. ‘Dit is de liefde waar ze het in boeken en films altijd over hebben.’

Toen Peter haar een paar uur later belde bleek het nummer niet te bestaan.

——————–

Arme Peter. Volgende keer moet ik misschien een happy end bedenken. Dit is al met al ook wat zielig. Kon me er op de een of andere manier niet toe zetten, een happy end. Zelfs een pakkende slotzin voor dit stukje kan ik niet bedenken. Het zal misschien te maken hebben met Sushi. Ja, dat zal het zijn.

Een Schitterend Vooruitzicht

Bron: PixabayLief dagboek,
Vorige week sloot ik af met het verhaal van dochter die bij de spoedeisende hulp zat. Na uren en uren daar gewacht te hebben (‘een derdewereldland is er niets bij’ aldus vriendin M.) werd het uiteindelijk duidelijk dat het niets dramatisch was. Gewoon flink gekneusd en God zij dank niet het Tibiaplateau-verhaal waar ik zo bang voor was. Ik ben dus voor niets in een paar uur tijd weer honderd jaar ouder geworden. Lekker dan. Hoe dan ook, het is weer hoog tijd voor m’n dagboek:

Vrijdag 10-03
Volgens oom H. is de kans groot dat Rutte wint. ‘Hij is zoveel aan het beloven op dit moment, ik weet zeker dat hij ermee wegkomt’ mompelde hij.
‘Van mij mag ‘ie, die jongen heeft een vrolijk koppie’ glimlachte buuf Annie (zijn vriendin) vertederd. Oom H. keek haar aan met een donkere blik. ‘Als hij nou eindelijk eens ophoudt met het graaien in die pensioenpot vind ik alles best’ besloot hij uiteindelijk.

Zaterdag 11-03
‘Vandaag eten we quesadillas‘ zei ik opgewekt tegen man. ‘Ik ga zelf wraps maken van spelt- en boekweitmeel en een vulling van spinazie met gehakt.’
Man luisterde aandachtig toen ik dit vertelde. Daarna ging hij even weg. Toen hij weer thuiskwam bleek hij een grote boerenkoolstamppot voor zichzelf gekocht te hebben.

Rellen in Rotterdam. Ik heb eigenlijk niet zoveel zin om hier teveel woorden aan vuil te maken. Misschien ga ik er toch één ding over zeggen: het is treurig.

Zondag 12-03
Ik blijf me verbazen over de vreemde conversaties die ik soms opvang dagboek. Neem nu het gesprek van vandaag. Ik zat weer ‘bij de boot’ en terwijl ik wachtte op vriendin L. volgde ik het gesprek van twee vrouwen achter me: ‘Ze haat iedereen die slank is. Op de begrafenis van mijn broer wilde ze niet eens naast me zitten – toen ik bij haar ging zitten stond ze op en liep weg. Ze vertelde de volgende dag dat het te maken had met iemand anders aan tafel maar we wisten beiden dat dat niet waar was. Ik was te slank. En om niet-slank naast me zitten vond ze onverdraaglijk.’
‘Ze is een gemeen varken’ knikte de andere vrouw. ‘Een gemeen vermomd varken.’
Het klonk niet aardig maar toch moest ik inwendig grinniken.

Val tegenwoordig in slaap met luisterboeken. Heerlijk. Op dit moment ben ik bezig met Alice in Wonderland. Hoop dat ik vanavond langer in staat ben wakker te blijven. Wil nu wel eens weten hoe die valpartij van Alice afloopt.

Maandag 13-03
Stamroos geplant – nu gaan we toch echt weer richting lente, heerlijk. Smoothie van gestoomde broccoli gemaakt – ‘ik hoef niet, dank je feestelijk’ (aldus man) – en gebeld met vriendin G. die nog steeds niet helemaal begrijpt dat haar huwelijk echt voorbij is. ‘Bij elk gesprek hoop ik ergens nog steeds dat hij zegt aan ONS te willen werken’ zei ze. ‘Het KAN toch niet dat hij zomaar 20 jaar weggooit?’
Arme G.

‘s Avonds naar het debat gekeken. Kwamen geen nieuwe dingen uit.

Woensdag 15-03
De Turkije-rel gaat maar door – ik vind het wel wat wonderlijk. Is dit echt omdat Erdogan witheet is dat hij niet bij de EU mag?
‘Misschien denkt hij: als ik niet goedschiks bij de EU mag dan maar kwaadschiks de EU overheersen’ zei vriendin M. vanmiddag bezorgd. ‘Dit zou wel eens een langdurige kwestie kunnen worden.’
‘Welnee’ waaide man van M. haar zorgen weg. ‘Negeren. Dat is alles. Hier totaal niet op ingaan.’
Tja. Ben, net als M., ook wel beetje bezorgd.

23.05 uur. Was van plan de hele avond naar tv te kijken in verband met verkiezingsuitslag maar nu uitslag vrij duidelijk is zit ik achter pc met havermoutmasker op. Schijnt erg goed te zijn.

Donderdag 16-03
Rutte heeft, ondanks zijn zetelverlies, inderdaad gewonnen dagboek! Het was misschien met wat hulp vanuit Ankara maar dat mag de pret niet drukken. Nou hoop ik toch echt dat hij waarmaakt wat hij ons tijdens zijn campagne allemaal voorspiegelde. Ik heb hem bovendien de laatste tijd zo vaak horen zeggen dat ‘het land er beter voor staat’ en dat ‘na zware bezuinigingsjaren de tijd is aangebroken om onze koopkracht te verbeteren’ – ik ben er nog in gaan geloven ook.

Ik zou dus zeggen: hoppa, aan de slag! Met deze groeiende economie moeten we vooral niet stil blijven zitten. Dat zou zonde zijn. Eerlijk is eerlijk dagboek: ik zie het rooskleurig in. Laat de welvaart nu maar komen. Ik kan niet wachten om aan de slag te gaan met mijn ‘verbeterde koopkracht’.

De Man die Honger Had

Bron: PixabayHet was een mooie vooravond ergens in de lente toen Deborah naar Mark keek die haar, zonder haar te zien, met een vreemde glimlach voorbij liep.

Hij lijkt gekalmeerd, dacht ze. Hij is in elk geval niet meer zo kwaad als net. Ze sloot haar ogen en dacht aan de verschrikkelijke ruzie van een half uur geleden. Aan het moment dat Mark thuiskwam van zijn werk en zij, Deborah, hem vertelde dat ze wéér niet gekookt had.

‘Ik dacht: misschien kunnen we gezellig uit eten’ had ze lieftallig gemurmeld terwijl ze zich tegen hem aandrukte.

Mark had niets gezegd. Niet direct in elk geval. Hij had zich losgemaakt uit haar omhelzing, was naar de keuken gelopen en had alle potten en pannen die hij maar kon vinden op het aanrecht gesmeten.

‘Heb je verdomme énig idee wat hier de bedoeling van is??’ krijste hij vervolgens. Ze had hem nog nooit zo kwaad gezien.

‘Liefje’ stamelde ze. Ze voelde zich opeens bespottelijk in haar ultrakorte zwarte jurkje op hoge naaldhakken en iets zei haar dat het beter was niet tegen deze kwaadheid in te gaan.

Probeer schuldbewust te kijken, hield ze zich voor. Des te sneller is hij gekalmeerd. Misschien kun je ook nog bevallig een traantje plengen.

Mark bleek ongevoelig voor de schuldbewuste blik en ook het traantje dat charmant naar beneden rolde deed hem niets. Hij bleef maar foeteren. Ja, het was waar: Mark had al eerder gezegd dat hij het leuk zou vinden als ze wat vaker zou koken – ‘je zit tenslotte de hele dag thuis’ – maar dat was nou juist het probleem. Hij wíst dat ze niet van koken hield. Dat ze niet van het huishouden hield. Hij wist dat ze een luxe vrouwtje was en dat hij nu begon te klagen vond ze eigenlijk een beetje oneerlijk.

Terwijl hij nog steeds boven de potten en pannen stond te razen gebeurde er iets. Het was vreemd. Het leek alsof er iets in zijn hoofd knapte: midden in een zin zweeg hij, kreeg opeens een glazige blik en begon wonderlijk te glimlachen. Deborah was opgelucht. De ruzie was voorbij. Misschien konden ze later toch nog gezellig uit eten.

Dat was een half uur geleden. Toen deed zich een nieuwe situatie voor die ze moest zien op te lossen.

Zal ik iets zeggen? vroeg ze zich af toen hij weer langs haar liep. Hij had nog steeds dezelfde vreemde blik. Zal ik vragen of het wel met hem gaat? Of hij wel weet wat hij doet? Ik moet het voorzichtig aanpakken – ik wil hem niet weer kwaad maken. Het leek zojuist alsof alle stoppen definitief bij hem doorsloegen, beangstigend gewoon.

Heel in de verte hoorde ze de hond van de buren (die een kilometer verderop woonden) blaffen en verder was het doodstil. Ze waren buiten op het grote terras en ze rilde. Het werd frisjes.

‘Waar ben je in Godsnaam mee bezig?’ vroeg ze uiteindelijk terwijl ze zijn blik probeerde te vangen.
‘Dat zie je’ antwoordde hij zonder op te kijken.
‘Ik zie wat je aan het doen bent ja’ zei ze. ‘Maar ik bedoel: wáár ben je mee bezig??’
‘Ik heb honger.’ Nu keek hij op. Hij glimlachte zowaar.
‘Ja, maar als je honger hebt…’ Ze zweeg. ‘Er ligt toch nog wel iets in de ijskast?’
Hij keek op. ‘Ik heb de hele dag hard gewerkt – ik wil gewoon een warme maaltijd Deborah.’
‘Er is nog een halve pizza over van eergisteren – die kan ik toch opwarmen?’
‘Ik wil een warme maaltijd. Ik wil iets vers, niet een oude opgewarmde pizza.’

‘Maar waarom… waarom…’ Ze kon niet verder praten. Langzaam drong het tot haar door dat hij geen grapje maakte; aan de waanzinnige blik in zijn ogen te zien was het hem beslist menens. Ergens in haar hoofd rinkelden tientallen alarmbellen op de allerhoogste toeren en ze had het gevoel dat haar hersens uit elkaar zouden spatten.
‘Waarom…’ Ze fluisterde. Het klonk als een vreemd, reutelend geluid. Op de een of andere manier had haar stem het begeven.
‘Omdat ik zin heb in een lekker stuk vlees Deborah’ zuchtte Mark vermoeid. Hij legde nog wat hout onder de grote ketel waarin Deborah geboeid stond. ‘Ik heb zin in een goed stuk vlees en – ik hoop niet dat je het raar vindt klinken lieverd: dat vlees van jou is me altijd uitstekend bevallen.’

—————————–

Dit verhaal is ook gepubliceerd op Hoe Vrouwen Denken

Category: 02 - Fictie  9 Comments

Over Kleine Kindjes & Zorgen

Bron: PixabayLief dagboek,
Terwijl ik dit schrijf zit dochter in Groningen bij de spoedeisende hulp omdat ze een behoorlijke smak gemaakt heeft en er nu foto’s van haar been genomen worden. ‘Het zou kunnen dat het een breuk is van het Tibiaplateau‘ had de arts gezegd en even Googelen naar wat dit betekende maakte me niet blij. Ik wil bij m’n kind zijn! Waaaahh!! (dit is het geluid van een huilende moeder). Ik zei nog ZO tegen haar toen ze op kamers ging: ‘Zou je niet liever thuis blijven wonen?’ maar de blik die ze me daarop toewierp was onbeschrijfelijk. Enfin, vol spanning wachten we de uitslag van de foto’s af. In die tussentijd kan ik iets aan m’n dagboek doen, dat moet ten slotte ook gebeuren.

Vrijdag 03-03
In het kader van kinderlogica hoorde ik laatst van vriendin T. zoiets leuks dagboek, ik moet het beslist opschrijven. Vriendin T. was de badkamer aan het schoonmaken en haar dochtertje van een jaar of vier was bij haar in de buurt.
‘Ik zag dat ze probeerde een van de flessen open te draaien’ vertelde T. ‘Daar zit een veiligheidsslot op lieverd’ zei ik. ‘Dat is om ervoor te zorgen dat kindjes de fles niet open kunnen maken.’
Dochtertje had nadenkend gekeken. Toen zei ze opeens: ‘Maar hoe weet de fles nou dat ik een kindje ben?’

Zaterdag 04-03
Ouders zijn net gekomen met paar kilo sopropo. Ze liggen nu op het aanrecht en ik ga ze straks direct klaarmaken. Het water loopt me bij de gedachte alleen al in de mond. (Wat is dat eigenlijk een onsmakelijke uitdrukking).

23.38 uur. De sopropo was heerlijk.

Zondag 05-03
Met ouders bij de boot gezeten – het was prachtig weer. Daarna glaasje wijn gedronken bij oom C. die vorig jaar in Harlingen is komen wonen.
‘s Avonds met ouders gescrabbeld. Tijdens het spel kreeg ik berichtje van vriend P. (de filosoof): ‘Weet je dat er elk jaar gemiddeld tussen de 160.000 en 200.000 kinderen geboren worden?’
We hadden net een discussie over het woordje ‘Geefs’ – volgens de mannen was het goed maar moe en ik waren tegen.
‘Nou en?’ appte ik terug.
‘Dat betekent dat er elk jaar een stad als bijvoorbeeld Apeldoorn bij komt’ appte P. terug.
Moest er later tijdens het spel een paar keer aan denken.

Maandag 06-03
Op kraamvisite bij ex en z’n vrouw, ze hebben een prachtig dochtertje gekregen. Dochter heeft er nu dus een halfzusje bij. Het blijft ontroerend, die kleine vingertjes en die kleine teentjes.

Woensdag 08-03
Oom H. en buuf Annie (zijn vriendin) kwamen eten. ‘Onze Grote Leider probeerde zich er gisteravond weer gemakkelijk vanaf te maken hè?’ zei oom H.
We hadden het over de uitzending van Pauw & Jinek waarbij Rutte geconfronteerd werd met Terecht Zeer Boze Groningers. ‘En maar roepen dat het oppompen van gas niet radicaal verminderd kan worden omdat we anders wel eens met z’n allen in de kou zouden kunnen komen te zitten.’
Oom H. schudde mistroostig zijn hoofd. ‘Hij kan toch nadenken? Stop in elk geval met het uitverkopen van ons gas aan het buitenland, dat scheelt al een hele hoop. En laten ze dan in Godsnaam eens beginnen met het compenseren van de getroffen Groningers. Het is zeldzaam schofterig wat ze die mensen Willens & Wetens aangedaan hebben.’
‘En nog steeds aandoen’ vulde buuf Annie aan.

Donderdag 09-03
‘Ik denk dat ik maar op DENK ga stemmen’ zei man van vriendin M. toen ik even bij hen was.
‘Doe dat’ gaapte vriendin M.
‘Vroeger stemde ik SP weet je dat?’ Man van M. keek naar mij. ‘SP stemde je als je een Boze Bezorgde Burger was. Tot mijn spijt moet ik constateren dat ik dat niet meer ben.’
Vriendin M. proestte het uit. ‘Jij? Jij niet meer een Boze Bezorgde Burger??’
‘Ik ben nu een Cynische Bezorgde Burger’ verduidelijkte man van M. ‘Dat word je vanzelf als je jarenlang aankijkt tegen iemand die al z’n geloofwaardigheid verloren heeft.’

Ga dochter bellen die nu nog steeds op de spoedeisende hulp zit. Al bijna vier uur lang. Dat schiet dus lekker op. Kom steeds meer tot de ontdekking dat het waar is wat ze zeggen: ‘Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen.’
‘En nóg grotere kinderen nóg grotere zorgen’ zegt moe altijd.
Dat wordt nog wat dus. Brrrrrr.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers:

%d bloggers op de volgende wijze: